Vertaald proza

BOEKEN NR. 11, OKTOBER 2016

Per Leo: Vloed en bodem

door Jo Vanderwegen

Coverfoto, titel en samenvatting op de achterkant van Per Leo’s romandebuut lijken alles in het werk te stellen om de lezer ervan te overtuigen dat Vloed en bodem een semi-autobiografisch werk is waarin de schrijver op zoek gaat naar het donkere naziverleden van een familielid. Logisch, want dergelijke boeken genieten relatief veel belangstelling - denk maar aan Alexandre Jardins De edelmoedigen. Daarenboven specialiseerde Per Leo zich als historicus in het nationaalsocialisme.  
 
Maar zo’n verkoopstruc doet afbreuk aan de inhoud: Vloed en bodem zit een stuk complexer in elkaar dan op het eerste zicht lijkt. De zoektocht naar het half verzwegen  verleden vormt voor de auteur immers niet meer dan een springplank om het gelijknamige hoofdpersonage voluit te laten spitten in de eigen familiegeschiedenis. Dankzij een bont amalgaam van verhalende stukken,  gedichten, opgehaalde jeugdherinneringen, citaten uit geschreven bronnen en eigenhandig afgenomen interviews, maakt de lezer kennis met een uitgebreide familie waarvan vooral de godsdienstige, zakelijke en relationele aspecten tegen het licht worden gehouden.
 
Gaandeweg komt het gevoel naar boven drijven dat ook het relaas van de familie op zijn beurt niet meer dan een excuus vormt om tot de ware kern te komen - het verhaal van de versnipperde Duitse maatschappij in de twintigste eeuw. Leo’s familie kan gemakkelijk als een microkosmos  geïnterpreteerd worden die symbool staat voor het Duitse volk. Vooral in de tweede helft van het boek zet de auteur zijn personages uit de schijnwerpers om plaats te maken voor bedenkingen en theorieën over onder andere de Duitse religieuze verdeling in de 20ste eeuw, populaire literatuur uit de Weimar-republiek, rassenleer of de naoorlogse tegenstelling tussen West- en Oost-Duitsland.  
 
Helaas verliest de auteur soms de aandacht van de lezer in deze essayistische passages, in het bijzonder wanneer deze heel specifiek over de Duitse cultuurgeschiedenis handelen. Het is absoluut geen vanzelfsprekendheid om als buitenlander de verschillen in de Duitse katholieke gezindten correct aan te voelen, om maar een voorbeeld te geven. Andere onderwerpen, zoals hoe een West-Duitser naar het Oost-Duitsland van de jaren ’80 kijkt, zijn dan gelukkig genoeg weer een stuk gemakkelijker te bevatten. Sommige van deze filosofische passages zijn goed geïntegreerd in de verhaallijn, hoewel het op momenten wel lijkt alsof de schrijver zijn eigen roman terzijde legt om de lezer te onderwijzen.  
 
Eigenaardig genoeg vergalt op die ogenblikken nu net de taalkundige uitwerking het leesplezier. Leo’s schrijfstijl kenmerkt zich op haar ongunstigste ogenblikken door vrij lange zinnen en bijtijds opgeblazen taalgebruik. En dat is jammer, want met een helderder taalgebruik en een wat beknoptere schrijfstijl had Vloed en bodem inderdaad het allesomvattende, belangrijke boek kunnen worden wat een deel van de Duitse pers erin ziet. Zoals het er nu voorstaat echter, is de roman vooral een uitdaging voor doorbijters, die zich niet gemakkelijk laten afschrikken.
 
Amsterdam : De Arbeiderspers 2016, 317 p. Vert. van Flut und Boden door Marion Hardoar en Hans Driessen. ISBN 9789029502511
 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri