Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2017

Christine Otten: We hadden liefde, we hadden wapens

door Lisanne Vroomen

Het lijkt zo normaal: een vader die in 1958 met zijn twee zonen een ijsje gaat eten. Maar het loopt al snel uit de hand. De zwarte Robert Franklin Williams en zijn zonen Bobby en John zijn niet gewenst in het restaurant waar ze het lekkerste ijs van Monroe verkopen. Alleen aan de achterkant van de zaak mogen zij via een luik ijs kopen. Dit houdt Robert F. Williams niet tegen om onverschrokken naar binnen het lopen. Een uur later wordt hij gearresteerd. 
Met deze scène begint We hadden liefde, we hadden wapens. Het is het verhaal van de zwarte verzetsstrijder Robert F. Williams, voorzitter van de NCAAP van Monroe, gezien door de ogen van zijn zoon John en zijn vrouw Mabel. Door deze invalshoek wordt het een zeer persoonlijk verhaal dat de impact op het gezin goed duidelijk maakt. Mabel trouwt in 1947 op haar zestiende met Robert, een man van wie zij amper wat weet. Ze is opgegroeid met het idee dat ze haar plaats moet kennen en voorzichtig en bescheiden moet zijn om zo min mogelijk op te vallen bij de blanken. Mabel komt er al snel achter dat de aanpak van haar echtgenoot anders is. Robert stelt onrecht en racisme aan de kaak door te provoceren en actie te voeren. In tegenstelling tot de geweldloze aanpak van Martin Luther King, strijdt Robert F. Williams voor het recht op gewapende zelfverdediging. Zo neemt hij het met veertig bewapende mannen op tegen de Ku Klux Klan die van plan is het lichaam van een zwarte misdadiger uit het mortuarium te halen en te verminken. Alleen hun aanblik is al voldoende om de Klan af te schrikken.
 
Niet alleen Mabel, maar ook Bobby en John worden meegesleurd in het gewapende verzet van Robert. Ze leren met wapens omgaan en John krijgt de taak om de wapenvoorraad in huis te bewaken. Ze zien op jonge leeftijd hoe hun vader gearresteerd worden en krijgen te maken met bedreigingen. Met zijn verzet weet Robert de woede van de Ku Klux Klan op zich af te roepen en door een misverstand wordt hij ook nog gezocht door de FBI. Het gezin moet in 1961 vluchten uit Monroe. Dan volgt een zwerftocht door Amerika, Cuba en China waarbij John en Bobby vaak gescheiden zijn van hun ouders. Uiteindelijk keren ze terug in Amerika, maar zich hier opnieuw vestigen lijkt lastiger dan gedacht. ‘We verbeeldden ons wel dat we de draad konden oppakken, maar het was alsof de wereld in onze afwezigheid een fractie was gekanteld,’ zegt de achttienjarige John.
 
In het boek speelt muziek een grote rol. Vanuit Cuba zenden Robert en Mabel Radio Free Dixie uit, met nieuws, commentaar en soulmuziek. Tijdens haar laatste maanden luistert Mabel naar muziek om herinneringen op te halen. Christine Otten weet de songteksten op een betekenisvolle wijze met het leven van het gezin te verbinden. ‘Ain’t got no country,’ zingt Nina Simone als Mabel terugdenkt aan haar gezin op de vlucht. Vooral het nummer ‘Sinnerman’ van Simone – met teksten als ‘Where you gonna run to’ en ‘Please hide me’ – is exemplarisch voor de vlucht van de Williams.
 
Christine Otten heeft zich voor dit boek gebaseerd op gesprekken met onder andere Mabel en John Williams. Deze gesprekken hebben haar de kans gegeven om het verhaal van Robert F. Williams te vertellen vanaf de zijlijn van zijn vrouw en zijn zoon. Alleen blijkt de zijlijn veel meer te zijn dan dat. Ook zij worden betrokken in het verzet van hun man en vader. In het boek wordt dit uitgewerkt met de vraag wie het verhaal toebehoort. John heeft zijn moeder op haar sterfbed beloofd om haar verhaal de wereld in te sturen, maar heeft hier moeite mee. Dan verschijnt de scholiere Kaila Crowden die John wil interviewen en zich als het ware het verhaal komt toeëigenen. Op metaniveau is er natuurlijk de schrijfster Christine Otten die hetzelfde doet. Tegen het einde van het boek trekt John de conclusie ‘dat het er niet toe doet of je erbij was of niet, of je heldhaftig was of niet, daar gaat het niet om, de verhalen zijn net zo goed van ons, van ons allemaal. Het is onze geschiedenis. Van ons.’
 
We hadden liefde, we hadden wapens is een prachtig persoonlijk verhaal geschreven in een duidelijke, nuchtere schrijfstijl met weinig metaforen. Zowel door de gebeurtenissen als de invloed ervan op de personages is het een boek waarin je wilt blijven lezen. Het verhaal toont dat degene die onrecht en racisme aankaart, niet geliefd wordt en op zware represailles kan rekenen. Hoewel sinds de jaren zestig het expliciet racisme is afgenomen, sluimert het nog steeds. Degenen die het aan de kaak durven stellen, kunnen nog steeds rekenen op beledigingen en bedreigingen. Dit boek dat zich afspeelt in de jaren vijftig en zestig is daardoor actueler dan het lijkt.
 
Amsterdam : Atlas Contact 2016, 252 p. ISBN 9789025445683. Distributie Veen Bosch & Keuning 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri