Beschouwingen

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2016

Kris van Zeghbroeck: Kuifje in Wonderland : David Mitchells wervelende universum

door Kris van Zeghbroeck

De romanschrijver David Mitchell liet vanaf zijn debuut een frisse wind waaien door het door de kritiek al vaak ten dode opgeschreven Britse literaire landschap. Hij is zich naar eigen zeggen evenwel niet bewust van het vernieuwende karakter van zijn romans. Hij probeert boeken te schrijven die hem als lezer zouden boeien en dat maakt hem schatplichtig aan een eindeloze reeks auteurs uit de internationale literatuur, die hem beïnvloed hebben: van Jorge Luis Borges en Italo Calvino over Vladimir Nabokov en John Banville tot Ursula LeGuinn en Haruki Murakami. Als een Kuifje in Wonderland exploreert Mitchell het literaire universum, om vervolgens zelf een enthousiast lezerspubliek achter zich aan te lokken.  
 
David Mitchell werd geboren in Southport in 1969 en groeide op in Malvern, Worcestershire. Hij studeerde Engels en Amerikaanse literatuur aan de universiteit van Kent waar hij een MA in vergelijkende literatuurwetenschap haalde. De lokroep van het buitenland was sterk. Mitchell woonde een jaar in Sicilië voor hij een Japans meisje achterna reisde en neerstreek in Hiroshima, waar hij Engels gaf aan studenten van een technische school. Acht jaar verbleef Mitchell in Japan, voor hij zich met zijn Japanse vrouw en twee kinderen in Ierland vestigde. Mitchell spreekt Japans, goed genoeg, zoals hij beweert, om met zijn vrouw in discussie te treden, maar onvoldoende om een echtelijke twist te winnen, laat staan literatuur in het Japans te lezen.  
 
Mitchells schrijverschap is sterk gerelateerd aan zijn vermogen om zich in zichzelf terug te trekken en de maatschappij rondom zich los te laten. Als stotterend kind voelde hij zich uitgesloten en kon hij soms dagenlang aan één stuk mokken, enkel om zich te isoleren. Als volwassene koos Mitchell bewust voor het isolement. De voorkeur om in het buitenland te wonen, vloeit daaruit voort. Japan was een godsgeschenk. De Japanse samenleving fungeert namelijk als een gesloten geheel dat buitenstaanders — hoe goed die zich ook trachten te integreren — per definitie uitsluit. Ideaal voor Mitchell om in zijn eigen wereld op te gaan en zich te verliezen in de interne monologen die zijn schrijfstijl zo sterk bepalen. In die zin was Japan, meer dan de Japanse cultuur, cruciaal voor zijn ontwikkeling als schrijver. Waar hij zich voorheen niet voldoende kon concentreren om zijn schrijversdroom waar te maken, kon hij vanuit Japan wel debuteren.   
 
Zijn jarenlange verblijf daar heeft onvermijdelijk sporen nagelaten in zijn werk. Zo bevatten de intoxicerende verhalen van zijn eerste drie romans duidelijke invloeden van de Japanse schrijver Haruki Murakumi en spelen drie van zijn romans zich geheel of gedeeltelijk af in Japan en het Verre Oosten. Zelf vestigt Mitchell de aandacht op Shusaku Endo, de meester van de historische roman. Feit is dat het Land van de Rijzende Zon het toevluchtsoord van Mitchell bij uitstek blijft. Na twee jaar in een Iers dorpje in County Cork gewoond te hebben, verkast het gezin in 2006 tijdelijk  terug naar Japan, weg van de alles overheersende boekenpromotie:  
 
‘It’s sort of easier when you’re in a third country. When things go wrong, it’s nobody’s fault.’  
 
Of zoals A.S. Byatt het formuleert:  
 
‘He needs time and space to write those long intricate books and I think he has the good sense and confidence to give them to himself.’  
 
Mitchells debuut, Ghostwritten (1999 -- vert. De geestverwantschap) sloeg  in als een bom en hij veroverde er meteen het hart van collega-auteurs als A.S. Byatt en Lawrence Norfolk mee. ‘Rollercoaster’ is de term waarmee Byatt Mitchells werk de hemel in prees. Bekroond met de Mail on Sunday/John Llewellyn Rhys Prize en genomineerd voor de Guardian First Book Award was het meteen de springplank naar een tweede roman: Number9dream (2001 -- vert. DroomNummerNegen), die voor de James Tait Black Memorial Prize en de Booker Prize genomineerd werd. Intussen werd Mitchell geselecteerd voor Granta’s Best of Young British Novelists (2003). Voor zijn derde, meest ambitieuze roman, Cloud atlas (2004 -- vert. Wolkenatlas) kon hij al op een breed publiek rekenen. Een tweede Booker Prize-nominatie zorgde voor een massale verkoop.

En net met zijn vierde roman, Black Swan Green (2006 -- vert. Dertien (Shortlist Costa Book Awards 2006)), neemt Mitchell wat gas terug. Geen nieuwe uitgesproken ‘rollercoaster’, maar een geslaagde introspectieve roman gebaseerd op biografische elementen. Op een moment dat hij wat op zijn lauweren kan rusten -- een relatief begrip, want Mitchell is een van die schrijvers die ’s ochtends een roman afrondt, om ’s namiddags aan een nieuwe te beginnen --, brengt hij het type roman waarmee doorgaans gedebuteerd wordt.  
 
In 2007 werd Mitchell door Time magazine verkozen als een van de honderd invloedrijkste personen ter wereld. Hij werd geselecteerd als de grondlegger van de eenentwintigste-eeuwse roman, met als summum de sublieme bestseller Wolkenatlas (in 2012 verfilmd als Cloud Atlas met Tom Hanks en Halle Berry), waarin de grenzen van tijd, plaats, personage en stijl overstegen werden. Je zou kunnen zeggen dat Mitchell op dat ogenblik het hoogste schavotje van internationale literaire bekendheid bereikt had. Hoewel zijn volgende romans op een goede ontvangst kunnen rekenen met labels als ‘Notable’ of ‘Best Book of the Year’, lijkt de kritische erkenning wat weg te ebben nu de literaire vernieuwing ingeburgerd is. Feit is dat Mitchel sinds Wolkenatlas niet meer genomineerd werd voor de shortlist van de Booker Prize.  
 
Met The Thousand Autumns of Jacob de Zoet (2010 – vert. De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet (genomineerd voor de Commonwealth Writer’s Prize en de Walter Scott Prize)) bewandelt Mitchell het pad van de historische roman, geïnspireerd door grote voorbeelden als Shusaku Endo en Yasunari Kawabata. Mitchells meest uitgesproken fantasy-roman, The Bone Clocks (2014 – vert. Tijdmeters) leverde hem de World Fantasy Award op. Slade House (2015 -- Doorgang), dat door de vernieuwde Britse interesse voor de Gothic Novel geïnspireerd is, werd als de ‘naughty little sister in a fright wig’ van de roman Tijdmeters beschreven. David Mitchell blijft zich sinds 2010 verder profileren als een groot schrijver met een grote fanbasis in de Lage Landen, maar voorlopig wordt zijn uitzonderlijke talent niet meer in spraakmakende literaire bekroningen verzilverd.  
 
Op het eerste gezicht zou je Mitchells romans kunnen zien als een aaneenschakeling van verhalen die net zo goed op zichzelf gelezen kunnen worden. Maar van naderbij bekeken gaat het om zorgvuldig opgezette constructies waarvan de delen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In De geestverwantschap maakt Mitchell een reis van Oost naar West doorheen negen verhalen, die elk een sleutelmoment bevatten waarmee het volgende verhaal in gang wordt gezet. Soms letterlijk door de muren van de verschillende leefwerelden te doorbreken. Een onstoffelijk wezen — indirect op zoek naar de verloren materie — verplaatst zich van lichaam naar lichaam, van verhaal naar verhaal, en lijkt daarmee tijd en ruimte te overstijgen. Het centrale thema in De geestverwantschap is causaliteit, de vraag waarom dingen gebeuren. Elk van de verhalen geeft een aparte invalshoek op die causaliteit, zoals religieuze onderwerping, liefde, hebzucht of de historische ontwikkelingen. Op die manier ontwikkelde Mitchell gaandeweg wat hij de ‘innerlijke (of geheime) architectuur van de kunstenaar’ noemt. De onderliggende thematisch- architecturale blauwdruk schraagt het boek, structuur en thematiek harmoniëren, de ideeën worden in de structuur van het boek weerspiegeld.

Hetzelfde geldt voor het grotendeels in Japan gesitueerde DroomNummerNegen, waarin de 20-jarige Eiji Miyake naar Tokio afzakt om zijn vader te vinden. Elk van de onderdelen uit deze wervelende queeste staat voor een bepaalde geestestoestand: fantasie, geheugen, dagdroom, nachtmerrie, het beeld, de geschiedenis...; in totaal acht verschillende manieren waarop de geest werkt. En elk van de delen is op een manier beschreven die dicht aanleunt bij de beschreven geestestoestand. Zo krijgt het tweede deel over het geheugen gedeeltelijk vorm in flashbacks, wordt het beeld in het derde deel verbeeld door videospelletjes en andere bewegende beelden, en het deel over geschiedenis toont hoe de geest het verleden structureert en er verhalen uit distilleert.  
 
Deze innerlijke architectuur bereikt een voorlopig hoogtepunt in Wolkenatlas, waarin Mitchell zes verhalen, gescheiden door tijd en ruimte, van de negentiende eeuw tot de verre toekomst, van Australië tot het West-Vlaamse Zedelghem op een eigenzinnige manier met elkaar verbindt. Het geheim zit hier in de verschillende manieren om een verhaal over te brengen: dagboek, brieven, roman, memoires, interview of orale literatuur. Structureel probeert Mitchell het thema te onderschrijven door de ene verhaallijn de andere te laten omvatten of te ‘verslinden’, die op zijn beurt de volgende omvat en verslindt enz. Een structurele spiegel van de menselijke wreedheid doorheen de geschiedenis, die maakt dat groepen, stammen of individuen elkaar bejaagd en geplunderd hebben. In de praktijk geeft Mitchell vorm aan het boek door de eerste vijf verhalen slechts voor de helft te vertellen en na het centrale, futuristische verhaal, de onafgewerkte stukken verder aan te vullen in omgekeerde volgorde. Zo passen de verhalen in elkaar als het ene verticaal gespleten Russische poppetje in het andere. De klassieke nood aan afgeronde verhalen maakt dat Mitchell je in eerste instantie frustreert. Zijn aanpak om je van het ene onafgewerkte verhaal in het andere te loodsen is beïnvloed door Italo Calvino’s Als op een winternacht een reiziger. In de tweede helft van het boek vult Mitchell de verhalen alsnog aan.  
 
In Dertien, een ontwikkelingsroman over een jonge stotteraar die noch op school noch thuis zijn draai vindt, wordt een 13-jarige jongen over 13 maanden gevolgd in 13 hoofdstukken. Door de gaten tussen de verhalen niet in te vullen suggereert de auteur dat de leefwereld van een 13-jarige in schokken verloopt, vergelijkbaar met de groeischokken van het lichaam. Mitchell benadrukt dat hij niet zozeer geïnteresseerd is in de structuur op zich, maar wel in de harmonie van vorm en inhoud. Hoewel de uitgevers gaandeweg de innovatieve structuur van Mitchells boeken op de achterflap zijn gaan promoten, onderkent de lezer niet altijd die onderliggende architecturale structuur. Mitchell vergelijkt het met een wandeling in een kathedraal:

‘Ik begrijp de mechaniek niet van de krachten die eeuwenlang tonnen en tonnen steen torsen hoog boven je hoofd, en toch staat de kathedraal overeind.’

In De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet trekt Mitchell alle registers van de historische roman open. Het boek speelt zich af in de Japanse havenstad Nagasaki eind achttiende, begin negentiende eeuw. Op dat moment was Japan volledig afgesloten van het Westen. Enkel een kleine handelspost voor de kust fungeerde als een 'kattenluikje' voor de handel met de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). De integere Jacob voert als klerk onderzoek naar corruptie binnen de VOC, maar raakt verstrikt in intriges als hij verliefd wordt op een Japanse. Mitchell benadrukt dat de beschreven historische feiten grotendeels correct zijn, maar de historische context is vooral het canvas waarop de menselijke gedragingen uitgetekend worden. Anders dan in zijn vorige boeken, gebruikt Mitchell hier hoofdzakelijk de derde persoon. Zo wil hij afstand creëren tot het vertellend personage van het moment, zonder dat er een auctoriële verteller optreedt. Mitchell springt zeer inventief met taal om, maar verschillende registers uit verschillende talen en culturen overtuigend in één taal te verwoorden, blijkt toch bijzonder complex te zijn.   
 
Tijdmeters, Mitchells zesde roman, is opgebouwd uit zes hoofdstukken die elk draaien rond een levensfase van Holly Sykes, een weggelopen tiener die uiteindelijk een beroemd schrijver van memoires wordt. Naar analogie met Wolkenatlas worden echter verschillende nevenpersonages gevolgd vanaf het moment dat Holly thuis wegloopt in het betekenisvolle jaar 1984, tot het toekomstige jaar 2040, als ze bejaard en teruggetrokken leeft in een Iers dorpje. Het toekomstbeeld is apocalyptisch aangezien er na een uit de hand gelopen klimaat- en socio-economische crisis weinig overblijft van de menselijke beschaving. In het eerste en laatste deel is Holly zelf aan het woord, in de andere delen draait het rond personages die ze heeft ontmoet. Waar het eerste deel van de roman een realistische inslag heeft, wordt in het tweede deel een parallelle wereld opgevoerd, die ingrijpt in het dagelijkse verloop van de werkelijkheid. Dat verklaart de inwendige stemmen en bizarre visioenen van de personages in het eerste deel. Mitchell onthult een wereld waarin al eeuwenlang strijd geleverd wordt tussen tijdloze goede en kwade wezens: respectievelijk de ‘Chronometristen’, die eeuwig leven door reïncarnatie en de ‘Carnivoren’, die het eeuwige leven putten uit het rituele slachten van onschuldige zielen. Een ethisch contrast dat de kern weergeeft van Mitchells bekommernissen rond het belang van het individu versus het belang van de mensheid/de planeet. Ondanks de uitgesproken kwaliteiten van Tijdmeters plaatst Mitchell zich (al dan niet bewust) buitenspel voor de literaire bekroningen, door de kaart van speculatieve fictie te trekken. Er is nog altijd een zekere schroom om fantasy en sciencefiction als volwaardige literaire genres te bekronen.
 
Mitchells recentste roman Doorgang, gepubliceerd kort na Tijdmeters, profileert zich als een intermezzo in zijn oeuvre, als een soort bijlage bij Tijdmeters. Van oorsprong is het een Twitter-verhaal dat verder ontwikkeld werd tot een roman opgebouwd uit vijf hoofdstukken/verhalen die draaien rond Slade House. Dat is een verborgen (spook)huis dat ieder decennium (van 1979 tot 2015) bezoekers aantrekt, die vervolgens van de aardbol verdwijnen. Ze worden binnengelokt door twee Carnivoren, de brusters Jonah en Norah Grayer, die zich al eeuwenlang voeden met onschuldige zielen, die gedoemd zijn om in het huis rond te spoken. Broer en zus nemen verschillende gedaanten aan om mensen te misleiden. Een van hun dolende slachtoffers weet uiteindelijk Jonah te verwonden, zodat de broodnodige nieuwe ziel aan hem en zijn zus voorbijgaat. Het huis en zijn bewoners verkommeren en wanneer het nieuwste slachtoffer een Chronometrist blijkt te zijn, lijkt het lot van Jonah en Norah bezegelt.  
 
Doorgang is een griezelverhaal dat voortborduurt op Mitchells voorlaatste roman en de hernieuwde aandacht voor gothic aspecten in de Engelstalige film en literatuur. De respons op deze roman is maar matig en Mitchell zal bij zijn volgende boek sterker uit de hoek moeten komen. Mitchell blijft bouwen aan een doorgedreven gestructureerd oeuvre, maar gaandeweg lijkt er nood aan een consequent uitgebouwd literair kader te ontstaan. Mogelijk wordt dat ondervangen binnen de uitwerking van de zogenaamde ‘Dr. Marinus-trilogie’. Dit zichzelf incarnerende personage zal uiteindelijk het verleden, het heden en de toekomst verbinden door een rol te spelen in zowel De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet, Tijdmeters als een nog te verschijnen toekomstroman.
 
Mitchell werkt op een zeer gestructureerde manier aan zijn personages: hij schrijft kleine autobiografieën om ze beter te leren kennen. Voor de belangrijkste personages vult hij een bladzijde in zijn notitieboek (of hij werkt het in zijn hoofd uit) waarin het personage vertelt over zichzelf, zijn relaties met andere personages en de thema’s die aan bod komen. Een personage wordt zo een matrix van onderlinge relaties en onderwerpen. Wanneer Mitchell dan zo’n personage vormgeeft, gaat hij in zijn eigen woorden de relaties van het personage afstemmen op de cruciale thema’s. Inzichten van de auteur die onmogelijk bij het personage zouden opkomen, worden tussen haakjes geplaatst. Ze worden de basis waarop Mitchell de sleutelscènes opbouwt. De autobiografieën helpen de auteur ook om een vastgelopen verhaal weer vlot te trekken. Bovendien lijkt het erop dat Mitchell langzamerhand een overkoepelend fictioneel universum aan het uitbouwen is, waarin personages uit het ene boek in een ander boek weer kunnen opduiken.
  
Of het nu om verhaal, genre, taal, structuur, tijd of personage gaat, steeds opnieuw vind je bij Mitchell de drang om muren te slopen. Zijn vernieuwende schrijversuniversum lijkt op een oneindig ruimteoppervlak vol overlappende plooien en scheuren, die ogenblikkelijke sprongen in tijd en ruimte en meervoudige invalshoeken mogelijk maken. Daardoor lijkt er een band met speculatieve fictie (i.e. sciencefiction), in de zin dat de schrijver zich niet voor alles hoeft te verantwoorden en de vrijheid heeft om te improviseren, zolang hij het op een consistente en overtuigende manier brengt. Hoewel Mitchell zich niet echt beïnvloed voelt door het genre, is hij er wel door aangetrokken, zoals Tijdmeters bewijst. Speculatieve fictie is voor hem namelijk een uitvergroting van wat al in literatuur zit; het transcenderen van tijd, plaats en dood. Alleen stopt het daar niet; hij wil alle mogelijke genre- en taalregisters opengooien, en de diversiteit van de wereldliteratuur in een wervelende leeservaring bundelen. Om Mitchell als schrijver te begrijpen, moet je Mitchell als lezer begrijpen.
 
David Mitchell: Tijdmeters, Amsterdam : Nieuw Amsterdam 2016, 591 p. : ill. Vert. van: The Bone clocks door Harm Damsma en Niek Miedema. ISBN 9789046819791  
David Mitchell: Doorgang, Amsterdam : Nieuw Amsterdam 2015, 207 p. Vert. van: Slade house door Harm Damsma. ISBN 9789046819906
David Mitchell: Wolkenatlas, Amsterdam : Nieuw Amsterdam 2015, 494 p. Vert. van: Cloud Atlas door Aad van der Mijn. ISBN 9789046818183
Distributie: WPG Uitgevers

Het succes van David Mitchell in de Lage landen kan ook afgelezen worden aan de drie gebonden en gelimiteerde uitgaven die uitgeverij Nieuw Amsterdam in de periode 2014-2015 op de markt bracht. Het gaat telkens om een halflinnen band met zwart- en goudstempel, ingelegd lenticulair (waarin telkens drie afbeeldingen de haast ongrijpbare diversiteit van Mitchells proza symboliseren), leeslint en kleur op snee. Voor deze edities maakte David Mitchel drie tekeningen die die met de hand gestempeld werden op de titelpagina.

David Mitchell: Tijdmeters : Nieuw Amsterdam 2015, 591 p. Vert. van: The Bone clocks door Harm Damsma en Niek Miedema. ISBN 9789046818350
David Mitchell: Wolkenatlas, Amsterdam : Nieuw Amsterdam 2014, 494 p. Vert. van: Cloud Atlas door Aad van der Mijn. ISBN 9789046818336
David Mitchell: De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet, Amsterdam : Nieuw Amsterdam 2014, 544 p. Vert. van: The Tousand Autumns of Jacob de Zoet door Harm Damsma en Niek Miedema. ISBN 9789046818343
Distributie: WPG Uitgevers



deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri