Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, APRIL 2016

Yann Martel: De hoge bergen van Portugal

door Anja Goyens

Een bestseller schrijven kan naast een zegen ook een vloek zijn. In de nasleep van het succes van zo’n boek wordt de druk om voor een minstens even goede opvolger te zorgen immers wel erg groot. Met dit probleem lijkt ook Yann Martel, auteur van het door Ang Lee prachtig verfilmde Life of Pi, te hebben geworsteld. Na de publicatie van deze topper in 2001 duurde het tot 2010 voor er een nieuw boek kwam: het niet in het Nederlands vertaalde Beatrice & Virgil. Nog eens zes jaar later is er nu De hoge bergen van Portugal, een ambitieuze roman waarin Martel trouw blijft aan zijn geliefde thema’s en zijn magisch-realistische aanpak.  
 
De hoge bergen van Portugal is opgedeeld in drie delen, die subtiel met elkaar verweven blijken te zijn. In het begin van de twintigste eeuw gaat Tomás op basis van het eeuwenoude dagboek van een priester op zoek naar een mysterieus voorwerp dat voor religieuze commotie zal zorgen. Eind jaren dertig voert een patholoog een merkwaardige autopsie uit op een oude man. En begin jaren tachtig zegt een Canadese senator zijn politieke carrière vaarwel om zich met een chimpansee als metgezel in de bergen van Portugal terug te trekken. Drie mannen, drie tijdstippen, drie verhalen over rouw, zingeving, de zoektocht naar een thuis en naar wat het betekent om mens te zijn.  
 
‘Hoe zit het toch met al die apen?’ vraagt het ene personage aan het andere in de laatste pagina’s van het boek. Dezelfde bedenking hadden we ons als lezer ook al gemaakt: in Life of Pi was het een orang-oetan, in Beatrice & Virgil een brulaap, en in De hoge bergen van Portugal is het een chimpansee. Duidelijk is dat Martel graag apen – en dan nog vooral mensapen – in zijn verhalen opvoert – en nog liever laat hij de grens tussen aap en mens vervagen. Niet voor niets legt hij Tomàs volgende woorden in de mond: ‘Wij zijn opgeklommen apen, geen gevallen engelen.’ En zo is dit nieuwe boek meteen ook weer een onderzoek naar religie en de behoefte aan zingeving dat perfect bij Life of Pi aansluit, een verhaal dat enerzijds ontluistert en anderzijds hoop biedt.  
 
Deze premisse is veelbelovend, maar het is jammer dat Martel er niet in slaagt om opnieuw het niveau van Life of Pi te halen. Waar dat eerdere boek uitblonk in soberheid, gaat de boodschap van De hoge bergen van Portugal soms verloren in overdaad. De drie verhalen worden enigszins kunstmatig aan elkaar geknoopt, en het magisch realisme wordt al te ver doorgedreven. Ook verliest Martel zich soms in kolder – bijvoorbeeld bij het beschrijven van de worstelingen van Tomás met dat vreemde moderne monster, de auto. Hier en daar weet de auteur wel degelijk te ontroeren (met name in het laatste deel) en af en toe scoort hij ook goed wat betreft humor en originaliteit, bijvoorbeeld in de vergelijking van de evangelies met de misdaadromans van Agatha Christie. Maar een wauw-effect zoals we dat hadden na het lezen van Life of Pi? Dat is er na het dichtslaan van dit nieuwe boek jammer genoeg niet.  
 
Amsterdam : Prometheus 2016, 318 p.Vert. van: The high mountains of Portugal door Marijke Versluys. ISBN 9789044630121 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri