Nederlands proza

BOEKEN NR. 6, APRIL 2016

Gie Bogaert: Roosevelt

door Jooris van Hulle

150 jaar al is de Antwerpse Rooseveltplaats een van de drukste pleinen in Antwerpen, waar dagelijks honderden bussen en trams de deuren openen voor aankomende of vertrekkende reizigers. Dat Gie Bogaert het plein als personage opvoert in zijn roman Roosevelt, zorgt meteen voor een verrassende invalshoek. ‘Pleinen hebben de gave van het overzicht. En het inzicht’, zegt het personage Franklin, met een allusie op zijn beroemde achterneven en achternichten in Moskou, Peking, Rome of Caïro, op zeker moment, ‘wij geven een stem aan wie nooit werd gehoord.’ 

De stemmen die Bogaert laat horen, zijn heel divers, van een literatuurdocent die een oogje heeft op een van zijn studentes (‘we zijn al een hele tijd erg goed in het veinzen van interesse voor elkaar’), tot een Pools hoertje, een trambestuurder die aan zijn laatste rit bezig is voor hij met pensioen zal gaan, een toiletmadam die nauwelijks het daglicht ziet en zich de nukken en grillen van de klanten moet laten welgevallen, het vrouwtje dat de gebruikers van een van de tramlijnen moet tellen, een door zijn liefje afgewezen jongeman die wraak wil nemen door onschuldige slachtoffers neer te knallen… Hun verhalen, hun wensdromen, hun verzuchtingen, hun ontgoochelingen (Bogaert citeert Jeffrey Eugenides: ‘Iedereen vecht tegen de wanhoop, maar finaal wint die altijd. Het hoort zo. Het is dat wat ons afscheid doet nemen’) worden door Bogaert in kaart gebracht binnen het tijdsbestek van één dag, een broeierig hete zomerdag waarop de spanning van de geprogrammeerde voetbalinterland tussen België en Nederland die ’s avonds moet plaatsvinden, voor het nodige animo zorgt. De diversiteit aan stemmen zorgt in de roman ook voor een gevarieerde stilistische aanpak, die de personages letterlijk en figuurlijk op de huid is geschreven en de geloofwaardigheid van de roman en de erin vertelde levensverhalen meteen een stevig fundament bezorgt.
 
Wat Roosevelt dan weer als roman een eigen signatuur meegeeft, is de manier waarop Gie Bogaert het geheel binnen een fictioneel kader plaatst. Het aan Bernlef ontleende motto maakt dat de lezer meteen op zijn hoede is: ‘Liegen. Wat een ontdekking.’ Of, zoals Franklin aan het slot zegt: ‘Vertrouw nooit een oude man. Ik heb zelfs jou [bedoeld hier is de lezer die in de roman door het plein rechtstreeks wordt aangesproken – jvh.] verzonnen.’ De frictie tussen werkelijkheid en verbeelding wordt nog verder benadrukt door de boventekst die door een jongen in krijt op stoep wordt uitgeschreven – het procedé herinnert aan Louis Paul Boon, of aan de ‘onderteksten’ die Jeroen Theunissen in zijn dichtbundels hanteert – en Roosevelt als roman een plaats geeft: het gaat om de zoektocht naar liefde, over de verdroomde wereld er rond : ‘het is fantasterij’, en vooral aan het slot dan: ‘Dee dacht dat ze in al de moeite die ze hadden gedaan om hun levens een beetje op te poetsen misschien ook haar hadden verzonnen’). De liefde, daar draait het om in Roosevelt. Want: ‘Als je de liefde niet vindt, loop je altijd verloren.’ Of nog: ‘Liefde is geen keuze. Liefde is een kans.’ De kans om rond dit motief een sterke en overtuigende roman te schrijven heeft Gie Bogaert niet laten liggen.
 
Amsterdam : De Bezige Bij 2016, 206 p., ISBN 9789023496786  

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri