Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2017

Serge Simonart: Verlangen

door Ine Kiekens

‘Verlangen is een overrompelende afwezigheid die heel aanwezig is. […] Alleen als je intens verlangt, merk je de afwezigheid van iets op en ervaar je een gemis. […] Verlangen baart heimwee naar een nog onzichtbare toekomst’.   
In zijn derde roman, Verlangen, exploreert Serge Simonart de hunkerende gevoelens van het hoofdpersonage Johan voor de onbereikbare Helena. Het verhaal start op een voor deze thematiek nogal conventionele wijze. Johan legt uit dat je deze allesoverheersende gevoelens zelf moet hebben ervaren alvorens je de verwoestende kracht ervan kunt begrijpen:
 
‘Je moet woorden hebben meegemaakt, ze aan den lijve hebben ondervonden, voor je het gewicht ervan ten volle kan inschatten. Toen ik haar zag, besefte ik waarom een vrouw soms ‘adembenemend’ wordt genoemd: mijn hart sloeg een slag over, ik vergat te ademen en moest daardoor even later abrupt naar adem happen’. <br /> 
Simonart wint op die manier menig lezer voor zich: hij creëert een gevoel van herkenbaarheid en samenhorigheid, want vrijwel iedereen is al eens door een gevoel van extreem verlangen overvallen en kan het overweldigende ervan beamen.
 
Maar dan komt Simonart met een bijzonder element op de proppen, waardoor de lezer meteen zijn verwachtingen moet bijstellen. In plaats van zijn verhaal in een prototypische setting te situeren, kiest Simonart voor een ongewone invalshoek:  
 
‘Ik was veertig en gelukkig en deed niets en niemand kwaad toen ik een enorme dreun kreeg. Geen klap met fysieke pijn, eerder een scheve omhelzing van iets dat vormeloos en onzichtbaar was maar zeer aanwezig. Het haalde me onderuit en het woog. Het deed me duizelen. Zoals zij nu. Maar de hersenbloeding was assertiever, een arrogante ongenode gast die even achteloos als ongeduldig de touwtjes doorknipte van de marionet die ik blijkbaar altijd was’.
 
Nadat hij een beroerte heeft gekregen, is Johan verlamd en moet hij in een revalidatiecentrum verblijven. Hoewel hij geestelijk nog optimaal functioneert, is hij lichamelijk volledig aan de gunsten van anderen overgeleverd: hij kan niet meer praten, noch zelfstandig eten of zichzelf voortbewegen. In het revalidatiecentrum ontmoet Johan opnieuw de vrouw die zowat zijn volledige leven beheerst heeft, Helena. Zij blijkt eveneens haar portie ongeluk te hebben gehad, want ook zij zit in een rolstoel en moet in het centrum aan haar herstelproces werken.
 
Het boek bestaat uit korte episodes uit Johans leven in het revalidatiecentrum en herinneringen aan vroeger waarin Helena steevast de hoofdrol speelde. Vooral die laatste zijn talrijk aanwezig, wat maakt dat de verhaallijn een andere wending krijgt dan de achterflap suggereert: ‘Het passionele verlangen woedt nu des te feller omdat ze beiden immobiel zijn na een onverwachte hersenbloeding’. In plaats van te focussen op het heden en de mogelijkheden te verkennen van een oplaaiende liefde in een revalidatiecentrum richt Simonart zijn pijlen vooral op het verleden en hoe Johan toen alles geprobeerd heeft om Helena voor zich te winnen. En dat is een gemiste kans: de spanningsboog die aan het begin van het boek wordt gecreëerd, zakt tijdens het verhaal langzamerhand in elkaar. Hoewel er in het revalidatiecentrum wel sprake is van schuchtere toenaderingspogingen van Johans kant, wordt die idee niet verder uitgewerkt. Dat is jammer, want het had een bijzonder originele roman tot gevolg kunnen hebben. Nu blijft de lezer op zijn honger zitten en leest hij een verhaal zoals er al zoveel zijn.
 
De centrale verhaallijn is bovendien niet het enige wat beter uitgewerkt had kunnen worden, ook op detailniveau is er ruimte voor verbetering. Dat Simonart de naam Helena niet lukraak heeft uitgekozen, zou beter tot zijn recht komen wanneer de parallellen met haar mythologische naamgenote wat explicieter in de verf zouden worden gezet. In de Griekse mythologie is Helena immers de mooiste vrouw van Griekenland en zijn talrijke mannen op haar verliefd. Johan zou één van die mannen kunnen zijn die vruchteloos naar haar hand dongen. Maar een mogelijke link met de mythologie blijft verzwegen.
 
Daarnaast is Johan op bepaalde momenten niet accuraat over wanneer hij precies op Helena verliefd werd. De ene keer zijn ze amper zeven jaar:
 
‘Ik was even toen ik op de lagere school bij een rekenwedstrijd opzettelijk twee fouten maakte zodat Helena, het enige meisje in de klas dat zo slim was als ik en bovendien het meest betoverende meisje op deze planeet, kon winnen. Ik liet haar winnen. Maar noch Helena, noch de juf merkten die galante zelfopoffering op’.
 
De andere keer zijn ze zestienjarige pubers:
 
‘Toen ik hoorde en merkte dat zowat iedereen verliefd was op Helena, was het al te laat om zelf niet verliefd op haar te worden. Toen ik zestien was en het pas begon, vreesde ik dat het dadelijk allemaal al voorbij zou zijn’.
 
Een slordigheid van Simonart zelf of net een subtiele toespeling op Johans tanende geheugen, dat verder in de roman nog even aan bod komt? In het laatste geval zou dat gegeven consequenter mogen worden opgebouwd.
 
Ook op stilistisch niveau loopt een en ander mank. Hoewel Simonart over het algemeen een aangename poëtische stijl hanteert, gaat ook daar her en der iets mis, bijvoorbeeld in de volgende zinnen:
 
‘Helena bewoog als een oud vrouwtje dat rijdend door de stad zich van geen kwaad bewust is, terwijl ze een spoor van tilt slaande autobestuurders en blikschade achter zich laat. Ze liep sierlijk en onbekommerd, als een gazelle die nog nooit een luipaard heeft gezien’.
 
De metafoor van een oud vrouwtje dat sierlijk en onbekommerd de stad doorkruist, is zelfs in het geval van de immer galante Helena ongeloofwaardig en wekt bij de lezer ergernissen op.
 
Verlangen presenteert zich aanvankelijk als een veelbelovende en originele roman. Simonart kan die belofte helaas niet waarmaken: de spanning die hij aan het begin van de roman weet op te bouwen, gaat uiteindelijk helemaal verloren. Het clichématige einde waaruit blijkt dat Helena misschien toch niet zo ongevoelig voor Johans avances was als ze liet uitschijnen, lijkt er bovendien nogal haastig bij verzonnen om zo nog een extra finaal spanningselement te creëren. De lezer, als die intussen niet is afgehaakt door de steekjes die Simonart onderweg liet vallen, blijft met een hunkerend gevoel achter, verlangend naar een roman die meer dan middelmatig is.
 
Antwerpen : Houtekiet 2016, 213 p. ISBN 9789089245236. Distributie: Elkedagboeken 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri