Nederlands proza

BOEKEN NR. 11, OKTOBER 2016

Laura Broekhuysen: Winter-IJsland

door Tom Rummens

‘Mijn eerste jaar in een verlaten fjord’ luidt de ondertitel van Laura Broekhuysens nieuwe roman, en dat is een vlag die de lading volkomen dekt. Samen met haar IJslandse man en hun dochter van twee verhuisde ze naar zijn geboorteland. Ze betrokken er een houten huis met vier hectaren onontgonnen grond errond. Van die ervaring is Winter-IIsland het relaas. Het werd een klein maar prachtig boek, waarin Broekhuysens poëzie een fascinerend pact sluit met de eindeloosheid van wat misschien wel het fascinerendste land van het Noordelijk halfrond is.

Het is vooral de peilloze leegte en de eenzaamheid die confronterend is in Broekhuysens relaas. Het zal je maar overkomen: van een dichtbevolkt en overgereguleerd land terechtkomen op een eiland waar de natuur nog werkelijk meester is en waar de aanwezigheid van mensen slechts gedoogd wordt, en dan nog. Makkelijk is de overgang van stadsbewoner naar grootgrondbezitter lang niet altijd, schrijft ze ook zelf:

‘Land bezitten betekent vooral dat niemand in je uitzicht bouwt. Dat trok ons toen we hier kwamen. Maar na maandenlang in vier windrichtingen te hebben geloerd, met niets wat het uitzicht blokkeert - op die ene berg pal voor de zon na - denk ik, buiten wandelend: nu langs een bouwput te lopen, iets te zien ontstaan, werk verzet te zien worden, hamers te horen slaan, geluid dat geen gesnater is, of wind.’  
In Winter-IJsland thematiseert Broekhuysen dit dubbele gevoel op onovertroffen wijze. Ze beschrijft hoe de schoonheid en de leegte enerzijds een hemels genoegen, maar anderzijds ook een compleet gebrek symboliseren. Het IJslandse landschap is prachtig en rustgevend, maar ook hard, kil, eenzaam en veel weidser dan een mens verdragen kan. Opvallend is hoe Broekhuysen er ook stilistisch in slaagt om deze cultuurschok te vatten, in zinnen die gevat en zelfs zuinig zijn. Geen breedspraak hier, geen al te opzichtige mooischrijverij: Broekhuysen kiest voor de kracht van de eenvoud, en dat doet haar thema deugd. En bovendien geldt ook hier de wet van vraag en aanbod, en dus is inflatie nooit veraf:
 
‘Ook de natuur ondergaat inflatie als je er veel van hebt. Een dal zonder water vind ik nu niet veel bijzonders, terwijl we hunkerden naar zo'n plek toen we dagelijks het Vondelpark doorkruisten.’
 
Pas wanneer ze iets niet zomaar ter beschikking hebben, beseffen mensen wat ze missen. De macht van het schijnbaar vanzelfsprekende: het is een wetmatigheid die geldt voor iedereen, en die voor iedereen anders uitpakt. Dat geldt ook voor Nederlandse vrouwen die in IJsland gaan wonen.
 
Amsterdam : Querido 2016, 135 p. ISBN 9789021402178 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri