Vertaald proza

BOEKEN NR. 9, AUGUSTUS 2016

Niccolò Ammaniti: Anna

door Katja Feremans

De jongste roman van de Italiaanse bestsellerauteur Niccolò Ammaniti (1966) speelt zich in 2020 af op Sicilië. De volwassenen zijn er bezweken aan een virus dat zich vanuit België heeft verspreid. Eerst kwamen ze onder de rode vlekken te zitten, vervolgens takelden ze af en stierven. De kinderen (over)leven er tot hun puberteit, wetende dat ze van dan af eveneens ten dode zijn opgeschreven.
  <br /> De dertienjarige Anna en haar broertje Astor van acht houden het al vier jaar onder hun tweeën uit op hun moeders hoeve op het platteland bij Castellamare in Noord-Sicilië. Anna’s houvast in noodsituaties zijn de notities die haar moeder haar naliet. Ze gaan over het virus, medicijnen, koorts, maar ook over de noodzaak om haar broer te leren lezen, over hoe te leven als er geen elektriciteit meer is en ‘wat te doen als mama doodgaat’.

Het bestaan is een dagelijks gevecht tegen honger en dorst, ziekte, verlies, angst en dood. Toch is er een sprankeltje hoop, want het gerucht gaat dat er ergens in de bergen een ‘Groot Mens’ is dat door de ziekte werd besmet, maar ervan is genezen. De helende kracht die daarom aan deze vrouw wordt toegeschreven, heeft van de plek waar ze zou verblijven een woelig bedevaartsoord gemaakt. Wonderbaarlijke genezingen blijven echter vooralsnog uit.
 
De pragmatisch ingestelde Anna stelt haar hoop op het vasteland. Daar zouden nog volwassenen zijn die onderzoek doen naar een vaccin tegen de Rode Ziekte. Te voet trekt ze naar Messina om vandaar over te steken naar de punt van de laars van Italië. Die barre tocht onderneemt ze samen met haar broertje, de voormalige vechthond wiens agressie mede dankzij haar onder controle is gebracht en met Pietro. De warme vriendschap tussen Anna en Pietro is bijzonder, want onder de op het eiland ronddolende kinderen heerst er in het algemeen grimmigheid en wantrouwen.
 
In schril contrast met de vaak blauwe hemel en oranje zonsondergangen staan de verkommerde dorpen en steden, de vele leegstaande huizen en verwoeste gebouwen, de autowrakken waarin nog skeletresten zijn achtergebleven, de massagraven, de geplunderde winkels en de roedels wilde honden die het desolate landschap onveilig maken. Helaas beklijft dit apocalyptische decor onvoldoende, omdat de schrijver te dikwijls het goedkope toeval opzoekt. Die keuze legt over het verhaal een waas van oppervlakkigheid dat botst met het-einde-der-tijden-gevoel. De samenpakkende duistere krachten vervagen ook door de vaart waarmee Anna voortdendert. Want een pageturner is de roman ontegensprekelijk, niet het minst doordat Anna en Pietro op de drempel van de adolescentie staan en de tijd dus dringt voor hen.
 
Amsterdam : Lebowski 2016, 279 p. Vert. van: Anna door Etta Maris. ISBN 9789048828418 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri