Nederlands proza

BOEKEN NR. 10, SEPTEMBER 2016

Allard Schröder: Sebastiaans neus

door Ine Kiekens

Sebastiaans neus. Zo luidt de veeleer aparte titel van Allard Schröders tiende roman. En over die neus van Sebastiaan, die in de roman de hoofdrol speelt, valt wel het een en ander te zeggen, en niet alleen dat het een uitzonderlijk groot exemplaar betreft. Gezegend met een weinig fijne neus voor de wereld rondom hem, komt het voor Sebastiaan als een donderslag bij heldere hemel wanneer hij met vervroegd pensioen wordt gestuurd. Doordat zijn routinematige dagindeling daardoor wegvalt, komt hij in een neerwaartse spiraal van eenzaamheid en melancholie terecht. De enige lichtpuntjes in zijn bestaan zijn de momenten waarop hij een sigaret opsteekt en de geur hem op Proustiaanse wijze meeneemt naar de wereld van zijn jeugd en zijn grote jeugdliefde, Henriëtte Clinger, kortweg Henri.

Toen ze kinderen waren, zaten Sebastiaan en Henri vaak samen met hun neus in de boeken, maar naarmate hun puberteit vorderde, was Henri Sebastiaan volledig ontgroeid: zij was inmiddels bezwangerd door haar pianoleraar, had een abortus ondergaan en leidde een liederlijk leven in Amerika, terwijl hij in Nederland was gebleven en zijn conformistische bestaan verder had uitgebouwd. Sebastiaans pensioen betekent evenwel een keerpunt in zijn doodnormale leven. Na een hersenoperatie te hebben doorstaan die hij hem een totaal geheugenverlies veroorzaakt, klampt hij zich vast aan de enige foto die hij van Henri heeft, vergezeld van haar uitnodigende boodschap: ‘Wanneer kom je nou? H.’ Na een aantal omzwervingen die hem op zijn zoektocht naar Henri zelfs in Amerika brengen, treft hij haar doodleuk weer aan in Nederland. Daar wordt hij echter met de neus op de feiten geduwd: was Henri wel wie hij dacht dat ze was?

Schröder grijpt de verhaallijn over Sebastiaans jeugdliefde aan om grotere thema’s over de herinnering, het al dan niet betrouwbare geheugen en de rol van de verbeelding aan te kaarten. Sebastiaan dient zijn eigen verleden te reconstrueren: letterlijk, wanneer hij met een volledig geheugenverlies te kampen krijgt, maar ook wanneer hij minder aangename gebeurtenissen te verwerken heeft: in welke mate wist hij van het naziverleden van zijn vader af en hoe sterk mag zijn band met de jonge Henri wel worden genoemd? En dan heeft Henri zelf nog geen boekje opengedaan over haar eigen geconstrueerde leven. Schröder exploiteert deze onderwerpen met bravoure, creëert onverwachte wendingen en laat de lezer een aantal keren in de waan over wat nu werkelijk en mogelijk gebeurd kan zijn.

Karakteristiek voor de romans van Schröder is dat het als het ware complete levensgeschiedenissen zijn: nagenoeg alle aspecten van het bestaan van de hoofdrolspelers komen op de een of andere manier minutieus aan bod. Het pad van het realisme wordt daarbij niet altijd gevolgd: de gebeurtenissen die Sebastiaan meemaakt, zijn niet altijd even geloofwaardig voor de verhaallijn, maar ze creëren vaak wel een onverwacht of opvallend effect. Wanneer Sebastiaan in Amerika is om Henri te zoeken, blijkt zij zich net in Nederland te bevinden. Dezelfde situatie herhaalt zich wanneer Henri’s dochter Ariëlle naar Amerika vertrekt om haar grote liefde Duke te zien, terwijl Duke speciaal vanuit Amerika naar Nederland onderweg is om haar zijn liefde te verklaren. Soms doet de veelheid aan informatie en onverwachte wendingen wat overdadig aan en de vraag kan worden gesteld of een compactere versie van de roman het verhaal niet had kunnen versterken.

Die opmerking gaat niet op voor de magnifieke barokke schrijfstijl die Schröder in Sebastiaans neus hanteert. De zinnen vormen een ware streling voor het oog, zoals de openingsscène van de roman meteen al laat zien: Intussen dwarrelden bruiden als sneeuwvlokken van de trappen van het gemeentehuis, met blije kinderogen nagelachen door jonge vaders met hoog opgeschoren hoofden, die zich daar al vroeg in lange rijen bij het loket van de burgerlijke stand hadden opgesteld om hun kind bij de overheid aan te geven. Gehaast doorkruisten vroedvrouwen in gesteven schort het dorp, de lucht was zwaar van melk, de wereld had een strik in het haar. En zo gaat Schröder meer dan 400 pagina’s door, waarmee hij zijn talent van taalvirtuoos opnieuw bevestigt.

Sebastiaans neus
is geen voor de hand liggende doorleesroman, maar een literaire kanjer die de lezer die daarvoor de nodige tijd neemt menig aangenaam leesvertier kan bezorgen.

Amsterdam : De Bezige Bij 2016, 447 p. ISBN 9789023496687

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri