Letterkunde

BOEKEN NR. 11, OKTOBER 2016

Bert Govaerts: Ernest Claes. De biografie van een heer uit Zichem

door Jooris van Hulle

In 1964 beleefde De Witte van Ernest Claes zijn honderdste druk. Reden genoeg dus om te feesten in zijn geboortedorp Zichem, niet met een academische zitting, maar met een groot volksfeest waar duizenden mensen op afkwamen. Pittig detail dat hier door biograaf Bert Govaerts wordt aangehaald: na de viering vond Claes 1874 brieven en telegrammen in zijn bus. In deze tijd zouden dat allicht sms-berichten en tweets geworden zijn, maar zo’n kleine tweeduizend felicitaties… ik zie het niet direct nog gebeuren in een tijd dat de beeld- en plaatjescultuur het boek letterlijk en figuurlijk overschaduwt.

Bert Govaerts heeft zijn uiterst stevig gedocumenteerde levensbeschrijving van Ernest Claes – ruim vijfhonderd pagina’s dik is het boek geworden – ‘gewild ouderwets’ aangepakt: ‘het is een verhaal’, noteert hij in zijn verantwoording, ‘van wieg tot graf. De eenheid die geschapen wordt door volgehouden chronologie is misschien een vorm van gezichtsbedrog, maar ze zorgt voor een toegankelijke vertelling.’ Grosso modo kan hier worden gezegd dat Govaerts terugvalt op een feitenrelaas, gestoffeerd door de brieven en dagboeken van Claes en diens literaire werk, waaruit veel biografische informatie te putten valt. Nadrukkelijk wijst Govaerts er verder op dat hij geen ‘literaire biografie’ heeft willen schrijven:

‘ik bied geen systematische studie van de genese, noch van de receptie van zijn romans en novellen.’

Wie vanuit literair-wetenschappelijk oogpunt de schrijver Claes wil duiden, kan volgens Govaerts het best teruggrijpen naar de inleidingen bij de jaarboeken van het Ernest Claes Genootschap.
 
Eigenlijk is dat een spijtige zaak: het immense werk dat Govaerts heeft verzet, had nog meer kleur, nog meer impact kunnen krijgen als er ook een stevig onderbouwde kritische analyse van de publicaties was aan toegevoegd. Pas aan het slot van de biografie waagt Govaerts zich ook, zij het heel voorzichtig, aan een ‘Balans’. Maar toch overweegt hier het gevoel dat hij de klus al te makkelijk afwerkt. Uitspraken als ‘een goed schrijver van lange adem was Ernest Claes nooit’, ‘zijn korte werken kunnen nog altijd charmeren’, ‘sommige boeken hebben zeker een documentaire waarde’… vormen het substraat voor een verdere analyse.
 
Alleen al de vriendschap tussen Claes en Streuvels, zijn contacten met Felix Timmermans (lees diens biografie van de hand van Gaston Durnez) en later met Gerard Walschap (over wie Jos Borré schreef) hadden hier, mits enig vergelijkend onderzoek werd gedaan, een verhelderend licht kunnen werpen op de schrijver Ernest Claes. In die zin blijft de Govaerts-biografie in mijn ogen en zonder dat ik hiermee afbreuk wil doen aan de waarde van het geheel, een gemiste kans.
 
Zoekend in de twintigste eeuw
Het leven van Ernest Claes, die als zevende kind in het gezin van Merten Claes en Trees Lemmens werd geboren in 1885, overspant voor een groot deel de voorbije twintigste eeuw. Hij overleed in 1968. Zijn ‘Werdegang ins Leben’ is een typisch voorbeeld van de hang naar bevrijding uit het gesloten milieu waar de kansen niet zomaar voor het grijpen lagen. Claes kon verder studeren dank zij de steun van de paters van Averbode, waar hij een tweede thuis had gevonden. Daar ook werden de kiemen gelegd voor zijn latere bekommernis en inzet voor Vlaanderen, die tijdens zijn Leuvense studententijd hard wordt gemaakt. Hier waagt Govaerts zich aan een interpretatie die tot nadenken stemt:
 
‘In de studentenbeweging kwam hij naar buiten als een zelfverzekerde, bij wijlen zelfs harde flamingant. Iemand die zijn plaats in de wereld kende en vanzelfsprekend vond. In zijn dagboek is hij soms een twijfelaar en een dubber, die zich als een ‘vreemdeling’ tussen de studenten voelt.’
 
Iets van die twijfel zal Claes ook blijven achtervolgen als het om zijn literair werk gaat: hij bleef ervan dromen ooit ‘de’ grote roman te schrijven die hij in zich voelde leven, maar die er nooit echt is uitgekomen. Was hij te zeer begaan met alles wat hem in het leven van alledag op de hals viel? Zijn job als chroniqueur van het Beknopt Verslag in het Belgische Parlement was allerminst een alles opslorpende dagtaak. Zijn journalistiek werk sloot daar doorgaans perfect bij aan (met de volksvertegenwoordigers liep hij niet hoog op, ‘in de geschiedenis van hun land meenen ze allen uitroepteekens te zijn. Ze zijn niet eens een komma’). Bovendien kon hij rekenen op de steun van zijn vrouw Stephanie Vetter, zelf ook auteur en voor hem, zeker nadat ze het grote lot had gewonnen in de staatsloterij, een financiële toeverlaat.
 
Terloops vermeld hier: als Govaerts het heeft over de kennismakingsperiode tussen Claes en Vetter, luidt het: ‘Dat vriend Ernest zijn lief intussen ook al in den vleze was gaan opzoeken in Den Haag hoefde de stijfvrome Frans niet te weten.’ De stijfvrome Frans over wie het hier gaat, is Frans van Cauwelaert die een van de beste vrienden van Claes is geweest, ook nadat zij in het interbellum even getroebleerd raakten omwille van Claes’ veronderstelde sympathie voor het activisme. De vraag of en in hoeverre Ernest Claes tijdens de Tweede Wereldoorlog echt heeft gecollaboreerd, wordt hier in de biografie terdege beantwoord, mede op basis van de juridische uitspraak rond zijn dossier. Veel interessanter is de interpretatie die Goaverts in zijn slothoofdstuk verwoordt: Claes was een ‘attentist’, maar pijnlijk aan het verhaal is en blijft de impliciete verwerping, zelfs een totale revisie van zijn eigen verleden na september 1944, en ‘pijnlijker is dat hij de verantwoordelijkheid voor zijn foute historische keuzes ook niet nam tegenover zijn vrienden.’

Volksschrijver en volksvriend
Het grote publiek leest Ernest Claes vandaag niet meer’: het klopt. In de canon die de KANTL in 2015 bekendmaakte, is geen enkele tekst van hem opgenomen. Dat Ernest Claes vele honderden lezingen en voordrachten heeft gehouden overal in Vlaanderen, geeft echter een idee van hoe het publiek ooit aan hem verknocht was. En dat De witte in 2008 aan de 126ste druk toe was, kan ook niet zomaar over het hoofd worden gezien. Een (de?) verklaring: ‘Claes droeg geen vlag, hij heeft geen muren bestormd, maar hij wist zijn volk te raken in het hart met een toverwoord: er was eens…’
 
Antwerpen : Houtekiet, 2016, 509 p. ISBN9789089244550 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri