Beschouwingen

BOEKEN NR. 11, OKTOBER 2016

Kris van Zeghbroeck: Elk boek weer anders dan het vorige : De fictie van Jess Walter

door Kris van Zeghbroeck

De Amerikaanse schrijver Jess Walter (°1965) groeide op en studeerde in Spokane (Washington) als zoon van een vakbondsleider. Hij was vader op zijn negentiende en verliet vroegtijdig de plaatselijke Eastern Washington University om zijn brood te verdienen als journalist bij The Spokesman Review. Het stadje Spokane, waar hij nog steeds woont met zijn gezin in het ouderlijke huis, vormt een rode draad door het leven en werk van Walter. Alles wat hij doet en schrijft, draagt hij op aan zijn tweede echtgenote/redacteur Anne en zijn kinderen Brooklyn (uit zijn eerste huwelijk), Ava en Alec.

Zijn liefde voor taal en schrijven maakte dat Walter als journalist de reputatie had om in zijn verslaggeving breedvoerig uit te weiden, wat zijn onderwerpen een epische dimensie gaf. Gaandeweg specialiseerde hij zich in true crime over onderwerpen als ‘the FBI siege at Ruby Ridge, Idaho, the trial of O.J. Simpson, and serial killers’. Voor zijn verslaggeving rond Ruby Ridge werd hij genomineerd voor de Pulitzer Prize. De uitwerking van het onderwerp in zijn eerste (non-fictie) boek Every Knee Shall Bow: The Truth and Tragedy of Ruby Ridge and the Randy Weaver Family (1995) zorgde voor de langverwachte breuk met de dagelijkse plaatselijke journalistiek en een nieuwe start als professioneel auteur en ghost writer van boeken.

Pas in het nieuwe millennium debuteerde Walter als fictieschrijver, maar hij schreef reeds kortverhalen als jonge vader. Een genre dat hij is blijven beoefenen, maar uiteindelijk was de romanvorm voor hem cruciaal om als fictieschrijver te kunnen doorbreken. Gezien zijn specialisatie in true crime leek het voor de hand te liggen dat Walter debuteerde met achtereenvolgens drie als ‘thriller’ gelabelde romans: Over Tumbled Graves (2001 – vert. Als het graf zwijgt), Land of the Blind (2003 – In het land der blinden), Citizen Vince (2005 – De donut man).

Rechercheur Caroline Mabry is prominent aanwezig in de eerste twee boeken, alsof er initieel sprake is van een klassieke detectivereeks rond haar personage. Maar haar centrale rol in het onderzoek naar een seriemoordenaar in Als het graf zwijgt wordt teruggeschroefd naar een meer observerende en bemiddelende rol voor de uitgeschreven bekentenissen van een verwarde zwerver in In het land der blinden. Wat meteen opvalt, is dat Walter niet vasthoudt aan een formule maar voortdurend evolueert als schrijver. Daarbij staat de uitwerking van de personages centraal en kunnen zijn als thrillers uitgegeven boeken net zo goed als psychologische romans worden beschouwd.

Wel beschouwt Walter suspense als een basisonderdeel van zijn schrijverspalet onder het motto: ‘De geschiedenis is één groot thrillerplot geworden’. Een romanschrijver kan de dagelijkse verslaggeving over ‘beveiliging, martelingen en zelfmoordterroristen’ niet negeren door een artificiële opsplitsing te maken tussen literaire fictie en spannende verhalen. Suspense wordt zo een vorm van realisme, die voortdurend opborrelt in zijn literaire werk. De personificatie hiervan is politieman en detetective Alan Dupree, de mentor van Caroline Mawbry in het eerste boek, die in verschillende stadia van zijn leven opduikt in de meeste romans van Walter.

Ook de stad Spokane blijft een van de terugkerende personages, vooral in het vroege werk en de verhalen, waar het sociale weefsel van de stad een belangrijke rol speelt. In de verhalenbundel We Live in Water (2013 – vert. Wij leven in water) neemt Walter zelfs een ‘Sociaaleconomisch profiel van mijn woonplaats Spokane, Washington’ op, waarin hij in vijftig genummerde paragrafen over zijn thuistad vertelt. De stad als onderdeel van het fictieve weefsel en de fictie die vaak ironisch de (historische) sociale achteruitstelling en armoede van de stad belicht. Een beeld dat bijblijft, is het grote aantal volwassen mannen die met de knieën tegen de oren op bmx-fietsen rondrijden in Spokane. Een hilarisch gegeven dat ontnuchterend gekoppeld wordt aan armoede en drankmisbruik.

De suspense blijft ook prominent aanwezig in romans drie en vier, Citizen Vince (2005 – De donut man) en The Zero (2006 – Het nulpunt). De met de Edgar Allan Poe Award bekroonde De donut man volgt spijtoptant Vince Camden, die onder een valse naam verkast van New York naar Spokane om een nieuw leven als donut bakker en kiesgerechtigd burger zonder strafblad uit te bouwen. De personages van Jess Walter zijn echter geen hoogvliegers die de Amerikaanse droom beleven, maar mensen van vlees en bloed die elke dag moeten overleven en (vaak tevergeefs) het gevecht aangaan om niet verder in een neerwaartse spiraal te geraken. Ze kunnen met de beste wil van de wereld geen grip krijgen op hun bestaan.

Het nulpunt
focust dan weer op de gigantische puinhoop van 9/11, die Walter als ghost writer van de toenmalige New Yorkse politiecommissaris en als vrijwilliger op Ground Zero van zeer nabij meemaakte. Humor is een integraal bestanddeel van Walters oeuvre als smeermiddel om het ontnuchterende realisme te lijf te gaan, maar in Het nulpunt gaat de auteur een stap verder door de helden van 9/11 in een uitgesproken zwart satirisch complotkluwen te verstrikken. Had hij dit boek meteen na de feiten gepubliceerd dan was het door de publieke opinie verguisd geweest. Maar met de nodige jaren afstand groeide dit boek uit tot een studieobject van vernieuwende 9/11 literatuur. Surrealisme ten top, waarbij de realiteit vaak de fictie overstijgt onder het reclamebordmotto: ‘God zegene Amerika. Dagelijks nieuwe meubelen’.

Walters manier van schrijven verloopt niet volgens schema’s en structuren. Het is de organische ontwikkeling van zijn personages en de toon van hun stem die hun stempel drukken op zijn manier van schrijven en het gebruik van genres. Walter maakt wel gebruik van een soort schrijversdagboek, notitieboekjes waaruit materiaal gaandeweg zijn weg vindt in een van zijn boeken. Een methode die zo’n grote impact had op Het nulpunt, dat achterin het boek een aantal fragmenten werden opgenomen. Telkens opnieuw wordt binnen het schrijfproces nieuw materiaal toegevoegd en het geheel herschreven tot een naadloos geheel.

Het overgrote deel van Jess Walters oeuvre lijkt in het spoor van zijn internationale bestseller Beautiful Ruins (2012 – vert. Schitterende ruïnes) op vrij korte tijd vertaald te zijn bij uitgeverij Marmer. Dat klopt maar gedeeltelijk; Walters drie thrillers werden kort na de oorspronkelijke uitgave reeds onder een andere titel bij uitgeverij Elmar vertaald. Dat neemt niet weg dat het internationale succes van Schitterende ruïnes op vrij korte tijd een markt gecreëerd heeft voor zeven fictiewerken die (op The Financial Lives of the Poets (2009) na) het gros van zijn literaire oeuvre omvatten.

Schitterende ruïnes
is een liefdesverhaal met suspense elementen, dat symptomatisch is voor Jess Walters vermenging van genres, stijlen en tekstypes. Personages worden gevolgd in verschillende tijdlijnen, waarbij Walter naast talloze intertekstuele referenties gebruik maakt van fictieve manuscriptfragmenten. De uitbater van een afgelegen hotelletje aan de Italiaanse kust wordt verliefd op een Amerikaanse actrice die tijdens de opnamen van de film Cleopatra in Rome zwanger raakt van Richard Burton, maar onder druk van de producer weggemoffeld wordt in een hotelletje met de diagnose van kanker. Startpunt van verhaallijnen in 1945/6, 1962, 1978 en het heden gespreid over Italië en de Verenigde Staten die in tijd en ruimte met elkaar verknoopt worden in de zoektocht van de bejaarde Italiaanse hotelier naar zijn verloren Amerikaanse liefde.

Jess Walter verwerkt fragmenten van een roman, memoires en een toneelstuk in het geheel, zodat de intertekstualiteit van fictie van een aantal cruciale personages, ingebed in de roman van Walter, voor een gevarieerd leesparcours zorgt. Bovendien krijgt alles vorm binnen een Amerikaanse filmwereld die de levens van de personages voor commercieel gewin benadert, wat de op handen zijnde verfilming van het boek door Todd Field nog een extra dimensie geeft.

De verwachting is dat Walters output gestaag zal uitbreiden. Hij heeft, gehard in de journalistieke school, absoluut geen last heeft van writer’s block. Hij combineert gewoon meerdere schrijfprojecten en concentreert zich naar gelang van de omstandigheden op het project dat het meeste schrijfrendement oplevert. Bovendien geeft het succes van zijn bestseller Schitterende ruïnes hem de vrijheid om te schrijven waarover hij wil. Intussen zijn twee gebundelde novellen verschenen (Falling Faintly & Drafting (2015 – vert. Smoor & Slipstream) en zitten er twee romans in de pijplijn: een historische roman en een roman over een babysitter die verliefd wordt op de jongen voor wie ze zorgt. Opnieuw kunnen we ervan uitgaan dat Walter elk nieuw boek als een nieuwe intertekstuele genremix zal benaderen, elk boek weer anders dan het vorige.

Jess Walter: Als het graf zwijgt, Marmer Baarn, 2015, 396p. ISBN 9789460681837. Vert. van Over Tumbled Graves
Jess Walter: In het land der blinden, Marmer Baarn, 2016, 347 p. ISBN 9789460681820. Vert. van Land of the Blind
Jess Walter: De donut man, Marmer Baarn, 2015, 283 p. ISBN 9789460682292. Vert. van Citizen Vince
Jess Walter: Het nulpunt, Marmer Baarn, 2015,  366 p. ISBN 9789460682315. Vert. van The Zero door Paul Bruijn en Nicolette Hoekmeijer
Jess Walter: Schitterende ruïnes , Marmer Baarn, 2016, 410 P. ISBN 9789460683299. Vert. van Beautiful Ruins door Nicolette Hoekmeijer
Jess Walter: Wij leven in water, Marmer Baarn, 2016, 206 p. ISBN 9789460682827. Vert. van We Live in Water door Nicolette Hoekmeijer
Jess Walter: Smoor & Slipstream, Marmer Baarn, 2016, 90 p. ISBN 9789460682971. Vert. van Falling Faintly ; Drafting door Paul Bruijng

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri