Nederlands proza

BOEKEN NR. 11, OKTOBER 2016

Jamal Ouariachi: Een honger

door Tom Rummens

Over de nieuwe lichting Nederlandse schrijvers wordt wel eens gezegd dat het een überhippe club is die voornamelijk zwelgt in haar vele gebreken. Gebrek aan ideeën, gebrek aan durf, gebrek aan noodzaak. Gebrek ook aan vermogen om voorbij de eigen navel te kijken, wetende dat die navel niet verder reikt dan de Amsterdamse grachtengordel met haar hippe koffietentjes en andere eenentwintigste-eeuwse concepten.
 
Ook Jamal Ouairachi kreeg dat verwijt weleens te horen, maar met Een honger moet zelfs de grootste scepticus zich toch afgevraagd hebben of hij wel gelijk had. Want ja, dit is een groots boek, en niet alleen omdat het met veel branie geschreven is. Ouariachi kaart wel degelijk morele thema's aan en hij gaat daarbij geen moeilijkheid uit de weg.
 
Hij voert twee hoofdpersonages ten tonele. Aurélie Lindeboom en Alexander Laszlo. Ze lijken elkaars tegenpolen. Aurélie is een jonge moeder, maakt volop carrière in de mediawereld en ademt alles wat deze generatie ademt: alles moet snel gaan, perfect zijn, er goed uit zien, de lat ligt hoog. Dat is tenminste zo voor wat haarzelf en haar onmiddellijke omgeving aangaat. Betrokkenheid bij de wereld daarbuiten is iets dat met het nodige cynisme via de sociale media getoond wordt, maar niet iets om het jezelf echt lastig mee te maken.

Daar staat Alexander Laszlo schijnbaar diametraal tegenover. De voormalige econoom ruilde zijn baan in voor een job in de ontwikkelingshulp. Hij is overtuigd van de maakbaarheid van de wereld en haar bewoners, en zet een groots maar door velen als compleet gesjeesd bestempeld plan op waarbij Ethiopische adoptiekinderen niet gewoon gered worden, maar klaargestoomd om hun geboorteland er bovenop te helpen. Het levert Laszlo veel aanzien en respect op, maar de held valt gruwelijk van zijn voetstuk nadat hij veroordeeld wordt voor het seksueel misbruik van een van zijn eigen adoptiekinderen.
 
Om zijn blazoen op te poetsen en een en ander te verduidelijken, wil Laszlo zijn memoires publiceren, en dus neemt hij een journalist onder de arm. En dat is hoe Aurélie en Alexander samenkomen - niet voor het eerst, trouwens, want gaandeweg wordt duidelijk dat ze een verleden delen dat Aurélie eigenlijk liever afgesloten had gehouden. Van weldoener tot duivel, zal het boek dat Aurélie over Alexander schrijft heten, en waaruit de lezer van Een honger verschillende hoofdstukken te lezen krijgt - Laszlo's ideeën over pedofilie, bijvoorbeeld, zijn behoorlijk ongemakkelijke en onconventionele, maar intellectueel uitdagende redeneringen, net als de manier waarop hij over ontwikkelingshulp denkt en spreekt.
 
Een honger blinkt op vele manieren tegelijk uit. Ouariachi is een rasverteller en neemt zijn lezers vanaf de eerste pagina mee, om ze pas zeshonderd pagina's later verbouwereerd weer los te laten. Ondanks heel wat uitweidingen, verveelt de roman nooit. Zowel Aurélie als Alexander zijn personages om nooit meer te vergeten en ze wekken allebei empathie op - ondanks de feiten, in het geval van Laszlo. Maar bovenal is Een honger een moedig boek, waarin de politiek correcte kijk op thema's als pedofilie en ontwikkelingshulp geproblematiseerd wordt.  
 
Amsterdam : Querido 2016, 588 p. ISBN 9789021456799 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri