Vertaald proza

Richard Powers: Het zingen van de tijd

door Kris van Zeghbroeck

In 1953 verscheen Saul Bellows roman De avonturen van Augie March. Het lijvige boek was een verassende openbaring die als een stortvloed van de bladspiegel stroomde. Het was alsof Bellow in één klap het Amerikaans als literaire taal definitief lanceerde of, zoals de openingszin van Augie March benadrukt: "Ik ben Amerikaan [...] en ik pak het leven aan zoals ik het mezelf heb geleerd, met de vrije slag, en ik zal verslag doen op mijn eigen manier". 50 jaar na de eerste Great American Novel verschijnt Richard Powers' Het zingen van de tijd. Het genre is intussen een vaste waarde geworden binnen de Amerikaanse literatuur, maar zou na een halve eeuw over(ge)wicht op zijn retour zijn.

Het identiteitsgevoel dat door Saul Bellows Augie March werd losgeweekt was zo intens dat de kritiek onderscheid begon te maken tussen 'Palefaces' ('Bleekgezichten' die zich op Europa en de Europese literatuur richtten) en 'Redskins' ('Roodhuiden' die een eigen Amerikaanse literatuur op eigen bodem voorstonden). Sindsdien domineert de Great American Novel de Engelstalige literatuur met steeds breder uitgewerkte fresco's van de Amerikaanse tijdgeest waarvan de omvang en het gewicht de lezer vaak stevig in zijn leesstoel geklemd houden. Het literaire equivalent van de Amerikaanse drang tot overconsumptie en chronisch overgewicht. Met ingang van de jaren '70 groeide bovendien de tendens om de Amerikaanse fictie te intellectualiseren: alle mogelijke kennis rond bepaalde materies werd in verheven theorieën en verregaande netwerken van verbanden gegoten. Met auteurs als o.m. Tom Wolfe, Thomas Pynchon, Robert Coover, William Gass, William Gaddis, Donald Barthelme, John Barth, Don DeLillo, Richard Powers Jeffrey Eugenides en Jonathan Franzen werd een Amerikaanse super league in het leven geroepen waarmee de rest van de Engelstalige literaire wereld zich niet kon of wilde meten. Toch gaan er de laatste jaren steeds meer stemmen op om zonder schroom met de Amerikaanse auteurs te wedijveren. Niet enkel wordt de almachtigheid van de Amerikaanse staat op lange termijn in vraag gesteld. Ook de hegemonie van de Great American Novel zou op zijn retour zijn. Volgens Gordon Burn ('After the flood', 'The Guardian', 15/12/2003) zouden recente Amerikaanse romans -- volgestouwd met lijsten en analyses -- bleke, oudbakken en vermoeiende afspiegelingen zijn van het frisse geweld waarmee Bellow indertijd het literaire toneel inpalmde. Wie in elk geval wat afstand lijkt te nemen van 'Big is beautiful' is Don DeLillo. Na eind vorige eeuw nog eens flink uit te halen in zijn ultieme Great American Novel Onderwereld waarin hij een eerbetoon aan Saul Bellows Augie March opneemt), doet hij het de laatste tijd wat dunner aan met zijn portrettering van de Amerikaanse tijdgeest in Kosmopolis. Waarschijnlijk een adempauze want Richard Powers omarmt na een aantal dunnere uitgaven opnieuw het baksteen-van-een-boekconcept met Het zingen van de tijd. Lijvige brainteasers volgepropt met verwijzingen naar allerhande doorwrochte materies, zonder het gebruik van een traditioneel personage waarmee de lezer zich kan identificeren, lijken hem en andere andere Great American Novelists op het lijf geschreven. Niet het leven zelf staat centraal maar abstracte concepten die in abstracte taal vaak tot in den treuren worden uitgemolken. Alles wordt onderling gerelateerd zodat het ziektebeeld apophenia (het spontaan ontdekken van verbanden en betekenissen tussen niet-gerelateerde entiteiten) de Great American Novel steeds verder aantast. Een klassiek geworden voorbeeld is Powers' meesterwerk De dubbele helix van het verlangen waar Bachs gebruik van vier muzieknoten in de Goldberg-variaties gerelateerd wordt met de vier nucleotiden van het DNA en de vier letters van het Hebreeuwse woord voor God om tot een dieper inzicht te komen van de kern van het mens-zijn. In die zin lanceert Gordon Burn de vraagstelling van de Amerikaanse criticus James Wood: "Can literature be simple?", waarbij de informatielawine die sommige auteurs bieden, wordt afgewogen tegen de eenvoud van anderen, die niet zozeer informatie geven maar eerder de lezer uitnodigen iets van zichzelf in te brengen. Het zingen van de tijd van Powers komt niet meteen tegemoet aan de verzuchtingen van Burn en Wood: het boek brengt nl. een ingenieuze constructie van klassieke muziek, raciale verhoudingen en Einsteins tijdsbegrip. Het zal niet eenvoudig zijn om jezelf in de situatie van een zwart-joods, Amerikaans-Duits gezin te plaatsen. Een raciaal explosieve combinatie voor de Amerikaanse buitenwereld van begin jaren '40. Daartegen gooien de ouders een buffer op, met de muzikale opvoeding van hun kinderen. Maar uiteindelijk zullen de kinderen en de kleinkinderen niet aan de stigmatiserende vooroordelen kunnen ontsnappen. In een synthese van geschiedenis en fictie reconstrueert de auteur de tijdgeest van het verloren verleden. Powers in de overtreffende trap kan je moeilijk als oudbakken en vermoeiend afdoen, integendeel! Er zit duidelijk nog leven in de Great American Novel.

Richard Powers, Het zingen van de tijd, Contact Amsterdam, 2003, 766 p., € 49,9. ISBN 9025411568. Vert. van: The time of our singing door Lindenburg, Mieke

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2003

deze pagina printen of opslaan



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri