Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, JULI 2016

Yusuf Atılgan: De lanterfanter

door Hamide Dogan

De lanterfanter van Yusuf Atılgan (1921-1989) is een moderne Turkse klassieker uit 1959 en nu voor het eerst in het Nederlands vertaald. De roman wordt gepresenteerd als de Turkse Oblomov. Hoewel beide boeken weliswaar over een ‘nietsnut’ gaan die niet hoeft te werken vanwege een erfenis, en beide boeken bij het verschijnen werden bekritiseerd omdat het geen geëngageerde literatuur is, doet De lanterfanter meer denken aan Salingers The Catcher in the Rye dan aan Oblomov.
 
C., de hoofdpersoon, is net als Holden Caulfield in The Catcher in the Rye een drankzuchtige, rusteloze jongeman die doelloos door de straten van het mondaine, Europese deel van Istanbul zwerft. Hij heeft geen werk en leidt geen nuttig bestaan, maar passief is hij allerminst. Hij bezoekt vrienden in hun atelier, hij gaat naar de bioscoop en is op zoek naar die ene vrouw, naar de ware liefde. Hij verzet zich tegen de hypocriete samenleving waarin mensen krampachtig houvast zoeken in verschillende dingen als werk, huwelijk, sociale conventies. ‘De mensen die er wonen hebben niets anders aan hun hoofd dan hun fatsoen op te houden voor de buren.’ Hij kan het alleen maar lachwekkend vinden. 
 
‘Wat hebben mensen die hier onder één dak wonen gemeen? Alleen hun geloof in de verplichting samen te leven. Sommigen willen hun rijst mét aubergine, anderen zonder; sommigen met zout, anderen zonder; sommigen willen vroeg opstaan, anderen laat; de een wil liedjes horen, de ander jazz. Hoe ze ’s ochtends opstaan… De een vertelt zijn droom. Een ander luistert ernaar, maar houdt er niet van naar dromen te moeten luisteren. Zelfs echtparen zijn toch zo? Wat hebben ze gemeen? Behalve dat ze op bepaalde dagen in de week hun vlees tegen elkaar aanschuren. Toch houden ze het uit. Omdat ze geloven in de verplichting samen te leven. Wat mij van hen onderscheidt is precies dat ik daar niet in geloof. Dat is de bron van mijn ongenoegen en ook van mijn vreugde. In plaats van het met pijn en moeite uit te houden, vlucht ik liever in de eenzaamheid. Voor mij is één persoon genoeg. Een samenleving van twee mensen die van elkaar houden.’
 
Yusuf Atılgan was erg belezen en kende ook het werk van Freud goed. Hij heeft oog voor de psychologische factoren in de levenshouding van C., die na het overlijden van zijn moeder opgevoed is door zijn tante Zehra en zijn autoritaire, vaak afwezige vader die het doet met de dienstmeid en die hij als kind heeft betrapt met zijn tante Zehra. Hij is bang op zijn vader te lijken.
 
Maar psychologie is niet afdoende om de rebelse, compromisloze houding van C. te verklaren. De roman is namelijk ook een reactie op de moderniteit. De lanterfanter verscheen in 1959, maar de schrijver moet geput hebben uit de periode na 1945 waarin hij in Istanbul woonde en waar in Turkije met volle energie een nieuwe, vroeg kapitalistische natie werd opgebouwd en er in de steden een nieuwe bourgeoisie opkwam. De crisis van C. is niet enkel een psychologisch trauma, maar ook een existentiële crisis.
 
Waar Holden Caulfield zich aan de rand van een afgrond ziet staan, ziet C. het leven als een brug zonder leuning, hij kan geen houvast vinden:
 
‘Iedereen op deze wereld, wij allemaal lopen als het ware over een slingerende brug zonder balustrade. Als er niets is om je aan vast te houden, val je ervan af. Net als de lussen in de tram. Mensen tillen hun arm op om zich daaraan vast te houden. Sommigen houden zich vast aan hun rijkdom, anderen aan hun functie als directeur, weer anderen aan hun werk, hun kunst. Je hebt mensen die zich vasthouden aan hun kinderen. Iedereen vindt zijn eigen houvast het beste, het hoogste. Niemand die er de lachwekkendheid van inziet. […] Sinds ik zie hoe hypocriet, hoe onecht, hoe lachwekkend de waarden in de samenleving zijn, ben ik op zoek naar het enige houvast dat niet lachwekkend is: ware liefde!’  
 
C. zoekt zijn houvast in de ware liefde, maar het ernaar zoeken, het in beweging blijven, is belangrijker dan het vinden ervan. 
 
‘De meeste mensen waren bang zich in te moeten spannen, bang voor vernieuwing. Het was zo eenvoudig je bij hen aan te sluiten! Als hij zou willen, kon hij overdag les geven en ’s nachts met stille, mooie vrouwen slapen. Kostte geen enkele moeite. Maar hij wist het wel: hij zou zich daarmee niet tevreden kunnen stellen. Er waren andere dingen nodig. Zelfs het wanhopig forceren van iets wat moeilijk was had iets moois.’
 
De roman is dan ook interessanter dan in eerste instantie lijkt. Je weet niet meteen wat je ervan moet vinden. Is het onwil van C. om deel te nemen aan de samenleving of is het onmacht? Is C. als buitenstaander een held of vinden we hem eigenlijk helemaal niet sympathiek? Kunnen we met hem meeleven en zijn wanhoop voelen? Omdat je er niet direct een duidelijk antwoord op hebt blijf je nadat je het boek uit hebt erover nadenken. En dat is juist de kracht van De lanterfanter.
 
Amsterdam : Jurgen Maas 2016, 275 p. Vert. van: Aylak Adam door Hanneke van der Heijden. ISBN 9789491921162 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri