Vertaald proza

Stephen Kelman: Pigeon English

door Kris van Zeghbroeck

De Booker Prize onder vuur
Literatuur en leesbaarheid

Vorig jaar leek het erop dat de Booker Prize het debuut had afgezworen, maar dit jaar stonden met Stephen Kelman en A.D. Miller weer twee debutanten in de kijker. Dat ging vooral ten koste van oudgedienden als Sebastian Barry en Alan Hollinghurst, die de shortlist niet haalden. De overwegend blanke Brits-Canadese shortlist was vooral een eerbetoon aan onafhankelijke uitgeverijen als Canongate, Granta, Serpent’s Tail en Atlantic Books — genomineerd met respectievelijk Carol Birch, Patrick deWitt, Esi Edugyan en A.D. Miller —, die zo ook een graantje van de meerverkoop konden meepikken. Dit werd door de jury geïnterpreteerd als een teken van diepgang in het exploreren van het literaire landschap. Maar door expliciet te kiezen voor leesbaarheid (‘readibility’), werd de jury (voorgezeten door Stella Rimington, een ex-baas van MI5) overspoeld door een golf van kritiek en verontwaardiging. Volgens Andrew Motion creëerde men zo een vals onderscheid tussen kwaliteit en leesbaarheid, tussen literatuur met grote L en toegankelijke literatuur. Robert McCrum herkent in de shortlist de moderne tendens om romans als bandwerk voor de verkoopsmarkt te assembleren (IKEA-romans). Jeanette Winterson pleitte voor meer uitdagende literatuur. En er zijn zelfs plannen om een nieuwe Literature Prize in het leven te roepen om de strijd aan te gaan met de Booker. Deze bekroning zou Engelstalige kwaliteitsromans bekronen die gepubliceerd zijn in het Verenigd Koninkrijk, ongeacht het land van herkomst. Daarmee wordt vooral de druk opgevoerd om ook Amerikaanse schrijvers te kunnen bekronen. De Booker Prize mag dan een instituut zijn, de grote diversificatie aan afgeleide producten zoals de Booker International Prize en de Booker Best of Beryl (voor de overleden auteur Bainbridge die tot vijf keer toe genomineerd werd, maar nooit won) tasten het imago eerder aan dan het op te waarderen. Met een shortlist die bovendien als een van de zwakste uit haar geschiedenis bestempeld wordt — genres als thriller en western werden geselecteerd om het leesplezier te verhogen — , lijkt de malaise compleet. De recente aanduiding van Peter Stothard (editor van de Times Literary Supplement) als voorzitter voor volgend jaar, zou een literair reveil voorspellen voor 2012. Dat neemt niet weg dat de Booker een wispelturig creatuur blijft dat steeds de vaan naar de wind zet, nu eens door de kwaliteit van de literatuur, dan weer door de wetten van de commerciële markt te volgen. Gelukkig werd met de bekroning van Julian Barnes uiteindelijk toch voor een zwaargewicht gekozen, die nu voor de vierde keer genomineerd werd. Een ding is dan toch zeker: de Booker Best of Julian zal er niet komen.

De twee Canadezen Patrick deWitt en Esi Edugyan verhinderden dat de shortlist een Brits onderonsje werd. DeWitt woont na omzwervingen in Washington en Californië intussen in Oregon, waar zijn nieuwste roman, The Sisters Brothers, begint, midden negentiende eeuw. Het is een bizarre donkerkomische western over twee huurmoordenaars, Eli en Charlie Sisters, op weg naar Californië om een klus te klaren. Charlie is een niets en niemand ontziende moordmachine, terwijl Eli voortdurend twijfelt aan zijn roeping, wat voor de nodige discussies zorgt. Ondanks bloed en geweld is dit een western die dichter bij de reeks Deadwood en de films van de Coen Brothers aansluit dan bij Cormac McCarthy’s beklijvende boeken. Vooral enig besef van landschap en de invloed daarvan op de personages lijkt te ontbreken.
Esi Edugyans ouders zijn Ghanese migranten uit Alberta. Ondanks goede kritieken voor haar debuutroman, Het tweede leven van Samule Tyne, had ze moeite om een uitgever te vinden voor een tweede roman. Een verblijf als writer-in-residence in Duitsland leverde het idee om Half Blood Blues te schrijven over een zwarte (halfbloed) Duitse jazzmuzikant, Hieronymous Falk, die van de aardbol verdween na de val van Parijs in 1940. Vijftig jaar later keert Sid Griffiths, een Afro-Amerikaans lid van de band en de enige getuige van Hiero’s arrestatie door de nazi’s, terug naar Berlijn. Een aantal verdrongen geheimen komen bovendrijven in een verhaal van verraad en misleiding. Het thema van de jazzmusici komt echter beter uit de verf dan dat van het leven van Duitse kleurlingen in nazi-Duitsland. Dit boek werd bekroond met de prestigieuze Canadese Giller Prize, waarvoor Patrick deWitt ook genomineerd was.
De Britten A.D. Miller en Stephen Kelman zijn debutanten. Miller is een journalist van The Economist, waarvoor hij in de periode 2004-2007 werkzaam was als correspondent voor Rusland en de ex-Sovjet-Unie. Hij schreef eerder een familiegeschiedenis, maar debuteert nu als romanschrijver met een thriller over corruptie en decadentie in het hedendaagse Rusland. Het Britse hoofdpersonage Nick Platt leidt als bedrijfsjurist een comfortabel maar eentonig leven in Moskou. Als hij zich door twee Russische meisjes op sleeptouw laat nemen, zijn seks, spanning en intrige zijn deel, maar laat hij zich verglijden in een onethische wereld van corruptie en bedrog.
Stephen Kelman groeide op op de Marsh Farm estate in Luton, waar het in zijn tienerjaren een aantal keer tot heftige rellen kwam met de politie. Zijn gehypte debuutroman Pigeon English werd bij toeval ontdekt door een literair agent en uiteindelijk per opbod verkocht aan Bloomsbury voor een astronomisch bedrag. Het boek is sterk gebaseerd op een waargebeurde moord van een tiener door een straatbende van jonge tieners op de Peckham estate in Londen in 2000. De jonge Ghanees Harrison Opoku is net geëmigreerd met zijn moeder en zus naar de Dell Farm estate in Londen. Hij leert gaandeweg  te overleven in de stadsjungle. Als een van zijn klasgenootjes vermoord wordt, start hij een eigen onderzoek, wat niet in goede aarde valt bij de Dell Farm Crew, de plaatselijke bende.
Carol Birch ten slotte is intussen al aan haar elfde roman toe, maar is zich sinds 2003 aan het herprofileren als schrijfster. Ze wilde steeds meer afstand nemen van sterk vrouwgebonden fictie, wat uiteindelijk leidde tot een overstap van uitgever Virago naar Canongate. Jamrach’s Menagerie is haar derde historische roman, een genre waarin ze tot een zelfverzekerder schrijver is uitgegroeid. De enige historische basis is die van de Victoriaan Charles Jamrach, die flink aan de kost kwam als handelaar in exotische dieren. Hij redde een achtjarige uit de klauwen van een Bengaalse tijger, wat Birch als uitgangspunt neemt voor het fictieve verhaal van de vaderloze jongen Jaffy Brown die dankzij Jamrach aan de sloppenwijken ontsnapt en uiteindelijk inscheept richting Indische Oceaan, op zoek naar exoten. Het genre van de Britse maritieme avonturenroman wordt hier nieuw leven ingeblazen.
Vorig jaar leek het erop dat de Booker Prize het debuut had afgezworen, maar dit jaar stonden met Stephen Kelman en A.D. Miller weer twee debutanten in de kijker. Dat ging vooral ten koste van oudgedienden als Sebastian Barry en Alan Hollinghurst, die de shortlist niet haalden. De overwegend blanke Brits-Canadese shortlist was vooral een eerbetoon aan onafhankelijke uitgeverijen als Canongate, Granta, Serpent’s Tail en Atlantic Books — genomineerd met respectievelijk Carol Birch, Patrick deWitt, Esi Edugyan en A.D. Miller —, die zo ook een graantje van de meerverkoop konden meepikken. Dit werd door de jury geïnterpreteerd als een teken van diepgang in het exploreren van het literaire landschap. Maar door expliciet te kiezen voor leesbaarheid (‘readibility’), werd de jury (voorgezeten door Stella Rimington, een ex-baas van MI5) overspoeld door een golf van kritiek en verontwaardiging. Volgens Andrew Motion creëerde men zo een vals onderscheid tussen kwaliteit en leesbaarheid, tussen literatuur met grote L en toegankelijke literatuur. Robert McCrum herkent in de shortlist de moderne tendens om romans als bandwerk voor de verkoopsmarkt te assembleren (IKEA-romans). Jeanette Winterson pleitte voor meer uitdagende literatuur. En er zijn zelfs plannen om een nieuwe Literature Prize in het leven te roepen om de strijd aan te gaan met de Booker. Deze bekroning zou Engelstalige kwaliteitsromans bekronen die gepubliceerd zijn in het Verenigd Koninkrijk, ongeacht het land van herkomst. Daarmee wordt vooral de druk opgevoerd om ook Amerikaanse schrijvers te kunnen bekronen. De Booker Prize mag dan een instituut zijn, de grote diversificatie aan afgeleide producten zoals de Booker International Prize en de Booker Best of Beryl (voor de overleden auteur Bainbridge die tot vijf keer toe genomineerd werd, maar nooit won) tasten het imago eerder aan dan het op te waarderen. Met een shortlist die bovendien als een van de zwakste uit haar geschiedenis bestempeld wordt — genres als thriller en western werden geselecteerd om het leesplezier te verhogen — , lijkt de malaise compleet. De recente aanduiding van Peter Stothard (editor van de Times Literary Supplement) als voorzitter voor volgend jaar, zou een literair reveil voorspellen voor 2012. Dat neemt niet weg dat de Booker een wispelturig creatuur blijft dat steeds de vaan naar de wind zet, nu eens door de kwaliteit van de literatuur, dan weer door de wetten van de commerciële markt te volgen. Gelukkig werd met de bekroning van Julian Barnes uiteindelijk toch voor een zwaargewicht gekozen, die nu voor de vierde keer genomineerd werd. Een ding is dan toch zeker: de Booker Best of Julian zal er niet komen.

Stephen Kelman, Pigeon English, De Bezige Bij Amsterdam, 2011, 287 p., ill. € 18,9. ISBN 9789023465898. Vert. van: Pigeon English door Paul Van der Lecq. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2011

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri