Vertaald proza

BOEKEN NR. 14, DECEMBER 2016

Irmgard Keun: Kind van alle landen

door Katja Feremans

Irmgard Keun (1905-1982) was aan het begin van de jaren dertig een rijzende ster in Duitsland, maar toen Hitler aan de macht kwam, werd haar opgang gestuit. Zowel haar succesdebuut Gilgi, eine von uns (1931) als de opvolger Het kunstzijden meisje (1932; in het Nederlands in 2005) werd in beslag genomen. De reden? De hoofdrollen in haar werk gingen naar jonge, ambitieuze vrouwen, die in hun streven naar onafhankelijkheid botsten met de nationaalsocialistische ideologie.   
In het voorjaar van 1936 vluchtte Irmgard Keun uit Duitsland. Oostende werd haar eerste tussenstop. Ook het kruim van de Duitstalige exilschrijvers streek daar die zomer neer. Als niet-joodse was Irmgard Keun een buitenbeentje in dat gezelschap. Hoe zij en Joseph Roth (1894-1939) er voor elkaar vielen, heeft Mark Schaevers uit de doeken gedaan in Oostende, de zomer van 1936.
  <br />
In de Koningin der Badsteden begint ook Kind van alle landen. De tienjarige Kully brengt er verslag in uit over haar rusteloze bestaan als kind van emigranten. Peter, haar vader, is in grote trekken gemodelleerd naar Joseph Roth. Om voorschotten los te krijgen van zijn buitenlandse uitgevers, bluft hij over het vlotten van zijn manuscripten. Hij is in de weer met de vertaal- en filmrechten van zijn werk en probeert munt te slaan uit reclame-ideeën. Zodra hij wat geld heeft, jaagt hij het erdoor: hij kan de drankduivel niet op afstand houden en woont liever in hotels dan in een eigen stek - onder meer omdat er portiers werken van wie je geld kan lenen.
 
Kully neemt ons van Oostende mee naar Brussel, Parijs, Amsterdam, Marseille, Bordighera in Italië, Nice, zelfs tot in de Verenigde Staten. Die trans-Atlantische reis ondernemen vader en dochter onder hun tweeën – Kully’s moeder had de boot in Rotterdam gemist. Het verblijf in Amerika is ronduit kluchtig. Peters zakelijke plannen komen in New York niet van de grond. Zijn eeuwige geldgebrek drijft hem naar een jeugdvriend in Virginia. Wanneer de twee mannen herinneringen ophalen, blijkt dat ze elkaar allebei met een ander hebben verwisseld. Dat die zogenaamde jeugdvriend in Virginia Beach woont, heeft weer een autobiografisch kantje: Irmgard Keun verbleef er in 1938 zelf enkele weken bij haar minnaar, een Duits-joodse arts die jarenlang tevergeefs bleef hopen dat zij hem definitief achterna zou komen. Maar zij hield hem vakkundig aan het lijntje en troggelde hem vooral aan de lopende band geld af.
 
Na de Duitse bezetting van Nederland in 1940 ging het gerucht dat Irmgard Keun in Amsterdam zelfmoord had gepleegd. Of zijzelf het bericht de wereld in stuurde, werd nooit opgehelderd. Alleszins kon de schrijfster dankzij dit nieuws onder de radar verdwijnen. Ze keerde terug naar Keulen onder een valse naam en dook er samen met haar ouders onder. Na de oorlog speelde ze geen literaire rol van betekenis meer. Haar werk werd aan het eind van de jaren zeventig wel herontdekt. Christoph Buchwald was een van de drijvende krachten achter de heruitgave van haar bruisende romans. Hij schreef ook het nawoord bij de vertaling van Kind van alle landen.
 
Opvallend is hoe de pientere Kully zich met haar kinderlijke logica uit uitzichtloze situaties redeneert die worden beheerst door angst, honger, geldzorgen, paspoorten en visa die beginnen te verstrijken van zodra ze zijn uitgereikt. Zo concludeert ze over landsgrenzen bijvoorbeeld dat ‘het iets is wat zich in een trein afspeelt, met behulp van mannen die ambtenaren zijn’. Boven op Kully’s ontwapenende kijk op de dingen zorgen de uitgesproken en dikwijls plastisch verwoorde meningen van Peter voor verbaal vuurwerk. Het eindresultaat? Een wervelende roman over deprimerende tijden, een geslaagde botsing tussen speelsheid en wanhoop.
 
Amsterdam : Lebowski 2016, 158 p. Vert. van Kind aller Länder door Marcel Misset. ISBN 9789048833412
 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri