Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MAART 2016

Karel Čapek: Krakatiet

door Lukas Vanacker

De Tsjechische schrijver Karel Čapek (1890-1938) wordt door zijn sciencefictionwerk vaak vergeleken met George Orwell. Nochtans is Čapek hier amper bekend. Ten onrechte, zo blijkt uit de eerste Nederlandse vertaling van zijn boek Krakatiet, verschenen in 1924.
 
Alles draait om de scheikundige Prokop, de uitvinder van het krakatiet, een aartsgevaarlijke en unieke springstof die door zijn verwoestende kracht de hele wereld kan doen ontploffen. Daardoor komt de uitvinder in het vizier van alle wereldmachten en slechteriken ter wereld, die jacht maken op het poeder. Maar Prokop wil zijn uitvinding niet uit handen geven, en start daarvoor een lange zoektocht naar een onbekende gesluierde deerne, de enige die hem kan helpen.
 
De parallel met de atoombom, die pas later werd uitgevonden, ligt voor de hand. Maar Čapek vervalt niet in een moraliserend, pacifistisch verhaal. Integendeel: de schrijver dendert in een onderhoudende, lichtvoetige, maar evengoed bedachtzame stijl door het hele verhaal. Dat komt vooral door het hoofdpersonage Prokop, het prototype van de knettergekke zenuwachtige geleerde, die door zijn onstuimige, emotionele karakter van het ene in het andere avontuur, twistgesprek of gevecht belandt.
 
Prokop valt voortdurend ziek, wordt op elke vrouw en heeft louter griezelige dromen die zich vermengen met de realiteit, maar het verhaal toch geloofwaardig houden. De absurditeiten houden niet op: hij gaat op zoek naar een vrouw die hij amper heeft gezien, probeert te vluchten uit een zwaar bewaakt kasteeldomein, raakt bijna verlamd na zijn eerste rit op een paard en verbrandt zijn vingers bij talrijke experimenten. Maar door zijn geniale vlagen kijkt iedereen evengoed naar hem op, zoals tijdens zijn gevangenschap in het kasteeldomein, waar hij in de watten wordt gelegd tussen allerlei ‘geparfumeerde idioten’.
 
Karel Čapeks grappige stijl (‘Gelukkig was dokter Krafft bijziend en bovendien idealist en daardoor volkomen onafhankelijk van zijn toevallige omgeving’) maken het boek onweerstaanbaar, ondanks het zwakke begin en einde. Čapek schreef het boek in 1924, maar het verhaal is zo tijdloos dat het verhaal zich even goed vandaag zou kunnen afspelen. Dat is een pluim voor de visionaire auteur.

Amsterdam : Wereldbibliotheek 2016, 366 p. Vert. van: Krakatit door Irma Pieper. ISBN 9789028426399 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De Ghanese diaspora in het werk van Yaa Gyasi

Ontworteling en identiteit

De opgang

Stefan Hertmans

Het hele leven

Bart Moeyaert, Peter Van den Ende (ill.)

Het huis met de kersenbloesem

Sun-mi Hwang

Het leven speelt met mij

David Grossman

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2020

De lijst van dingen die niet zullen veranderen

Rebecca Stead

Dier vrienden. Een boek vol beestige duo's

Coco & June

Het geheim van de tuin

Jan Paul Schutten, Joris Bijdendijk, Floor Rieder (ill.)

Over het werk van Joukje Akveld

Speels, scherpzinnig en met heldere inzichten

Stilte heeft een eigen stem

Ruta Sepetys

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri