Letterkunde

BOEKEN NR. 14, DECEMBER 2016

Robbert Ammerlaan: Zijn eigen land

door Christophe Van Eecke

Met Zijn eigen land heeft Robbert Ammerlaan een aanzet tot biografie van Harry Mulisch geschreven waarin hij erin is geslaagd een portret van de schrijver en mens te maken doorheen een reeks thematische hoofdstukken die ook min of meer chronologisch geordend zijn. Het is een aanzet tot biografie omdat het geen consistent opgebouwd levensverhaal is. Maar het is toch wel een volledig portret van de schrijver, die met een buitengewone levendigheid uit deze pagina’s naar voren komt. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat Ammerlaan zelf als biograaf helemaal niet nadrukkelijk aanwezig is en Mulisch, zijn vrienden en geliefden, zijn werken, en de objecten in zijn werkkamer zelf laat spreken.   
De verhalen die ze vertellen, zijn altijd meeslepend, verrassend, indrukwekkend, en ontroerend. Ze zijn soms ook ontluisterend, en met name waar het Mulisch’ omgang met vrouwen betreft (Mulisch’ voormalige geliefde Ineke Verwayen is vernietigend in de precisie van haar oordeel: ‘Of hij echt van vrouwen heeft gehouden, betwijfel ik. Tot diepe liefdesgevoelens was hij niet goed in staat. Hij is gelukkiger geweest in het gezelschap van mannen dan in dat van vrouwen. Vrouwen waren toch vooral bedoeld om mee naar bed te gaan, of als huishoudster’). Intrigerend (en in fascinerend contrast daarmee) is Ammerlaans beschrijving van Mulisch’ liefdesvriendschap (want hoe moet je het ander noemen?) met Hein Donner. Zonder meer indrukwekkend is de figuur van Mulisch’ moeder Alice Schwartz, die als een joodse schikgodin over het leven van haar zoon hangt en brieven schrijft die aan het werk van haar beroemde zoon gewaagd zijn. Ook de impact van de Tweede Wereldoorlog, Hitler, en de Holocaust op leven en werk van Mulisch wordt door Ammerlaan op indrukwekkende wijze uitgeplozen, niet het minst in zijn verslag van Mulisch’ confrontaties met Eichmann en Speer. Steeds weer blijkt ten slotte hoe sterk Mulisch’ oeuvre op zijn eigen biografie is geënt: een feit waar we in dit boek soms bijna ongemakkelijk direct mee worden geconfronteerd. Literatuur of sublimatie, that’s the question.

Ammerlaans boek roept ook de vraag op of en hoe men Mulisch moet (her)lezen. Toen Mulisch’ De ontdekking van de hemel in 1992 verscheen en een literair fenomeen werd, zat ik in de humaniora. Net zoals zoveel scholieren had ik De aanslag (1982) gelezen voor de les Nederlands. Onze lerares was echter weinig enthousiast over Mulisch’ nieuwste roman. Ze ergerde zich aan het brede vertoon van Mulisch’ encyclopedische kennis, het soms pedante intellectualisme van de schrijver, en vond dat een verspilling van zijn talent. Daarmee vertolkte zij een kritiek die wel vaker over Mulisch werd geformuleerd. Het beeld van Mulisch als een intellectualistisch dilettant wordt door dit boek echter in niet geringe mate bevestigd. Zijn eigen land zit vol citaten waarin Mulisch niet alleen zijn eruditie tentoonspreidt, maar ook parallellismen tussen zijn leven en andere gebeurtenissen benadrukt of zijn Freudiaanse neigingen de vrije loop laat. Chemie en alchemie, de mysteries van de oude Egyptische cultuur, maar ook her en der bijeengeraapte filosofische theorieën worden vrijelijk bij elkaar gebracht: dit alles bevestigt het beeld van een sterk in zichzelf gesloten oeuvre waar je als lezer, om het even pleonastisch uit te drukken, buiten blijft als je er niet in binnen geraakt. Maar Mulisch was geen academisch wetenschapper, waardoor het samenbrengen van al die kennisgebieden inderdaad vaak naar dilettantisme lijkt te neigen. Het doet vermoeden dat veel van Mulisch’ werk, en met name de essays en beschouwende teksten, maar ook een werk als De ontdekking van de hemel, misschien meer en meer tot period pieces zal vervallen: hiëroglyfische overblijfselen van de mentale wereld van een eigenzinnige creatieve geest. Bijgevolg leest dit boek als een doorwrocht portret van de man en kunstenaar, een indrukwekkend portret bovendien, maar misschien iets minder als een uitnodiging om het oeuvre opnieuw te gaan lezen; tenzij men (al) van Mulisch’ of zijn soort literatuur houdt.
 
Maar of men Mulisch nu bewondert of verafschuwt, of men al zijn werk heeft gelezen of daarentegen helemaal niets over de man weet: Zijn eigen land moet je lezen. Het boek combineert een intieme betrokkenheid bij zijn onderwerp met een bijna verblindende helderheid in het begrip van de samenhang tussen man en oeuvre, en van de delen van het oeuvre onderling. Die analytische zuiverheid, gecombineerd met de onmiskenbare affectie die Ammerlaan zijn onderwerp toedraagt, maakt van dit lijvige boekwerk een meeslepend avontuur. Ik heb het ‘een aanzet tot biografie’ genoemd, maar dat is ook de kracht van het boek: de thematische aanpak, gecombineerd met een rijk gebruik van archiefmateriaal, zorgt ervoor dat je de ontwikkeling van het werk van nabij kunt volgen, in samenhang met Mulisch’ eigen persoonlijke evolutie. Het is een zeldzaamheid dat een biograaf zijn lezers een dermate heldere kijk in de interne keuken van een auteur weet te verschaffen. En ondanks de enorme omvang van dit boek is er hier een duidelijk gevoel van less is more: Ammerlaan weet perfect hoeveel informatie en hoeveel verbanden we nodig hebben om precies te zien hoe alles aan elkaar hangt, uit elkaar voort groeit, en naar elkaar terugverwijst. Van begin tot eind heeft Ammerlaans werk de elegante trefzekerheid van de meester die zijn onderwerp schijnbaar moeiteloos beheerst.
 
Zijn eigen land is een boek dat gelezen moet worden door iedereen die houdt van literatuur, of je nu zelf schrijver bent, schrijver wilt worden, of een schrijver bewondert. Zelfs wie nooit van Mulisch heeft gehoord, moet dit boek lezen, want meer dan een (aanzet tot) een biografie is het een lange, glasheldere studie in hoe een oeuvre zich ontwikkelt, hoe een boek wordt gemaakt, en hoe een leven wordt geschreven. Het is een boek dat aanzet tot schrijven omdat het met erudiete eenvoud toont hoe schrijven werkt. Dat Ammerlaan die creatieve dynamiek in Mulisch’ leven en werk heeft weten te identificeren, analyseren, en vervolgens presenteren in samenhang met het leven van de auteur is een buitengewone prestatie. Zijn eigen land is een monumentaal werk over, maar ook voor, een geliefd literair monument. Het is ook een zeldzaam voorbeeld van wat een goede biografische studie dient te zijn, niet het minst omdat het, veel meer dan vele andere biografieën, wezenlijk begrip en inzicht biedt in wat het betekent een schrijver te zijn.
 
Amsterdam : De Bezige Bij, 2016, 447 p. ISBN 9789023496847 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri