Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, JANUARI 2017

Gerbrand Bakker: Jasper en zijn knecht

door Katja Feremans

Gerbrand Bakker (1962) schreef in 2006 Boven is het stil, zijn aangrijpende debuutroman over de 55-jarige Helmer van Wonderen, die in de Noord-Hollandse polders met zijn bedlegerige vader op de ouderlijke boerderij woont. Sinds zijn tweelingbroer dertig jaar eerder verongelukte, heeft Helmer in diens plaats de zorg voor de koeien en de schapen mee op zich genomen. Zowel het verhaal als de puurheid van de personages is ontroerend.
 
Na de opvolgers Juni (2009) en De omweg (2010) vervult de gedachte aan een volgende roman Gerbrand Bakker met weerzin. Waarom precies, dat hoopte hij te achterhalen door vanaf december 2014 een jaar lang voor Privé-domein dit dagboek bij te houden. <br /> Hij heeft een pied-à-terre in Amsterdam, maar woont overwegend in Schwarzbach, een gehucht in de Eifel. Zijn vaste metgezel is Jasper, een kruising tussen een windhond en een pointer. Tijdens hun wandelingen ontsnapt Jasper graag, dit tot wanhoop van zijn ‘knecht’ – een kwalificatie die Gerbrand Bakker van een van zijn Duitse buren kreeg opgespeld.
 
Uitvoerig becommentarieert de auteur hoe het hem en zijn weinig aanhalige hond vergaat. Hun wel en wee, de vorderingen aan het ‘Eifelhuis’ en de contacten met de buren wisselt hij af met familietaferelen van vroeger en nu, met jeugdherinneringen, zijn schaats- en hoveniersverleden, zijn wedervaren tijdens literaire lezingen, tandartsperikelen en tal van andere voorvallen. Heel open is hij over zijn zwaarmoedige kant, zonder daarbij weg te zinken in tobberigheid. Op zekere dag heet het:  
 
‘Het gaat me even (mag ik hopen) niet zo goed. Een grauwsluier is neergedaald over alles wat ik doe en denk’.
 
De symptomen van zijn neerslachtigheid komen en gaan: ongedurigheid, zich moeilijk kunnen concentreren, vermoeidheid bij wat er ook wordt gezegd. Uit zelfbescherming keert hij het afmattende menselijke gewemel dan ook op tijd en stond de rug toe.
 
De opperste concentratie tijdens het romanschrijven associeert hij met momenten van bijna-geluk. Maar als schrijven hem door moeilijke periodes sleept, waarom staat de gedachte aan een nieuwe roman hem dan zo tegen? Hij beweegt zich soms gekrenkt door het literaire wereldje, maar tegelijk toont hij zich hongerig. Negatieve kritiek raakt hem, ongeacht hoeveel lovende reacties ertegenover staan, maar of het daaraan ligt? Tot een sluitend antwoord komt Gerbrand Bakker niet. Wel werpt hij meer dan eens het vermoeden op dat zijn medicatie de innerlijke noodzaak tot schrijven verkleint.
 
Jasper en zijn knecht is een eerlijk relaas, al dringt de strikte waarheid niet per se door tot in de kleinste feitelijke bijzonderheden. Die doen er voor de schrijver niet zo toe. Vermakelijk zijn de passages waarin zijn moeder hem betrapt op dingetjes die hij verdraait – ‘Hoe durf je eigenlijk op te schrijven dat ik de aardappels, de groente en de biefstuk tegelijk opzette?’ In dit geval zou het kunnen dat Gerbrand Bakker door zijn geheugen werd bedrogen, maar bij de meeste details die hij weglaat of juist aandikt denkt hij vooral aan een mooi en goed verhaal. Die insteek geldt ook voor zijn weblog en zijn columns voor Trouw en De Groene Amsterdammer, waarvan hij er af en toe een tussen deze aantekeningen inlast.
 
In een energiek tempo verhaalt Gerbrand Bakker onderhoudend over zijn leven. Boude stellingen laat hij achterwege, zijn toon is veeleer aftastend en dat brengt lucht in zijn dagboeknotities, net als de – overwegend droge – humor. De epiloog, daarentegen, is door en door triest.

Amsterdam : De Arbeiderspers 2016, 391 p. Privé-domein Nr 287. ISBN 9789029505123. Distributie L&M Books
 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri