Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, FEBRUARI 2016

Lize Spit: Het smelt

door Tom Rummens

Een dreun op je achterhoofd die nog vele dagen lang nazindert. Dat is wat je voelt als je, bijna vijfhonderd pagina's na de openingszin, Lize Spits debuutroman dichtslaat. Niet dat het er niet zat aan te komen. Het onheil waarop het uiterst plotgedreven Het smelt uitdraait, stond eigenlijk van meet af aan al in de sterren geschreven. Maar de tergend scherpe en meedogenloos precieze manier waarop Spit het verhaal van een getroebleerde jeugd en de gevolgen vertelt, doen je toch nog verbluft naar adem happen. En dat laatste is moeilijk, met een dichtgesnoerde keel, smachtend naar een laatste zuchtje lucht, putlucht desnoods.   
 
Het smelt breekt qua thematiek nochtans geen potten. De plaats van handeling is Bovenmeer, het uitzichtloze dorp waar hoofdpersonage Eva haar jeugd doorbracht - Spit boetseerde het naar haar geboortedorp, het Kempense Viersel, een typisch Vlaams Jommekesdorp. Eva beleefde er haar niet geheel rimpelloze jeugd, om het zacht uit te drukken. Haar ouders marineerden hun teleurstellingen graag in te veel alcohol, basisrecept bij uitstek voor een kindertijd vol schaamte, onzekerheid en veel te vroeg afgedwongen verantwoordelijkheidszin. Dat laatste wordt versterkt door de aanwezigheid van kleine zus Tesje, een meisje met autisme, een extra zorg erbij voor Eva.   
 
Wanneer Eva en haar twee vrienden, Pim en Laurens, tijdens een warme zomer hun onschuld verliezen in een zoektocht naar kicks en vernedering met andere meisjes, loopt haar kindertijd abrupt af. ‘Deze zomer zou bepalend worden,’ schrijft ze, ‘dat wisten we alledrie. Juli en Augustus markeerden het einde van de lagere school en het begin van de middelbare school en alles wat we kenden, inclusief onszelf, stond op het punt te veranderen.’ Het begint allemaal opwindend, Eva die mee mag doen met de jongens en hun ontluikende seksualiteit, de zoektocht naar wie het verst durft te gaan. Maar het spel ontspoort volledig en de hechte band tussen de drie jeugdvrienden ontploft als een splinterbom: diep gekwetst en beschadigd vertrekt Eva uiteindelijk naar Brussel voor haar studies. Later blikt ze terug op die bewogen zomer: 
 
‘Negen jaar geleden, toen ik in Brussel kwam wonen, leken alle Arabieren van middelbare leeftijd op elkaar. Vandaag, op deze snelweg richting het dorp waar ik ben opgegroeid, lijkt elke blanke man achter het stuur op mijn vader.’
 
In deze twee korte zinnen vat ze alles samen: de jeugd, de vaderrol, de vlucht naar een grootstad, die eerst vreemd lijkt maar uiteindelijk vertrouwd aanvoelt in al haar anonimiteit. En de terugkeer, jaren later dus, van Eva naar haar geboortedorp. Met op de achterbank een groot ijsblok, dat langzaam maar zeker smelt - een meesterlijke literaire vondst, dat ijsblok, een motief dat briljant gedoseerd door het boek geweven is en dat de lezer blijvend zal herinneren aan de afwikkeling van de plot. Het smelt is daardoor ook een boek dat je niet weglegt zonder eerst nóg een hoofdstukje te willen lezen.   
 
Dat toont haar pure vakmanschap, en dat is geweldig, maar Lize Spits talent gaat veel verder. Ze is een grootmeester in het oproepen van herkenbaarheid en van de werkelijkheid in haar meest alledaagse, vanzelfsprekend aandoende verschijningsvorm. Maar onder dat vernislaagje van slaapverwekkend vertrouwen, krioelen onheil en verderf als een amorfe massa maden door elkaar heen. Alles is schone schijn, en daaronder gaapt een beerput. In Het smelt licht Spit het deksel van die beerput: het is een geur om nooit meer te vergeten.   
 
Amsterdam : Das Mag 2016, 2016, 478 p. ISBN 9789082410617 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri