Beschouwingen

: ‘Normaliteit verveelt me gauw’ : An-Sofie Bessemans en Marloes Schrijvers in gesprek met Rébecca Dautremer

door

Hoe gaat het bedenken van een illustratie in zijn werk? U leest een tekst, en dan? Hoe groeien daar beelden uit?   
Dautremer: Het hangt er een beetje van af. Ik begin altijd met het lezen van de tekst. Ik probeer daarin het maximum aan informatie te vinden en misschien ook ideeën, maar dat lukt niet altijd. Soms moet ik me wat dat betreft alleen zien te redden.  Ik probeer methodisch te werk te gaan. Ik stel mezelf vragen en tracht ze te beantwoorden. ‘Wat wil ik vertellen?’, is een eerste vraag en dan: ‘Welke elementen heb ik ter beschikking? Welke personages heb ik, welke decorelementen?’ Het volgende wat ik me afvraag, is hoe ik die elementen op scène ga zetten. Eigenlijk gaat het zoals op een theaterpodium: ik zet alle elementen op hun plaats, op een manier waarop ze me interessant lijken, en dan maak ik als het ware een mentaal ommetje om de scène, alsof ik een fotograaf was en ik de scène zou fotograferen.  

Verloopt dat proces verschillend bij de verschillende auteurs met wie u samenwerkt?
 
Dautremer: Ik werk in feite altijd alleen. Vooraf praten de schrijver en ik wel over het boek, over de verhaalwereld en de sfeer, maar als ik de beelden begin te maken werk ik alleen. Ik hou er niet van als de schrijver over mijn schouder komt meekijken. Sommige schrijvers mengen zich al wat meer dan andere; Philippe Lechermeier komt bijvoorbeeld soms kijken en geeft dan commentaar. Maar daar hou ik  niet zo van. Ik discussieer wel graag met hem, maar niet tijdens het proces van het illustreren. Schrijvers hebben natuurlijk hun eigen ideeën over hoe hun verhaal eruitziet, maar ze weten niet hoe ze beelden kunnen maken.
 
Uw werk is vaak warm, soms dromerig, soms melancholisch en altijd indringend. Vanwaar deze soms pittig gekruide romantiek?  
 
Dautremer: Ik denk dat auteurs en illustratoren zich in de slechtste positie bevinden om hun eigen werk te beoordelen. Ik besluit niet vooraf om er elementen als melancholie of romantiek in te stoppen. Wat je ziet in mijn beelden, is er omdat het natuurlijk voor me is, niet omdat ik dat vooraf stellig besloten heb. Ik hou ervan om beelden te maken die een beetje boven de werkelijkheid staan. Realisme ligt me minder, ik hou van een beetje vreemdheid en magie. Dat maakt dat mensen zich vragen stellen over wat ze zien. Antwoorden zijn niet altijd nodig, maar de vragen zijn er zijn op zijn minst. ‘Normaliteit’ verveelt me gauw.
 
Die melancholie, het verdriet, ik weet het zelf niet goed, maar eerlijk gezegd heb ik moeite om personages te tekenen die glimlachen. Soms vragen uitgevers me daarnaar, bijvoorbeeld bij Het grote boek van vergeten prinsessen. Maar het lijkt me niet naturel, in het echte leven lachen mensen ook niet permanent. Een neutrale expressie, of een nadenkende gelaatsuitdrukking lijkt me juister en raakt me ook meer. Maar precies dat gaf de uitgevers een oncomfortabel gevoel, vooral in het begin.  
 
Sommige dingen doe ik natuurlijk onbewust, maar het is waar dat ik meer geraakt word door melancholie en een beetje mysterie. Misschien is het omdat ik nood heb aan ontsnapping, aan dromen.

Wat zijn uw materialen en technieken?

Dautremer:
Dat hangt ervan af. Voor de schilderijen in kleur van Het geheime dagboek van Klein Duimpje heb ik bijvoorbeeld steeds gouache gebruikt. Waterverf op aquarelpapier, niets bijzonders. Voor elk schilderij maak ik schetsen, doe ik een voorstudie; ik maak heel kleine schetsen om de compositie te vinden, om ideeën te vinden, en ik bekijk schaduw en licht. Dan maak ik de tekening in potlood, heel precies, en daarna schilder ik die in met gouache. Heel klassiek. Maar voor Het geheimr dagboek van Klein Duimpje heb ik ook andere technieken gebruikt: collage, crêpe de Chine, potlood. Er zijn tekeningen die ik gescheurd heb, ik heb ze in water gelegd, er melk op gemorst, er zijn prenten waarop ik muggen heb geplet, kruiden heb opgeplakt... De technieken voor dat boek waren heel gevarieerd.
 
Recent heb ik gewerkt aan Soie van Alessandro Baricco [Zijde, in het Nederlands nog niet verschenen in de editie met prenten van R.D.], een volwassenenroman. Daarvoor heb ik veel gebruikgemaakt van zwart-wittekeningen. Momenteel ben ik geïnteresseerd in de pure tekening, daar wil ik me verder in ontwikkelen. Ik maak veel tekeningen in potlood, experimenteer met contrasten ook, gravures, aquatint. Ik hou ervan om schilderijen in kleur en potloodtekeningen te combineren en te experimenteren met collages.
 
Is er een verschil in technieken voor uw boeken voor kinderen en volwassenen?
 
Dautremer: Ik maak mijn werk — zeer egoïstisch — voor mezelf, dus ik denk bij het illustreren niet aan het publiek, of toch niet te veel. Als ik signeer, stel ik vaak vast dat enorm veel volwassenen mijn ‘kinderboeken’ kopen. Ik wil geen barrières maken tussen volwassenen en kinderen. We kunnen ook niet alle kinderen over dezelfde kam scheren, er zijn kinderen die van mijn werk houden, er zijn er die het niet doen. Er zijn rijpere kinderen, die zich ervoor gaan interesseren, er zijn er die dat niet gaan doen. Technisch maak ik geen verschil. Zijde is een volwassenenroman, een liefdesverhaal, de tekst is niet bestemd voor kinderen, maar het proces van illustreren is hetzelfde.
 
In Het grote boek van vergeten prinsessen doen sommige illustraties denken aan onder meer Rembrandt en Vermeer. Kiest u bewust voor die intervisualiteit?  
 
Dautremer: Ik heb inderdaad veel naar hun werk gekeken. Ik hou heel erg van de Nederlandse en de Vlaamse meesters, vooral van het werk van Bruegel, met al die kleine details. En de portretten van Vermeer zijn magnifiek. Ik wil mijn eigen werk niet vergelijken met dat van zo’n meesterschilders, maar het klopt dat hun werk me aanspreekt en inspireert. Zeker de portretten van Vermeer hebben mij veel geholpen. Of jonge lezers de visuele verwijzingen herkennen, weet ik niet. Het is in elk geval niet mijn doel. Ik doe dat voor mijn eigen plezier.
  
Het valt op dat uw werk vaak gebaseerd is op bekende verhalen: Frankenstein (Sentimento), Klein Duimpje, Alice in Wonderland…
  
Dautremer: Dat is toevallig gebeurd. Maar het is waar, het is heel comfortabel voor de illustrator en zelfs voor de lezer om een verhaal dat je al kent te herontdekken. Het is zoals een plaats bezoeken waar je al eens geweest bent en waar je graag opnieuw komt. Bij al wat je herkent, ontdek je ook nieuwe dingen. Voor een illustrator is het heel aangenaam om Pinocchio te illustreren, of een ander groot klassiek verhaal waar je als kind al van hield. Je eigen versie maken van Klein Duimpje of van Alice in Wonderland, dat is werkelijk fantastisch. Ik dompelde me weer onder in mijn kindertijd, je keert terug naar een plaats die je kent, dat is minder beangstigend dan in een nieuw verhaal binnenkomen.
 
Maar op dit moment verlang ik ook naar nieuwe verhalen en uitdagingen, zoals volwassenenromans illustreren of strips maken. Ik werk momenteel aan een tekenfilm en aan illustratie van de Bijbel. Volgend jaar zou ik eens een stijloefening willen doen: vijftig keer hetzelfde verhaal illustreren op verschillende manieren. Ik heb veel ideeën, maar tijd tekort.
 
Bij het illustreren van zo’n klassieker wijkt u soms sterk af van het bekende beeld, zoals in Alice in Wonderland. In alle versies is zij een meisje met lang blond haar. U tekende haar — naar de werkelijkheid — met een kort, zwart kapsel.
 
Dautremer: Ik ben niet de eerste die dit gedaan heeft, Thomas Perino heeft Alice in zijn houtsnedes ook afgebeeld met kort, zwart haar. De echte Alice Liddell was ook een brunette. Voor mij was het evident om dat te behouden en daarbij vind ik blond een beetje saai. Grafisch is donker veel sterker, dat werkt beter. Ik moest ook denken aan mijn grootmoeder, die zag er ook zo uit. Verder is het ook een manier om me een beetje te onderscheiden. Nu is het natuurlijk niets spectaculairs als idee en het verwondert me eigenlijk dat zo veel illustratoren een blondine van haar maken. Wanneer je een klassiek verhaal opnieuw illustreert, is het belangrijk om na te denken over een persoonlijke aanpak. Voor Alice was dat niet gemakkelijk, er zijn zo veel versies van het verhaal. Ik heb het bescheiden gedaan, zonder er veel bij stil te staan of het wel nieuw was.
 
Ook in Het geheime dagboek van Klein Duimpje bent u sterk afgeweken van het bekende, met surrealistische beelden.  

Dautremer:
Daar is het anders gegaan. Philippe Lechermeier heeft in het begin alles bedacht. Aanvankelijk had hij het zich voorgesteld als een boek met enkel tekst. Maar dan vroeg hij me om kleine schetsjes te maken in de marge, zoals Klein Duimpje van tijd tot tijd in zijn zakboekje zou tekenen. En zo ging het steeds verder. Er kwamen meer en meer kleine schetsjes, daarna ook grote prenten. En toen kwam het moment dat we besloten hebben dat het een rijkelijk geïllustreerd boek zou worden.  
 
Het was gemakkelijk om allerlei verschillende wegen in te slaan. Klein Duimpje vertelt zijn verhaal in zijn dagboek, maar hij vertelt ook over zijn dromen, zijn verlangens, zijn angsten, zjin hoop… Er zijn zoveel thema’s en dat gaf me de mogelijkheid om zeer ver te gaan in de verbeelding en veel zelf te verzinnen. Ik was niet verplicht om de inhoud exact te illustreren. Het is perfect mogelijk dat Klein Duimpje iets schrijft en aan de andere kant iets tekent dat er geen verband mee houdt. In een persoonlijk dagboek staat ook geen uitleg. Dat gaf me de mogelijkheid om veel dingen te doen zonder reden. Ik kon ver gaan in de bizarrerieën.
 
In uw boeken is er ook altijd iets raadselachtigs, bijvoorbeeld de gescheurde en geplakte foto van Klein Duimpje op het einde.
 
Dautremer: Ik kan u een verhaal vertellen over die prent. Ik had namelijk voorzien om bij wijze van intro drie portretten te maken. Ik hou er namelijk van, zoals bij een film, om al beelden te tonen vóór de begingeneriek. Dus voorzag ik drie stille beelden, en dan pas zou het verhaal beginnen. Dat vind ik fijn binnenkomen in een boek. De foto van Klein Duimpje die u bedoelt, was van heel dichtbij bekeken, het beeld is nogal flou en de foto is verscheurd. Maar de uitgever hield niet van deze prent. Hij vond ze te triest, te hard ook. Hij dacht dat het mensen zou afschrikken om aan het verhaal te beginnen. Maar dit is het verhaal van een achtergelaten kind, dat is hard! Een beeld is soms een sterker medium dan tekst. Een wat moeilijkere tekst accepteer je gemakkelijker omdat je hem zachtjesaan leest. Ik was niet erg tevreden met de beslissing van de uitgever, maar ik heb het beeld op het einde van het boek moeten plaatsen.
 
Maar om terug te komen op uw vraag: ik hou inderdaad van een beetje mysterie. Dat is frappanter, het brengt meer teweeg dan lachende, evidente, begrijpelijke dingen. Het stoort me niet als mensen mijn beelden niet begrijpen. In elk geval vragen ze zich af: Wat wil dat zeggen? Wat is dat? Waar ben ik?
 
Beschouwt u zichzelf als een illustrator of een prentenboekenmaker?
 
Dautremer: Het is evident dat je moet proberen met illustraties verder te gaan dan het aanbrengen van versiering. Mooie beelden bij een tekst zetten vind ik niet interessant. Het interesseert me om het geheel van het boek mee te ontwikkelen, om het ritme mee te bepalen, om een alternatieve weg voor interpretatie te openen. Soms werkt het beeld ook alleen, is er geen nood aan tekst. Ja, ik hou ervan om boeken te creëren. Voor mij is het object heel belangrijk : wanneer ik aan een boek begin, bespreek ik met de uitgever de vorm, het formaat, het aantal bladzijden, de bladspiegel, de vormgeving, de typografie. Ik wil daar zelf over beslissen.
 
In Frankrijk krijgen illustratoren meer erkenning dan schrijvers. Het gaat er goed met het prentenboekenvak, het is een gezonde sector. Er zijn enorm veel mooie boeken, ik denk nog meer dan in Vlaanderen. Mensen zijn ook bereid om voor mooie uitgaven te betalen. Illustratoren worden echt erkend, want het eerste wat mensen zien, is het beeld en ze herkennen ook meteen de stijl. Veel mensen kennen mijn naam niet, maar ze herkennen mijn werk. 
 
Maken cross-overelementen mee de kwaliteit uit van prentenboeken?
 
Dautremer: Zoals ik eerder al zei, ik schik me niet naar de smaak van het publiek. Er zijn kinderen die een poetische, romantische smaak hebben, anderen niet. Hetzelfde geldt voor volwassenen. Iedereen heeft zijn smaak volgens zijn opleiding, zijn cultuur, zijn opvoeding, zijn karakter. Maar alle mensen hebben twee ogen en ze zien hetzelfde. Ze interpreteren de dingen wel individueel, een werk roept bij iedereen andere emoties op. Kinderen hebben even goede ogen, ze kunnen evenveel details zien als volwassenen, ze kunnen hetzelfde lezen. Het is moeilijk om in te schatten wat het publiek gaat denken of voelen als ze je werk zien. Je maakt iets, je lanceert het en je ziet wel waar het valt.  
 
Zet u de inhoud of de vorm voorop?  
 
Dautremer: (Aarzelt) Het is een samenspel. Recent is er een boek van mij verschenen, Het kleine theater van Rébecca. Je zou kunnen zeggen dat het hierin essentieel om de vorm gaat, het is in de eerste plaats een mooi voorwerp. Maar tezelfdertijd weet ik dat een boek als dat me hoe dan ook onderdompelt in een heel bijzondere wereld. Het doet me dromen zonder dat er een expliciete achtergrond is. De vorm doet dromen, dat is een wereldje op zich. Het is een ruimte die doet reizen, vind ik. Voor mij is het belangrijk dat boeken mooi zijn, ze moeten je zin geven om nader te kijken, om terug te bladeren. Ik schep plezier in het maken van mooie voorwerpen, maar de vorm moet gerelateerd zijn aan de inhoud. Het is een totaalpakket.  
 <br />  Ik maak dingen en ik tracht altijd een streng oordeel te vellen over mijn eigen werk. Als het niet goed is, ga ik op zoek naar de reden. Ik stel me vragen en zoek naar antwoorden. Ik vind ze niet altijd. Ik kan alleen maar veel werken, herbeginnen, dingen uitproberen, veranderen, opnieuw in vraag stellen. Ik probeer en ik probeer… Ik doe wat ik kan. Ik hou van mijn werk.
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2012
 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri