Nederlands proza

BOEKEN NR. 6, APRIL 2016

Rodaan Al Galidi: Hoe ik talent voor het leven kreeg

door Christophe Van Eecke

Rodaan Al Galidi is ongetwijfeld één van de beste auteurs die tegenwoordig in het Nederlands schrijven. Nochtans is hij geboren in Irak en kwam hij pas in 1998 naar Nederland. Ondanks zijn verschillende literaire successen, met meerdere bekroning achter zijn naam, zakte hij in 2011 toch nog voor zijn inburgeringstoets; wat vermoedelijk meer zegt over de onzin (of waanzin) van de toets dan over de auteur. In elk geval is dat fait divers treffend in het licht van Al Galidi’s nieuwste roman.
 
In Hoe ik talent voor het leven kreeg vertelt hij de lange calvarie van Semmier Kariem, een vluchteling uit Irak, doorheen zijn bestaan in een Nederlands asielzoekerscentrum. Daarbij heeft de auteur een dun laagje fictie over zijn eigen ervaringen (en de ervaringen van mensen uit zijn omgeving) gelegd: hoewel dit geen autobiografie is, benadrukt de auteur dat het verhaal wel waarachtig is en dat alles dat erin gebeurt ook effectief iemand is overkomen. Daarmee heeft Al Galidi dan geen roman à clef geschreven, maar wel een indrukwekkend stuk factie, autofictie, of hoe je het verder ook wilt noemen.
 
Maar ongeacht wat je het noemt, dit is superieure literatuur. In 82 korte hoofdstukjes schetst Al Galidi een indringend, ontluisterend en schokkend portret van de Nederlandse samenleving. Het begint al op Schiphol, waar Semmier in een klein kamertje wordt opgesloten en in de rug geschopt, om vervolgens van een ambtenaar te horen dat zoiets niet kan omdat er geen dergelijke kamertjes bestaan op Schiphol. Daarmee is de toon gezet. Zonder drammerigheid, maar integendeel in een vlotte en vaak nuchtere taal vertelt Al Galidi over de wantoestanden, vernederingen, achterbaksheid en gluiperigheid van de Nederlander in relatie tot de asielzoeker. Daarbij weigert Semmier vaak om te (ver)oordelen omdat het in Nederland uiteindelijk nog zoveel beter is dan elders. Inderdaad, de asielzoekers krijgen een nette kamer, kunnen sporten, hebben een bibliotheek, enzovoort, maar dat neemt niet weg dat ambtenaren hen soms jarenlang in het ongewisse laten over hun verblijf, in een plaats met minimale privacy en waar velen uiteindelijk depressief worden of zelfs zelfmoord overwegen. Het is net de welwillendheid van Semmier die de beschrijvingen van het leven in het asielzoekerscentrum een scherpe rand van ironie geven. Hij vergoelijkt vaak wat in wezen onvergeeflijk is.

Stilistisch is het boek een meesterstuk. Weinigen hanteren vandaag de Nederlandse taal met de trefzekerheid, de elegantie, de zuivere helderheid, en de verfijnde ironie die deze voor zijn inburgering gezakte auteur aan de dag legt. Al Galidi mikt niet op schoonschrijverij maar schrijft een bedrieglijk eenvoudig Nederlands dat echter vol zit met uiterst scherpzinnige observaties. Zijn gebruik van ironie, vaak bijna onmerkbaar subtiel, is meesterlijk en stuurt de lezer trefzeker in de richting die auteur wil. Die ironie zit soms in de toon van een zin, maar soms ook in de beslissing van de auteur om een observatie doorheen het standpunt van een personage weer te geven, waardoor de werkelijkheid clasht met perceptie ervan door iemand uit een andere cultuur. Hierdoor krijg je ook duidelijk het gevoel dat Semmier, die de vertelstem is van het boek, terugblikkend schrijft en hier en daar zijn eigen venijn loslaat op zijn herinneringen. Deze asielzoeker is door scha en schande slim geworden en gebruikt die wijsheid nu om het Nederlandse migrantenbeleid met ontzettend veel welwillende empathie radicaal in zijn hemd te zetten. Het resultaat is een levendige en meeslepende roman die echter (althans voor deze lezer) traag leest omdat je zowat na ieder hoofdstuk het boek even gedegouteerd opzij legt. Want Nederland komt er toch wel zeer bekaaid vanaf. De manier waarop met mensen wordt omgesprongen getuigt van een kille, efficiënte, uiterlijk vriendelijke harteloosheid die het bloed doet koken. Wat een bekrompen en hardvochtig volkje! Uiteraard hoeven wij in België niet al te hard te roepen: de situatie is hier amper beter, en bovendien hebben wij een staatssecretaris voor migratie die graag de verjaardagsfeestjes van nazi-sympathisanten afschuimt. Maar dat is dan ook de sociale en politieke achtergrond waartegen men deze roman moet lezen. De recente ontwikkelingen omtrent de migrantencrisis tonen aan dat de situatie er alleen maar op achteruit is gegaan.
 
Hoe ik talent voor het leven kreeg is een belangrijk, meeslepend, opruiend, maar vooral ook meesterlijk boek. Zoals alle goede literatuur geeft het literair genot terwijl het ons tegelijkertijd dwingt om onszelf in vraag te stellen. Dit is nu al hèt boek van dit en de omliggende jaren.

Jurgen Maas, 2016, 472p. ISBN 9789491921209 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri