Nederlands proza

BOEKEN NR. 9, AUGUSTUS 2016

Maarten Moll: Oberhausen

door Jo Vanderwegen

Oberhausen is het debuut van de Nederlandse journalist Maarten Moll (1966). Het thema – de moeizame verhouding tussen vader en zoon –  komt overeen met dat van zijn reeds eerder verschenen poëziebundel Lichaam. In het kort: vader Hermann Müller vraagt zijn zoon Martin zijn biografie te schrijven. Maar wanneer ze samen naar Helsinki gaan voor een paar dagen vakantie, wordt Hermann aangereden en hij valt in een coma. 
 
Oberhausen vertelt het relaas van Martin en wisselt daarbij korte stukken over het ziekenhuisbezoek af met jeugdherinneringen of met verhalen die zijn vader hem vertelde of net verzweeg. Want dat er veel onuitgesproken bleef tussen vader en zoon, blijkt mettertijd duidelijker door de gesprekken die Martin met bijvoorbeeld zijn zus voert. Moll hangt een beeld op van een bijzonder moeizame vader-zoonrelatie. De herinneringen van Martin aan zijn vader tonen een tragisch, emotioneel figuur, trots op zijn werk als kachelverkoper maar machteloos in het aangaan van diepere relaties. Hermanns liefde voor leeuwen, paarden en bovenal voor de Finse schansspringer Matti Nykänen is grenzeloos – anekdotes over diens turbulente leven zijn dan ook door het hele boek geweven. Aan de andere kant sijpelt de liefde voor literatuur van de auteur Maarten Moll het werk op haast elke bladzijde binnen, via citaten en verwijzingen naar uiteenlopende schrijvers zoals Paul Auster, Herta Müller en Roger Martin du Gard.
 
Moll bouwde Oberhausen op uit compacte zinnen en bondig beschreven herinneringen. De hoofdstukken, soms amper een bladzijde lang, zijn alfabetisch geordend – een verwijzing naar een taalspelletje dat vader en zoon plachten te spelen. De roman is chronologisch opgebouwd, bedient zich van flashbacks en heeft een open einde. In veel opzichten doet Oberhausen denken aan de roman die Nico Dijkshoorn in 2012 over zijn vader schreef, Nooit ziek geweest. Ook hier ontwikkelt de vaderfiguur zich als een tragisch persoon, en worstelt de schrijver annex zoon met de verhouding die hij tot hem heeft. Bovenal valt de gelijkaardige toon in de twee boeken op: de toon van een tragikomedie, doorspekt met absurde anekdotes. In het geval van Oberhausen gaan die dan over cakeverslaafde dames die begrafenissen afschuimen, op zoek naar een hapje of over toevalligheden, zoals een op straat gevonden lepel.

Maarten Molls romandebuut is onderhoudend, maar echt voeling met het hoofdpersonage krijgt de lezer helaas niet. Daarvoor ligt het gehalte aan absurditeit en opeenstapeling van vreemde obsessies te hoog. Ook doet Oberhausen te sterk aan Nooit ziek geweest denken, ondanks het verschillende karakter van de vaderfiguren (controlerend tegenover ronduit dictatoriaal). Molls boek zet de lezer wel aan het denken over wat er van iemand overblijft na diens dood. Met zijn vloeiende pen en zin voor humor maakt de schrijver ook veel goed. Maar we blijven achter met de indruk dat Oberhausen veel krachtiger had kunnen zijn als Maarten Moll het beknopter had gehouden.
 
Amsterdam : Querido 2016, 288 p. ISBN 9789021400303 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri