Nederlands proza

BOEKEN NR. 13, DECEMBER 2016

Frans Pointl: Zonder rampspoed valt er niets te melden

door Jo Vanderwegen

Met Zonder rampspoed valt er niets te melden gunt Frans Pointl (1933-2015) de lezer postuum een blik in zijn laatste levensjaren. En die waren allesbehalve vrolijk. Bij leven oogstte de Amsterdams-joodse schrijver vooral roem door zijn succesvolle debuut – de verhalenbundel De kip die over de soep vloog (1989) – en het daaropvolgende televisie-interview dat Adriaan van Dis met deze tot dan toe volslagen onbekende vijftiger hield.   
Misantropie en wrange humor bleven sindsdien het wezenskenmerk van Pointls boeken. Thema’s uit dat veelgeprezen werk – de moederfiguur, zijn joodse achtergrond en de alleenstaande man – keerden ook terug in later werk als De hospita’s. In zijn laatste verzameling verhalen en gedichten is dat niet anders: de eenzame, oud geworden hoofdpersoon wordt verzorgd door bazige (vrouwelijke) types en ziet alleen maar ellende en verdriet om zich heen. Slechts een natuurfilm over pinguïns of een langs trippelend vogeltje kan een lach op zijn gezicht toveren, tot zijn eigen verbazing.
 
In het voorwoord van Zonder rampspoed valt er niets te melden worden de teksten in perspectief geplaatst: samensteller David de Poel begeleidde Pointl tijdens zijn laatste levensjaren, werd diens mantelzorger en werkt momenteel aan een biografie over het leven van de man. Nadat hij al zijn liefste vriend (een poes) bij kennissen had ondergebracht, moest Frans Pointl ook afscheid nemen van zijn eigen platen- en boekencollectie, want een verhuis drong zich op. Tijdens zijn tijd in een Amsterdams verzorgingshuis zal hij meermaals opmerken dat hij naar eigen aanvoelen zes jaar te lang geleefd heeft (in 2009 overleefde hij ternauwernood een ernstige ziekte).  
 
In Zonder rampspoed valt er niets te melden lezen we twee verhalen, alsook brieven aan een fictieve vriend en gedichten. De meeste dateren van de laatste drie jaar van zijn leven en enkele werden in het tijdschrift Hollands Maandblad gepubliceerd.  De hoofdpersoon van de brieven, waarin we moeiteloos de schrijver herkennen, kijkt in een rolstoel in het Amsterdamse Sarphatihuis uit het raam, en moet de verzorging ondergaan van onvriendelijk en brutaal personeel. Bovendien heeft hij te maken met een verlamde buurman (‘het stoffelijk overschot leeft nog’, zo lezen we in zijn observaties).  Vooral in de gedichten klinkt pure wanhoop door, hij kijkt uit naar de komst van zijn ‘amper bereikbare vriend Euthan’ nu hij alleen nog rust vindt in zijn dromen tijdens de nachtelijke uren. De gedichten zijn ontroerend en beklemmend en roepen het actuele debat in Nederland over een actief levenseinde voor ouderen die levensmoe zijn, in herinnering.
 
Zonder rampspoed valt er niets te melden is een kostbaar, treurig kleinood geworden dat de lezer met een bittere nasmaak achterlaat. Waar we bij de dagboeken van Hendrik Groen nog kunnen denken dat we te maken hebben met fictie (en met wat meer vrolijkheid), is dat helaas niet het geval bij Frans Pointl. Een must voor literatuurliefhebbers én verzorgers van ouderen.
 
Amsterdam : Nijgh & van Ditmar 2016, 112 p. ISBN 9789038802398 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri