Vertaald proza

BOEKEN NR. 13, DECEMBER 2016

Alice Zeniter: Op een zondagochtend

door Katja Feremans

Elk jaar opnieuw op 2 mei maakt Imre Mándy een fles abrikozenbrandewijn soldaat en lalt daarbij almaar luider coupletten uit het lied ‘Sombere zondag’. Iedere keer weer draait het erop uit dat zijn kleindochter Ági hem het kleine, houten huis in draagt, dat plompverloren op een eilandje staat midden tussen de sporen vlak bij het drukke Nyugati-station in Boedapest.   
Het lawaai is er hels en alle dagen moeten de Mándy’s het afval ruimen dat vanuit voorbijrijdende treinen in hun tuin wordt gekeild. Toch blijven ze wonen op het stuk grond dat ooit een veldje was aan de rand van de stad. Een combinatie van rampspoed en defaitisme achtervolgt de familieleden van generatie op generatie. Als ze al het heft in eigen handen nemen, missen ze de kracht om op langere termijn ingesleten gewoonten los te laten en de regie te voeren over hun eigen levens.
 
Hun verhalen inclusief de geheimen waaronder ze gebukt gaan, worden ontrafeld tegen de achtergrond van de recente Hongaarse geschiedenis: de komst van het Rode Leger na de Tweede Wereldoorlog, de anti-Sovjetopstand van 1956, het repressieve communistische regime onder Kádár, de val van het IJzeren Gordijn. De historische context is interessant, maar vaak schools opgetekend, wat meermaals leidt tot een storende stijlbreuk. Culturele referenties heeft Alice Zeniter subtieler verweven met het wel en wee van de Mándy’s. ‘Sombere zondag’, in Hongarije een legendarisch lied uit 1933 waar een zelfmoordgolf wordt aan toegeschreven, is daarvan een voorbeeld. Sombre dimanche de oorspronkelijke titel van Zeniters derde roman, zegt dan ook veel meer dan Op een zondagochtend.
 
Imre, de kleinzoon van de Imre die zich elk jaar op 2 mei lazarus drinkt, is een jaar of zeventien wanneer het IJzeren Gordijn in 1989 valt. Omdat zijn ontluikende volwassenheid samenvalt met dit keerpunt in de geschiedenis, heeft Alice Zeniter hem als hoofdpersoon naar voren geschoven. Toch lijkt de Franse schrijfster en dramaturge (1986), die drie jaar in Hongarije woonde en werkte, zichzelf daarmee in de voet te schieten. Imre jr. is namelijk een kleurlozere figuur dan de andere Mándy’s. Maar dat niet alleen. De grote tragiek in deze familieroman is dat de mannen, hoe goed ze het ook menen, hun vrouwen en geliefden van zich af duwen en soms zelfs regelrecht richting onheil drijven. Die vloek treft weliswaar ook Imre, maar net iets minder hard dan de generaties voor hem.
 
Toch raast de opdringerige alwetende verteller in vogelvlucht aan die andere familieleden voorbij, waardoor hun veel diepte wordt ontnomen. Die haast botst eveneens met de thema’s van hoop, dromen, liefde of het gebrek eraan, verdriet, vriendschap en meerdere gedaanten van de dood. Door het bijna afraffelen van de noodlottige drama’s worden bovendien ook de tristesse en de melancholie van het bij momenten best meeslepende verhaal ondergesneeuwd.
 
Amsterdam : De Arbeiderspers 2016, 237 p. Vert. van Sombre dimanche door Marijke Arijs. ISBN 9789029505819 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri