Nederlands proza

BOEKEN NR. 12, NOVEMBER 2016

Marc Reugebrink: Het Huis van de Zalmen

door Tom Rummens

Na een aanhoudende discussie met zijn chef kok Enzo over de smaak van wilde zalm, trekt restauranthouder en sommelier Marcel erop uit naar Noorwegen om er een zalmkwekerij te bezoeken. Het is een anekdote die niet alleen het begin, maar eigenlijk de hele reikwijdte omvat van Het Huis van de Zalmen, Marc Reugebrinks nieuwste, meesterlijk gecomponeerde en gestileerde roman. Want Marcel is eenzaam en koppig, daar in het hoge noorden, en uiterst volhardend in het willen halen van zijn groot gelijk. Bovendien krijgt hij tijdens zijn trip ook te horen dat zijn moeder overleden is. Ambitieuze, eigengereide mannen die slecht tegen hun verlies kunnen, elk op hun manier: zie daar de rode draad.   
Want verliezen doen ze veel, deze twee mannen. Marcel verliest zijn moeder en zijn zus, maar gaandeweg ook zijn ambitie en zijn geloof in wat hij onderneemt. In dat opzicht is Enzo de antipode van Marcel. In de keuken van L'Ange Perdu experimenteert hij grenzeloos, op zoek naar steeds meer en steeds hogere erkenning. Stro, stenen, onkruid en zelfs muskusratten belanden op Enzo's snijplank, geen moeite is hem te groot en geen weg is te vergezocht om aan te kunnen sluiten bij de groten der aarde in het culinaire walhalla. Maar zijn missie lijkt tot mislukken gedoemd, want de klanten volgen hem niet blindelings en bovenal: Marcel en zijn vrouw Susanne gaan op de rem staan.
 
Het Huis van de Zalmen is opgevat in drie delen: het eerste en derde deel spelen zich af in het heden; in het tweede deel komen we alles te weten over de jeugd van Marcels moeder. Het is een fascinerend opzet, want via die omweg komen we veel te weten over wie Marcel eigenlijk is - en over hoe hij zichzelf bij elkaar fantaseert. Het is zijn prachtige pagina's, opgebouwd uit weemoed en heimwee naar een verleden dat nooit meer zal terugkomen, hoe vurig Marcel daar ook naar verlangt.
 
Reugebrink schreef een bloedmooie roman over verlies en de moeilijke maar noodzakelijke menselijke omgang ermee. Hij analyseert zijn personages en hun wedervaren met een taal die scherp en genadeloos precies is. En tegelijk is Reugebrinks schriftuur poëtisch, warm en troostvol genoeg om te vatten waar het werkelijk omgaat: het al te menselijke onvermogen om onszelf te boetseren naar wie we willen zijn, en tegelijk ons niet aflatend streven om dat toch te willen doen.

Amsterdam : Querido 2016, 267 p. ISBN 9789021401560 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri