Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, SEPTEMBER 2016

Stijn Tormans: De zomer van 1976

door Jooris van Hulle

‘Verhalen’: zo staat het op het omslag van De zomer van 197’ van Stijn Tormans.  Of  het hier gaat om verhalen in de literaire  betekenis van het woord  - fictieve bedenkingen binnen een beperkte tekst ruimte - , doet er in wezen weinig toe: de journalist die Tormans is (hij schrijft voor Knack), gaat in zijn bijdragen die hier worden verzameld, op zoek naar het nieuws achter het nieuws. Een boek over ‘vergeten mensen die plots op de grond vielen’, een uitspraak die hem wordt ingegeven door het lot van een zekere Noel Laquiere, die in de hete zomer van ’76 ‘even wereldberoemd was’ en in het centrum van Antwerpen na een hartfalen drie uur lang op de grond lag voordat iemand aandacht aan hem besteedde. Tormans:
 
‘Vandaag zou dat zelfs geen fait divcrs meer zijn. Er liggen zoveel Noel Laquieres op de grond dat ze niet meer opvallen.’
 
In die zin ook is de titel van het boek enigszins misleidend: Stijn Tormans mag dan wel geboren zijn in 1976, de figuren die hij in zijn reportages postuum een stem geeft, hebben doorgaans niets, of toch alleszins heel weinig, te maken met het jaar ’76 zelf. Of het moet metaforisch zijn:
 
‘ze hebben allemaal hun tropische storm meegemaakt. Hun zomer van 1976, ook al klopte het jaartal niet altijd.’
 
De verhalen uit De zomer van 1976 meanderen in tijd en ruimte. Tormans bezoekt Plains om er  gewezen VS-president Jimmy Carter te ontmoeten, hij trekt naar Positano, een dorpje dat zo’n twee uur rijden van Napels verwijderd ligt, om er de sporen terug te vinden van Vali Myers, die na de breuk met fotograaf  Ed van Elskens (1925-1990) met haar geliefde een kluizenaarsbestaan leidde in het woud van Positano. Ook een aantal-dicht-bij-huis-verhalen weten de lezer in hun directheid en door de zorgvuldig gekozen invalshoek te raken.
 
Niet de sensatie van het nieuws-van-het-moment weegt hier door, wel de manier waarop mensen die een en ander schokkend feit in de marge hebben meegemaakt, krijgen hier een stem: hoe hebben de vrienden van weleer in Loksbergen de leemte opgevuld die in hun leven is ontstaan toen bekend raakte dat Ronald Janssen een seriemoordenaar was? Hoe was en is het gesteld met de laatste bewoners  van de ‘vergeten straat’ rond de Brusselse Ring, die uiteindelijk – ‘ze werden ingehaald door het leven’ – ook werden onteigend? Er zijn verder in het boek de kleine geschiedenissen van kleine mensen die hun droom  moesten loslaten: de eigenaars van de mooiste schelpenwinkel in Oostende die ook al moeten plaats maken voor projectontwikkelaars;  er is het West-Vlaamse koppel dat bij Route 66 een motel ging runnen, maar daar geconfronteerd werd met het failliet van hun liefde; er is het verhaal van de kerkdief met wie Tormans een correspondentie opzet terwijl hij zijn gevangenisstraf uitzit…

Uit zowat alle gevallen die Tormans aan het grote vergeten ontrukt, spreekt een tragisch geladen dynamiek die de lezer tot nadenken stemt. Waarom bijvoorbeeld hebben de overlevenden van de brand in het college van Berkenbos, waarbij 23 jongens het leven lieten, het zo moeilijk om er echt over te praten? Veelzeggend hier – en daar moet Tormans zich bij neerleggen – is de bemerking van een de jongens van toen: ‘Soms is stilte ook goed.’ Dat is wat rest voor de lezer die voor de duur van het relaas dat Tormans wijdt aan vergeten mensen: even stil worden, even los komen te staan van de waan van de dag. Alleen al daarom verdient De zomer van 1976 een groot lezerspubliek.

Antwerpen : Polis 2016, 260 p. ISBN 9789463101158 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri