Poëzie

BOEKEN NR. 5, MAART 2016

W.G. Sebald: Over het land en het water. Een keuze uit de gedichten 1964-2001

door Stijn De Cauwer

Weinig hedendaagse schrijvers zijn zo veelbesproken als Sebald. Sinds zijn overlijden in 2001 waren het eerst en vooral zijn romans die een enorme indruk maakten. Zijn kenmerkende stijl, met lange meanderende zinnen, soms onderbroken door een welgekozen foto, en zijn romanpersonages die een loodzwaar verleden met zich meedragen en die na lang ronddolen een plekje voor zich proberen te maken, ver van alle aandacht, wordt nu ‘Sebaldiaans’ genoemd. Terecht of niet, de romans van diverse schrijvers als Teju Cole of Stefan Hertmans worden in de bespreking onmiddellijk vergeleken met Sebald. De eenzame personages die hun plaats en draai niet kunnen vinden in de maatschappij, bieden vanuit hun positie in de marge een tegendraadse kijk op de geschiedenis, waarbij in de meest diverse fenomenen sporen worden gelezen van een duister verleden. De impact van zijn romans was zo overweldigend, dat men ook meer aandacht is beginnen besteden aan de rest van zijn enorme literaire productie: essays, academisch werk en gedichten. Doordat zo veel aandacht naar zijn romans gaat, vergeet men soms dat Sebald gedurende heel zijn leven als schrijver gedichten heeft geschreven. Met Over het land en het water. Een keuze uit de gedichten 1964-2001 krijgen we nu ook in het Nederlands een selectie van zijn gedichten. Sommige van deze gedichten zijn tijdens zijn leven in het Duits op diverse plaatsen gepubliceerd. Andere komen uit twee schriften die Sebald blijkbaar had klaargemaakt voor publicatie en die men na zijn dood heeft teruggevonden. De vroegste gedichten die in het boek zijn opgenomen zijn door Sebald op twintigjarige leeftijd geschreven, en de laatste zijn kort voor zijn dood.
 
Eigenlijk zou men de gedichten in dit boek volstrekt onbevangen moeten lezen. Zonder al wat men reeds weet over Sebald. Zonder wat men stilistisch en inhoudelijk is gaan verbinden met zijn romans. Het gevaar bestaat namelijk dat men de gedichten te veel in het licht van zijn romans gaat zien. Maar toch, zoals ook Teju Cole opmerkte in een bespreking in The New Yorker van de Engelse vertaling van deze gedichten, zijn er duidelijke gelijkenissen tussen zijn gedichten en zijn romans. Cole merkt overigens terecht op dat Sebald altijd al de grenzen tussen verschillende genres heeft doen vervagen: poëzie, proza, memoires, biografische stukken, fotografie... Soms zal de lezer concrete elementen herkennen die ook in zijn romans voorkomen. Zo is er een gedicht waarin dokter Tulp wordt opgevoerd, gekend van het beroemde schilderij van Rembrandt dat Sebald bespreekt in De ringen van Saturnus. Ook aan Norfolk, wat in dezelfde roman voorkomt, is een gedicht gewijd.

Het eerste wat opvalt aan de gedichten is dat ze vaak geschreven zijn vanuit het perspectief van iemand die onderweg is. Treinen, boten of vliegtuigen komen vaak aan bod. Het onderweg zijn biedt een aparte, melancholische kijk op de dingen, zoals in het eerste gedicht:

Moeilijk te begrijpen
is namelijk het landschap
wanneer je in de sneltrein
van daar naar ginds voorbijrijdt
terwijl het zwijgend
toekijkt hoe jij verdwijnt.
 
De beschreven landschappen zijn slechts schijnbaar idyllisch. Er gaat steeds een onbehaaglijk of ontregelend effect van uit. Dit effect wordt nog vergroot wanneer we de verklarende noten lezen bij sommige van de plaatsnamen. Zo komen in een gedicht waarin een winterse tocht wordt beschreven de plaatsnamen Landsberg, Hahn, Buchloe en Kaufbeuren voor. Namen die ons eerst niet vreemd voorkomen, maar bij het lezen van de noten blijken het allemaal plaatsen te zijn met een gruwelijk verleden tijdens het Naziregime. Het ontregelend perspectief van iemand die onderweg is waardoor men sporen van een traumatische geschiedenis kan lezen in het landschap is misschien wel het meest typische kenmerk van Sebalds werk. Zijn gedichten bevatten vaak beelden van iemand die probeert tekens te lezen in bepaalde objecten, zoals bij een horoscoop of in een atlas. Mensen proberen uit rook, in de wolken, in koffiegruis of uit de barometerstand de toekomst te voorspellen, ook al staat er: ‘Uit de voorspellingen vallen geen conclusies te trekken.’ Hoe treffend voor de kenmerkende sfeer van Sebalds werk is bij voorbeeld het laatste gedicht in de bundel, van slechts vier korte verzen en een titel:
 
Opzijkijkend
ziet het oog
van de hond alles
nog net zo als het
in den beginne was.
 
Met deze verzameling gedichten wordt een belangrijk onderdeel van Sebalds literaire productie beschikbaar in het Nederlands. Hierdoor kan ons beeld van de enigmatische schrijver weer wat worden bijgesteld, want zoals hij in een van de gedichten schrijft: ‘We laten ons portret na, Onopzettelijk.’
 
Amsterdam : Bezige  Bij 2016, 132 p. Vert. van: Über das Land und das Wasser : Ausgewählte Gedichte 1964-2001 door Ria van Hengel. ISBN 9789023495871 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri