Letterkunde

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2017

Eva Rovers: Boud. Het verzameld leven van Boudewijn Büch

door Jo Vanderwegen

Tientallen gesprekken met nabestaanden en uren napluizen in de speciaal voor haar geopende nalatenschap had journaliste Eva Rovers nodig om haar lijvige biografie over auteur/televisiemaker Boudewijn Büch (1948-2002) te schrijven. Het resultaat is een boeiend relaas over een man die begon als dichter, een aantal romans schreef maar vooral herinnerd zal worden als iemand die op onnavolgbare wijze enthousiasme over boeken kon overbrengen.
 
Boudewijn Büch probeerde al op jonge leeftijd zijn weg als dichter te vinden. Tegelijkertijd toonde hij een enorme weetgierigheid, waarmee hij velen rond hem overblufte. Die grote kennis, en zijn liefde voor (bibliofiele) boeken zouden later de basis vormen voor succesvolle televisieprogramma's als De wereld van Boudewijn Büch. Het was dan ook een verrassing toen vlak na zijn plotse dood verscheidene mensen uit zijn entourage naar voren kwamen met de mededeling dat veel van de verhalen die Büch over zijn jeugd en geschiedenis vertelde, niet klopten. Rudie Kagie verzamelde die interviews al in Boudewijn Büch – verslag van een mystificatie. Dit eerder verschenen boek zou als een aanzet tot biografie kunnen gezien worden, hoewel het zich slechts richtte op één aspect van het veelzijdige talent dat Büch desalniettemin was.  
 
Eva Rovers daarentegen geeft een veel vollediger beeld geeft met haar verzorgd uitgegeven werk dat nu op tafel ligt. Ze had meer bronnen tot haar beschikking dan Kagie, zoals onder meer de geschreven nalatenschap (dagboeken en brieven) van Büch, tegenwoordig te vinden in het Letterkundig Museum. Dat archief had eigenlijk nog tot 2030 gesloten moeten blijven, maar dankzij bemiddeling van de familie was het voor Rovers opengesteld. Zonder volledig te willen en kunnen zijn, heeft zij getracht een beeld te schetsen van hoe Büchs verzameling van tienduizenden boeken tot stand kwam, hoe hij zijn reisprogramma's aanpakte en hoe belangrijk schrijven (recensies, columns, romans, poëzie) voor hem bleef.
 
Al tijdens zijn leven bleek dat Büch zijn eigen levensgeschiedenis naar buiten toe graag een eigen draai gaf; in romans als De kleine blonde dood ging hij zelfs zover te suggereren dat hij een zoontje had gehad dat op jonge leeftijd was overleden. Op vragen naar het waarheidsgehalte van het verhaal antwoordde hij steevast ontwijkend. Terugkijkend en via gesprekken met mentors en liefdes uit de verschillende perioden van zijn leven, zoals zijn tijd in Leiden en daarna zijn tijd in Amsterdam, maakt Rovers duidelijk dat veel fantasmen in het hoofd van Boudewijn tot werkelijkheid geworden waren, met de bijbehorende echte emoties die die gebeurtenissen opriepen. Tegelijkertijd maakt ze duidelijk dat achter die façade een eenzaam man moet geschuild hebben die zich begroef in een tomeloze werklust en feitenkennis.
 
Rovers geeft een chronologisch beeld van het bestaan van Büch, met veel details, zoals over de vorderingen van de verbouwing van zijn onderkomen in Leiden, zonder dat de tekst eronder lijdt. Ze streefde naar eigen zeggen dan ook geen volledigheid na – haast onmogelijk gezien zijn enorme productie – maar door de vele contacten die ze legde tijdens haar onderzoek slaagde ze er wel in een genuanceerd beeld te geven van een fenomeen dat er enerzijds in slaagde interesse voor Goethe op te wekken bij mensen die nooit lazen maar die tegelijkertijd een chaotisch privé-leven had. De vele (zwartwit) foto's illustreren haar boeiende relaas, de lange lijst voetnoten achterin plaatst citaten en feiten in het boek in hun context. Een uitstekend werk.

Amsterdam : Bert Bakker, 574 p. ISBN 9789035137424. Distributie: WPG Uitgevers

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri