Vertaald proza

BOEKEN NR. 3, FEBRUARI 2016

Fabio Genovesi: Wat de golven brengen

door Inge Lanslots

In interviews heeft Fabio Genovesi, die in het mondaine kustplaatsje Forte dei Marmi geboren is (1974) en er ook opgroeide, het vaak over de zee. Voor de Toscaanse auteur is de zee bron van alle leven, maar ook ons referentiekader, terwijl het vasteland de uitzondering is. Genovesi voegt daaraan toe dat op het vasteland mensen nogal snel geneigd zijn te denken dat ze alleen zijn en dat ze zich afsluiten voor anderen. De zee verbindt echter hun levens, al kan ze die tegelijkertijd ontwrichten. Zo rouwen de drie hoofdpersonages van Wat de golven brengen om de zeventienjarige Luca, die tijdens het surfen wordt opgeslokt door die golven. Ondanks een naar voorgevoel had zijn moeder, Serena, hem op aandringen van Sandro, de hulpleraar, op surfkamp laten gaan. Beiden voelen zich nu schuldig over zijn dood. Luca was een uiterst sportieve en populaire jongen, terwijl Luna, zijn elfjarige zus, vaak wordt verstoten omwille van haar excentrieke uiterlijk – ze is albino. Met haar eigengereide gevoel voor ironie troost Luna zich echter met de gedachte dat het haar elders in de wereld nog veel erger zou vergaan.
  Haar gedachten, doorspekt met jongerentaal en vloekwoorden, brengt de verteller in de ik-persoon. Die van Sandro worden in de derde persoon beschreven, maar Luna’s moeder spreekt de verteller dan weer aan met ‘jij’: ‘Jij heet Serena, maar sereen ben je echt voor geen meter’. Net zoals in zijn debuut, Vissen voeren (2012), doet Genovesi dat heel bewust. De auteur is er immers van overtuigd dat je als man geen volwassen vrouwelijk personage in de ik-vorm kan opvoeren. Hoogst ongeloofwaardig vindt hij dat. Vandaar dat de verteller zijn volwassen vrouwelijke personages in de tweede persoon aanspreekt en hen assembleert aan de hand van vrouwen uit zijn naaste omgeving.  
 
In het kielzog van Luna, Serena en Sandro brengt de verteller een aantal excentrieke nevenpersoon ten tonele. Luna trekt op met Zjot, een jongetje uit Tsjernobyl dat een verouderd en formeel Italiaans spreekt, en tot groot ongenoegen van alle andere personages mondharmonica speelt. Sandro heeft twee vrienden, Marino en Rambo, die net zoals hij bij hun ouders inwonen. Deze mammoni (mama’s-kindjes) doen dat vaak uit noodzaak omdat je in Italië op je veertigste nog makkelijk de ene tijdelijke job na de andere moet aannemen.  
 
Het fenomeen van de mammoni linkt Genovesi op tragikomische wijze met andere kenmerken van de Italiaanse samenleving, zoals de wijdverspreide belastingontduiking en de tergend trage bureaucratie. De auteur hecht hierbij veel belang aan het vertelritme. Hij herschrijft zijn teksten tot, zoals hij in interviews herhaalt, de woorden zijn tong laten dansen, maar in zijn meanderende vertelling durft Genovesi wel wat te veel digressies in te bouwen. Hierdoor wordt Wat de golven brengen wat te wijdlopig. In een gebaldere versie zou de link tussen Luna’s leven en dat van Tages uit de Etruskische mythologie ook meer tot zijn recht komen.

Ondanks dat alles is Luna’s verhaallijn de meest meeslepende. Genovesi’s tweede roman, die de Strega-prijs voor de jeugd wegkaapte, lijkt zich dan ook vooral tot jongere lezers te richten, maar de roman kan ook gesmaakt worden door wie wil inzien dat volwassenen vaker leren van kinderen dan omgekeerd.  
 
Amsterdam : Signatuur 2015, 452 p. Vert. van: Chi manda le onde door Manon Smits en Pieter van der Drift. ISBN 9789056725419 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri