Vertaald proza

BOEKEN NR. 7, MEI 2016

Robert Walser: Jakob von Gunten

door Stijn De Cauwer

Nadat de Nederlandse vertaling van Robert Walsers novelle De wandeling een onverwachte hit was, heeft Uitgeverij Lebowski nu ook zijn roman Jakob von Gunten opnieuw uitgegeven. Rond Walser hangt nog steeds een waas van mysterie. Eigenlijk zou hij al lang tot het rijtje van de allerberoemdste Duitstalige schrijvers moeten behoren, maar er is iets aan zijn eigenaarde, zichzelf wegcijferende persoon en zijn soms bevreemdende stijl dat er bijna voor zorgt dat beroemdheid niet bij hem past. Nochtans waren zijn bewonderaars niet de minste. Het is geweten dat Kafka erg beïnvloed was door Walser en dat hij zich voor sommige personages in zijn werk heeft laten inspireren door de personages van Walser. Hermann Hesse, Walter Benjamin, Robert Musil of Stefan Zweig liepen allemaal hoog op met zijn werk. Van de meer recente schrijvers hebben onder meer W.G. Sebald of J.M. Coetzee altijd openlijk hun bewondering voor Walsers werk uitgedragen.

Walser heeft echter nooit veel gemerkt van al deze lof tijdens zijn leven. Hij kon niet leven van zijn schrijven en moest erg bescheiden jobs uitvoeren, bij voorbeeld werken als butler. Deze bescheidenheid is typerend voor Walser en zijn romanpersonages. Hijzelf en zijn romanpersonages lijken zo klein mogelijk te willen zijn, zoals Sebald opgemerkt heeft. Ze lijken zo weinig mogelijk plaats in de wereld te willen innemen en zelfs te verdwijnen zonder een spoor na te laten. Met Walser ging het steeds slechter, zowel met zijn financiële situatie als met zijn geestelijke gezondheid. Hij moest herhaaldelijk worden opgenomen in sanatoria en instellingen. Zijn neiging om ‘zich klein te maken’ werd zelfs merkbaar in zijn zeer bijzondere manier van schrijven. Hij ontwikkelde namelijk een minuscuul, zo goed als onleesbaar schrift en hij schreef zijn teksten in dit schrift op de witte ruimtes van blaadjes papier die hij tot zijn beschikking had: van kalenderblaadjes tot de achterkant van ontvangen postkaarten. Deze teksten, en waar men lang over gedaan heeft om ze te ontcijferen, staan nu bekend als de microscripts. Wat ook een deel is geworden van de mythologie rond Walser is het feit dat hij graag alleen lange wandelingen deed. Dit beeld van de gekwelde maar enorm getalenteerde schrijver, die zich zoveel mogelijk terugtrok van de wereld en die lange wandelingen maakte, heeft hem bijna tot een soort figuur uit een roman van Sebald gemaakt. Maar op een dag vond men het dode lichaam van de schrijver in de sneeuw, nadat hij tijdens een van zijn wandelingen was overleden om onduidelijke redenen.  
Walsers leven, zijn tragiek en bescheidenheid, zijn neiging om zich ‘klein’ te maken of om zo goed als onleesbaar klein te schrijven op papiertjes die voor het wegwerpen bestemd lijken, hebben ertoe geleid dat zelfs postume roem niet bij hem lijkt te passen. Het is bij een bespreking van Walsers oeuvre – wat tot het allerbeste van de Duitse literatuur behoort – bijna onmogelijk om het niet over het leven en de persoon van Walser te hebben. Terwijl er zeker typerende kenmerken doorheen heel zijn oeuvre te vinden zijn, is zijn werk toch stilistisch erg divers. Zijn korte verhalen zijn soms veel op een veel meer bevreemdende, ongebruikelijke en experimentele wijze geschreven dan zijn romans. De romans zijn op een meer traditioneel verhalende manier geschreven, en het bizarre en ontregelende aspect van Walsers werk, wat zeer uitgesproken merkbaar is in de korte verhalen, is op een meer subtiele manier aanwezig in de romans.

Van zijn romans is Jakob von Gunten de bekendste. Het boek werd in 1995 door Stephen en Timothy Quay verfilmd als Institute Benjamenta. In het boek worden we in een bevreemdend universum gebracht. Jakob, het hoofdpersonage, komt in een eigenaardig soort instituut terecht, geleid door meneer en mevrouw Benjamenta. Men lijkt niets te doen in het instituut behalve leren zeer bescheiden te zijn niet al te veel van het leven verlangen. Jakob zegt in het begin van het boek: ‘Maar één ding weet ik zeker: ik zal in mijn latere leven een schitterende, kogelronde nul zijn.’ Het is moeilijk om te zeggen of de leerlingen in het instituut enorm naïef zijn of juist een soort kinderlijke wijsheid bezitten. Leven de leerlingen in het instituut in een soort wereldvreemde luchtbel, of ondergaan ze een soort training in hoe men met het leven moet omgaan? Net als bij de romans van Kafka, is het juist de grote kracht van het universum dat Walser creëert dat alles mysterieus en dubbelzinnig blijft. Dat is het spannende en het bijzondere van de roman. Je betreedt een volstrekt unieke wereld, met een uitgesproken droomachtige sfeer. Net als bij Kafka zou het een fout zijn om het instituut te gaan zien als een soort allegorie of het te proberen ‘verklaren’. Je laten meeslepen in een eigenaardig universum, waarin personages zich zo klein en onbeduidend mogelijk willen maken, dat is waar het bij het lezen van een roman van Walser om gaat. En Jakob von Gunten is hier misschien wel het beste voorbeeld van.

Amsterdam : Lebowski 2016, 143 p. Oorspr. Titel: Jakob von Gunten : ein Tagebuch door Machteld Bokhove. ISBN 9789048829484

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri