Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MAART 2016

Tore Renberg: Tot morgen

door Anja Goyens

Iets meer dan driehonderd pagina's ver in Tot morgen treffen we Jan Inge, horrorfanaat en ook de vadsige leider van een groepje kleine criminelen, in de badkamer aan. Wanneer zijn zus Cecilie binnenkomt, ziet ze hem tot haar grote verbazing huilend op het toilet zitten. Ze vraagt hem wat er scheelt en ontlokt zo een emotionele uitbarsting die eindigt met:   
‘Ja, ik zit op de wc. De laatste schans van de privéwereld. En ja, misschien pleng ik een traan. Ja. Misschien komt het leven af en toe wat te overweldigend op me over.’
 
De mengeling van kolder en tristesse in deze scène is typerend voor het hele boek. In Tot morgen loopt voortdurend van alles mis. De lijn tussen lachen en huilen is dun. En het wordt allemaal in een stortvloed aan levendige en gedetailleerde beschrijvingen gegoten.

Tore Renbergs lijvige boek – het eerste deel van de ‘Texas-trilogie’ --  is een creatieve ontleding van de duistere kantjes van de mens. Het is bevolkt met personages die elk hun eigen geheim met zich meedragen. We maken kennis met een man wiens gokprobleem hem met enorme schulden heeft opgezadeld, met een braaf tienermeisje dat tot over haar oren verliefd wordt op een wel heel foute jongen, met een verlopen vrouw die bij een groepje criminelen hoort en zwanger is maar niet weet van wie. Drie broeierige herfstdagen lang volgen we de lotgevallen van een tiental personages wier levens meer en meer met elkaar verbonden blijken te zijn. Renberg focust per hoofdstuk op één van die personages maar blijft altijd in de derde persoon schrijven. Toch slaagt hij erin elk personage een eigen stem te geven.  
 
Tot morgen wordt op de achterflap bejubeld door Karl Ove Knausgard, die het ‘een majestueuze pageturner’ noemt. Fans van Knausgard kennen Renberg al als personage in de autobiografische ‘Mijn strijd’-reeks – de twee auteurs zijn immers goed bevriend. Net als Knausgard bezuinigt Renberg niet op het aantal woorden en neemt hij zijn tijd om sfeer te scheppen en verhaallijnen uit te zetten. Dat maakt dat het aanvankelijk een beetje geduld vraagt om je het tempo van Tot morgen eigen te maken. Soms klinkt het allemaal wat te bombastisch en te breedsprakerig. Na verloop van tijd komen de personages echter net door deze aanpak wel tot leven en ben je benieuwd hoe het verder met ze zal gaan. De rauwheid van de personages trekt aan en stoot tegelijkertijd af – maar houdt wel de aandacht vast.  
 
Tot morgen is een onderhoudend boek dat regelmatig met scherpe observaties verrast. Voor lezers met doorzettingsvermogen, die niet terugschrikken voor woordenwatervallen. Voor wie een kijkje wil nemen aan de onderzijde. Zoals Malene vraagt aan haar door Evanescence geobsedeerde, van top tot teen in het zwart gehulde zusje: ‘Wat denk je dat dit leven is? Een spel met pijn?’ Precies dat spel heeft Renberg in dit eerste deel van zijn trilogie op papier gezet.  
 
Antwerpen : Manteau 2015, 470 p. Vert. van: Vi ses i morgen door Lucy Pijttersen. ISBN 9789022331460 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 6, JUNI 2018

De avond is ongemak

Marieke Lucas Rijneveld

De belofte. Requiem voor de misdaadroman

Friedrich Dürrenmatt

De integratie van heden en verleden bij Arnaldur Indriðason

Eenzaamheid en existentiële koudbloedigheid

Habitus

Radna Fabias

Menselijke voorwaarden

Junpei Gomikawa

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 6, JUNI 2018

Aluna

Karla Stoefs

De tunnels

Dave Eggers, Aaron Renier (ill.)

Een indiaan als jij en ik

Erna Sassen, Martijn van der Linden (ill.)

Mijn grote vriend Leeuwwitje

Jim Helmore, Richard Jones (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri