Letterkunde

David Mitchell: Why do we read books?

door Kris van Zeghbroeck

Why do we read books?

Begin juni 2006 was David Mitchell in België voor een lezing in de Antwerpse Permekebibliotheek onder de titel ‘Waarom lezen wij boeken?’; een initiatief van Stichting Lezen. In zijn discours onderscheidt Mitchell vijf aspecten die een boek voor hem aantrekkelijk maken om te lezen: Verplaatsing, Politiek, Bevrijding, Metafoor en Schoonheid.

Verplaatsing maakt dat boeken je kunnen brengen naar plaatsen waar je niet bent. Aan de hand van een fragment uit Alice through the looking glass van Lewis Carrol introduceert Mitchell de spiegel waardoor Alice springt als een metafoor voor de manier waarop een verhaal je naar een andere wereld verplaatst. De spiegel staat voor het boek dat je toegang verschaft tot de fictionele wereld en Alice staat voor de lezer die in die wereld gezogen wordt. Voor Mitchell resulteert de verplaatsing in een goed boek in een ontgiftings- en vitaminekuur.

Politiek houdt in dat je je wil kan laten gelden door taal. Taal is een politiek gegeven dat onlosmakelijk verbonden is met wat we zijn. Een fragment uit George Orwells 1984 maakt duidelijk dat het woord ‘vrijheid’ in nieuwspraak ontdaan is van elke politieke of intellectuele betekenis. Voor Mitchell zijn alle integere geschriften per definitie politiek. Elk boek is een documentaire van een dominant discours en hoe de condition humain daarmee omgaat. Door te lezen, stel je je potentieel bloot aan een ander dominant discours en leer je om anders te denken.

Bevrijding (of Overstijging) betekent dan weer dat je jezelf niet alleen van de plaats waaraan je gebonden bent of van de dominerende discours kan bevrijden, maar ook van de restricties van de tijd. Je kan je tijd nemen voor een boek, boeken geven toegang tot andere tijden (zowel het verleden als de toekomst) en bevrijden je van de dwingelandij van het heden. Zelfs de dood wordt overstegen dankzij de overlevering van geschriften, zodat zowel individuen als beschavingen van de vergetelheid gered worden (i.e. bevrijding van de dood).

Voor Mitchell is Metafoor in zijn puurste vorm de zuurstof in het bloed van het denken en mogelijk (via algemeen gebruik) de bron van alle woordenschat. Zoals een metafoor is creativiteit (als daad van de verbeelding) het maken van een verbinding tussen twee dingen die normaal niet met elkaar verbonden worden. Fictie werkt omdat het een gigantische metafoor voor de werkelijkheid is. De ultieme vorm van metafoor is wanneer het pretendeert voor het ene te staan, terwijl het uiteindelijk voor iets anders staat, zoals in een parabel, fabel, allegorie of satire. Ironie als een wapen tegen censuur, om de dominerende discours te overstijgen.

Tot slot Schoonheid, een persoonlijke appreciatie van literaire passages die zich niet laat analyseren zonder de schoonheid te vernietigen, maar essentieel is om fictie energie, kleur en klank te geven. Samen met Verplaatsing, Politiek, Bevrijding en Metafoor vormt Schoonheid een onafgewerkte landkaart van het lezen, die ieder voor zich kan aanvullen. Lezers behoren tot een republiek: ‘Lezen maakt ons meer dan wat we zijn. Lezen verbindt ons. Lezen is een seculier gebed.’

Oorspronkelijk verschen in De Leeswolf 2006 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2020

Bloot

Ted van Lieshout

De gek van de tsaar

Jaan Kross

De veelstemmige man. Verzameld toneelwerk 2007-2020

Ilja Leonard Pfeijffer

De vlakte

Gerald Murnane

Hogere natuurkunde

Ellen Deckwitz

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2020

De bende van Lieke

Robbert-Jan Henkes, Aart Clerkx (ill.)

De jongen op het dak

Aline Sax, Sassafras De Bruyn (ill.)

Een giraf met een probleem

Jory John, Lane Smith (ill.)

Elke dag iemand anders

Jef Aerts & Merel Eyckerman

Rodrigo de Ruige en Hummel, zijn hulpje

Michael Ende, Wieland Freund, Regina Kehn (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri