Nederlands proza

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2017

Katrijn Van Bouwel: De muze en het meisje

door Anja Goyens

De jonge Mila is een meisje dat niet goed weet wat ze met de wereld en, meer nog, met zichzelf, aan moet. In haar eigen ogen is ze niet genoeg: haar leven slechts middelmatig en weinig woorden waard. Toch is ze ambitieus en ijdel genoeg om te durven dromen dat ze de muze zou kunnen worden van een begenadigd kunstenaar: iemand die in haar iets zou zien wat wél de moeite waard is, die haar zou vereeuwigen, haar een bestaansreden zou geven. Daarom meldt ze zich aan als model op de kunstacademie. Na vele uren poseren in oncomfortabele houdingen voor doorgaans met weinig talent gezegende studenten, komt haar doorbraak er toch. Een getormenteerde maar bejubelde schilder die, om zwaarwichtige existentiële redenen, al jarenlang geen penseel meer heeft aangeraakt, vangt toevallig een glimp van Mila op en wordt van het ene moment op het andere getroffen door een quasi goddelijke inspiratie. Mila’s droom lijkt uitgekomen – maar is het een droom of toch eerder een nachtmerrie? En indien het tweede: wiens schuld is dat?   
De premisse van Katrijn Van Bouwels debuutroman is intrigerend. De omschrijving op de binnenflap belooft een verhaal over leven en dood, zingeving, liefde en de manier waarop je je kan of wil blootgeven ten opzichte van de ander. De iets meer dan tweehonderd pagina’s tussen voor- en achterflap weten de verwachtingen echter niet in te lossen. Wat de lezer voorgeschoteld krijgt, is het dreinerige verhaal van een hoofdpersonage dat zo sterk op zichzelf gericht is dat ze weinig sympathie opwekt. Het verhaal is al te eenvoudig en voorspelbaar en roept in zijn melodramatiek vergelijkingen op met goedkope Bouquet-romannetjes. Zo is er de vernissage van Torvens tentoonstelling, waar hij geïnterviewd wordt over zijn nieuwe schilderij waarop Mila is afgebeeld. De journalist vraagt hem naar de metafoor die de afgebeelde vrouw representeert. Daarop richt Torven zijn blik op Mila, die intussen op de eerste rij toeschouwers staat, en antwoordt: ‘Zij is geen metafoor. Zij is mijn geliefde.’ Vervolgens stapt hij van het podium, legt zijn arm om Mila’s schouders en verdwijnt met haar de nacht in, naar zijn huis. Dit terwijl ze elkaar op dat moment niet persoonlijk kennen en hij zelfs Mila’s naam niet weet.

Wat volgt, zijn dagen en weken waarin Torven en Mila leven van de liefde en de weinige etenswaren die in huis aanwezig zijn – met de rolluiken naar beneden, afgesloten van de wereld. We worden ongevraagd getrakteerd op de nodige intieme scènes die niet zouden misstaan op de shortlist voor de ‘Bad Sex in Fiction Award’ – vijftig tinten grijs met toevoeging van de geur van terpentijn. Het veelvuldige gebruik van verkleinwoorden als ‘mijn lijfje’ en ‘mijn lipjes’ zorgt voor een rilling van afschuw in plaats van opwinding.

Van Bouwels barokke, vergezochte en weinig natuurlijke taalgebruik gaat meer en meer vervelen. Ze schrijft dialogen zoals zelfs de meest verwaande highbrow-kunstenaar ze niet over zijn lippen zou zien komen. Zo zegt Torven bijvoorbeeld tegen Mila:
 
‘Ik wil alles vertellen, wat me gemaakt heeft tot wie ik ben, maar ook wie ik wil zijn, of dat ontdekken, met jou. Ik wil de donkere kamers openen, waarvan ik de sleutel angstvallig verstopt heb. Ik moet je meer vertellen dan er ooit over mijn lippen kwam, in de hoop dat het je niet van me wegduwt, maar dat je daardoor dichter bij mij wil zijn. En ik weet niet of het wel kan, of dit wéér een zinnebeeld is.’  
 
De auteur studeerde onder meer wijsbegeerte en taxidermie en stopt haar roman vol verwijzingen waar te weinig mee gebeurt zodat ze vooral vervelen: ‘Niets of niemand kon me genezen,’ bedenkt Mila, ‘behalve ikzelf. Ik was mijn eigen farmacon, Grieks dat ‘geneesmiddel’ betekent, maar ook ‘gif’. Beide even bitter. Net als ik.’ De muze en het meisje is ook een bitter farmacon, maar genezen doet het de lezer helaas niet. Vermoeien, dat wel.
 
Amsterdam : Prometheus 2016, 220 p. ISBN 9789044631081. Distributie: WPG Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri