Toneel

BOEKEN NR. 3, FEBRUARI 2016

Albert Camus: Caligula

door Francis Mus

Probeer hem te begrijpen
 
Een tijdje geleden had ik de gelegenheid om Javier Mas te interviewen, de Spaanse banduria-speler die sinds 2008 deel uitmaakt van de muziekband van Leonard Cohen. In eerdere interviews met bandleden was het mij al opgevallen dat Cohens muzikanten zich niet zoveel met de teksten en hun betekenis inlaten als ik vermoedde. Bij Javier Mas was dat enigszins anders: misschien was kwam het door zijn lange ervaring of misschien was het zijn afkomst die maakte dat hij een speciale interesse en gevoeligheid had ontwikkeld voor Cohens poëzie. We hadden het over de vaak moeilijke en complexe metaforiek die Cohen deels ontleent aan het werk van de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca. De mengeling van volkse, gypsy elementen en een radicaal nieuwe, avant-gardistische beeldentaal maakt zijn poëzie uniek. Eén van de vaak voorkomende beelden bij Lorca (en bij Cohen) is dat van de maan. De zeggingskracht van dat beeld had voor Mas alles te maken met de wil om in contact te treden. ‘The moon is contact’, zo besloot hij zijn gedachtegang.
 
Het is opmerkelijk dat hetzelfde beeld opduikt bij het begin van Caligula, het bekendste toneelstuk dat Albert Camus (1913-1960) zeventig jaar geleden aan het papier toevertrouwde. Op een spontane toon vertelt de Romeinse keizer aan zijn meest toegewijde dienaar Helicon dat hij triest is omdat hij er niet in geslaagd is om de maan te vangen, ‘een van de dingen die ik niet heb’. De vanzelfsprekendheid waarmee Caligula zijn verhaal brengt komt aanvankelijk nogal bevreemdend over, maar de lezer (of toeschouwer) wordt in tweede instantie wel meegesleept in de akelig consistente gedachtegang die daarna wordt aangehouden. Caligula wordt volledig ingenomen door zijn hang naar ‘de maan, of geluk, of onsterfelijkheid’ zodat hij ten slotte volledig ontspoort in de wreedheden waarmee hij de geschiedenis is ingegaan.
 
Hetgeen Caligula zover bracht om de maan te willen bezitten blijft buiten beeld: de dood van zijn zus (én maîtresse) Drusilla, waar hij af en toe naar verwijst in het begin, heeft zijn wereld door elkaar geschud en confronteert hem met ‘het absurde’. In Caligula laat Camus zien wat hij eerder onder woorden bracht in het filosofische essay Le mythe de Sisyphe (1942) en de roman L’étranger (1942). In 1938 al begon hij zijn eerste ideeën op papier te zetten en zes jaar later werd het stuk gepubliceerd. Daarmee leverde hij het laatste deel af van wat hij zelf ‘le cycle de l’absurde’ heeft genoemd, een begrip dat hij in Le mythe de Sisyphe definieert als het contrast tussen ‘de mens die vraagt en de wereld die zwijgt’. Hoewel de mens op elk moment van zijn bestaan met dit gevoel kan geconfronteerd worden, ‘op de hoek van een straat of in de draaideur van een restaurant’, valt de draagwijdte ervan moeilijk uit te leggen voor wie het zelf niet ervaren heeft. Geen gemakkelijke opgave dus om de kern van zijn cyclus accuraat te verwoorden: daarom opteerde Camus er misschien wel voor om het in drie verschillende genres te proberen.
 
In Caligula doet Camus iets waar historici niet toe in staat zijn: een rechtstreekse inkijk bieden in het hoofd van de keizer uit de 1ste eeuw na Christus door hem zelf aan het woord te laten (over Caligula’s leven zijn enkel secundaire bronnen bekend). Aan de hand van de verschillende reacties van de personages die Caligula omringen toont Camus zich een meester in het oproepen van de betekenis en de impact van het absurde. Zo is er Scipio, die voorhoudt dat ‘alle mensen een zachtheid in het leven’ hebben die hen helpt ‘om door te gaan’. Of Caesonia, die de anderen ertoe aanspoort om Caligula ‘te (proberen) begrijpen’ in zijn waanzin. Meteen wordt ook de betrokkenheid van de lezer op de proef gesteld. Wanneer de wreedheid haar dieptepunt nog niet heeft bereikt of wordt overstemd, al was het maar voor even, door de bezetenheid en niet aflatende overredingskracht van de Romeinse keizer – de tirannie kan ultiem gezien worden als een argument om het absurde te bewijzen – wordt de lezer gevraagd om een aantal vanzelfsprekendheden te laten varen en mee te gaan in Caligula’s redenering.
 
Ook al blijft het bij een denkoefening, de onderneming heeft iets hachelijks en zelfs weerzinwekkend. Dat voelt ook Cherea aan, die Caligula vlijmscherp van repliek dient. Hij erkent dat zekerheid ‘niet logisch maar wel gezond’ is en stelt het ‘leven’ en het ‘gelukkig zijn’ moedwillig boven het absurde, waarmee het onverenigbaar is. Hier klinkt zeker de moralistische stem van de auteur in door, maar het zou fout zijn om die radicaal tegenover die van Caligula te plaatsen. In zijn stuk laat Camus zien welke keuzes een mens kan maken en waartoe die van Caligula leidt terwijl hij in het voorwoord van de Amerikaanse uitgave Caligula’s keuze veroordeelt als ‘de meest menselijke en de meest tragische vergissing’. Het interessantste moment van het stuk is het punt waarop we even meegaan in de aansporing van Caesonia en ons op dezelfde lijn als Caligula plaatsen. Daar is moed voor nodig maar die tijdelijke vereenzelviging reikt ons een overtuiging aan die helpt, misschien wel meer nog dan de argumenten die Camus bij monde van de anders personages of in zijn filosofisch werk verwoordt, de ‘zuiverheid’ van Caligula te verwerpen.
 
De Nederlandse tekst, voortreffelijk vertaald door Yannick Dangre, kwam er naar aanleiding van de recente uitvoering onder leiding van Guy Cassiers, die zijn interesse in het fenomeen van de macht nogmaals bevestigt. De actualiteitswaarde van het stuk is vandaag even groot als bij de eerste opvoering en ook de bredere zoektocht naar waarheid en geluk hebben niets aan relevantie ingeboet. Cassiers’ sobere regie en de technische uitvoering vormden de perfecte klankkast om de dialogen, die soms zwaar op de hand zijn en vertolkt worden door niet-professionele acteurs, helder te laten overkomen. Wat op het eerste gezicht een filosofische bespiegeling lijkt, wordt zo in werkelijkheid een aangrijpend drama waarbij de hele mens op het spel wordt gezet. Cassiers blijft vrij trouw aan de brontekst en grijpt zijn kans om zijn persoonlijke stempel te drukken in de enscenering: elektronische tablets in plaats van schrijftabletten; passages waarbij eigentijdse humor en diepe tragiek briljant met elkaar verweven worden; het strategisch gebruik van grote, bewegende en lichtgevende schermen (ondertussen zijn handelsmerk) die de genadeloze wreedheid en de destructieve stuwkracht van de onpersoonlijke macht perfect verbeelden. De live-interpretatie is ongetwijfeld een meerwaarde, maar de ideeënrijkdom van de brontekst maken deze publicatie ook op zich bijzonder waardevol.
 
Antwerpen : Bebuquin 2015, 108 p. Vert. van: Caligula door Yannick Dangre? ISBN 9789075175561 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri