Poëzie

BOEKEN NR. 8, JULI 2016

Michaël Vandebril: New Romantics

door Dirk De Geest

Michaël Vandebril verraste in 2012 het lezerspubliek met de debuutbundel Het vertrek van Maeterlinck. Het was een intelligente en krachtige bundel, die niet toevallig de Herman de Coninckprijs ontving. Ondertussen is Vandebril actief gebleven, als organisator van allerlei manifestaties maar ook zelf als performer op het podium. Nu ligt zijn tweede bundel voor.
 
De titel, New Romantics, is in feite al sprekend op zich. Daarbij komt nog de kaft waarop de dichter poseert met een boek in de hand voor een negentiende-eeuws decor, helemaal in de stijl van Oscar Wilde of, dichter bij huis, Jotie T’Hooft. Het is uiteraard allemaal ironisch, maar toch. De nieuwe romantiek is tegelijk een ideaal en een onrealistische fantasie. In dit opzicht is deze bundel geheel gebaseerd op een soort van fundamentele paradox, die geen toevallig gegeven is maar net behoort tot de kern van het menselijke bestaan. Daarenboven is uitgerekend in deze eeuw die paradox nog intenser geworden, ook al door de dwingende maatschappelijke problemen waarmee het Westen wordt geconfronteerd.
 
Men kan moeilijk zeggen dat Vandebril een politiek geëngageerd dichter is, maar in zijn nieuwe bundel geeft hij blijk van een grote aandacht voor de problemen van deze tijd. Dat gebeurt terloops, maar op een niet mis te verstane wijze. De romantische ingesteldheid wordt immers vaak gecontrasteerd met wat er in de wereld gebeurt. Het duidelijkst is in dit verband de reeks ‘Grand Tour’, waar het dichterlijke ik optreedt in uiteenlopende steden: Buenos Aires, Belgrado, Sarajevo, Istanbul… Het zijn alle plaatsen die een grote, maar niet onbetwiste geschiedenis ademen. De ‘Grand Tour’ die in de renaissance gold als een voorbeeld van volwassenwording, wordt hier een confrontatie met de ander maar ook met het eigen ik. Ook de titelreeks legt de klemtoon op dat onderweg-zijn in het leven, zonder de garantie ooit een vaste eindbestemming te bereiken. Autobiografische details en zelfanalyse gaan ook hier gepaard met een fijnzinnig oog voor maatschappelijke verschijnselen. Tegelijk ligt de klemtoon op de vervreemding van dat ik zelf. Niet voor niets opent de bundel met een mooie reeks ‘Vijf poses’, gewijd aan uiteenlopende cultfiguren die op een of andere manier ook facetten van het dichterlijke ik etaleren: van de aristocratische schrijver Maurice Gilliams en de verdoemde dichter Baudelaire tot de onlangs overleden David Bowie.
 
Wat mij betreft heeft Michaël Vandebril met zijn tweede bundel een stevige stap vooruitgezet. De gedichten zijn veel beter gedoseerd, krachtiger van beeldspraak en ritme, en de ambitie van de dichter resulteert hier in een breder spectrum. Soms lijken pose en schijn wat dominant, maar daar staat een oog voor de werkelijkheid tegenover. Boeiende gedichten, dus.
 
Antwerpen : Polis 2016, 62 p. ISBN 9789463101387
 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri