Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, MAART 2017

Tommy Wieringa: Vrouwen van de wereld

door Henk Van Viegen

Ja, die eerste vrouw in de themabundel van Wieringa, Yvonne, Berlijnse, weet als echte vrouw van de wereld wel wie ze moet veroveren. Een weliswaar oudere man met een buikje maar: een beroemd acteur en, ter variatie, daarna het goddelijke lijf van de 18-jarige rugbyer (thematiek die Wieringa onderzocht in zijn boekenweekgeschenk van 2014).   
Op één verhaal na, het laatste, over een superwereldvrouw, zijn moeder, hebben alle (32) verhalen al in andere bundels gestaan. De meeste komen uit de positief ontvangen recentste, Honorair kozak uit 2015, maar niet die met veel spektakel. Ze gaan inderdaad bijna allemaal over een vrouw, vooral een Europese of Amerikaanse overigens, een enkele keer niet echt. ‘Bezit’ en ‘De familie onderweg’ kun je slechts met een beetje moeite een verhaal over een vrouw (de moeder) vinden, in plaats van over Wieringa zelf en zijn nieuwe stiefvader en oom Sal. Zijn moeder ‘die hem’, zoals het achterplat meldt ‘de smaak voor de wereld gaf’. Haar derde echtgenoot is de Egyptenaar Moshin, die behalve aan drie echtgenotes ook veel plezier beleeft aan een piepklein stukje strand dat helemaal van hem is. Wieringa overweegt de aankoop van een huis.

De verteller is een soms tikje ijdele deelnemer, maar scherpe waarnemer. Een mooi blok vormen de verhalen met het in beeld brengen en de analyse van het gedrag van beroemdheden: tennismeisjes, Germaine Greer, ex-pornoster Cicciolina en de Finse schrijfster Sofi Oksanen. Greer wordt genadeloos weggezet als chagrijn:  
 
‘Gratis maakt je een dief, en de ziel die haar beste kwaliteiten pas toont bij tegenstand, raakt door te veel comfort gedeformeerd – een stomp voorwerp, alleen geschikt voor zware arbeid.’  
 
Liefdevoller, maar trefzeker constateert Wieringa de vanzelfsprekendheid waarmee Oksanen alle aandacht en verwennerij accepteert.
 
Eén vrouw van de wereld doemt twee keer op. De eerste keer als ik, zonder inmenging van de auteur, uitvoerig (het is het langste verhaal), de tweede keer aan het eind van het verhaal ‘Een hotel aan zee’. Ze verkocht na de dood van haar man al haar bezit en besloot de rest van haar leven door te brengen op een cruiseschip, al dan niet mopperend. Wieringa hoopt dat de dikke, oude vrouw die hij beschrijft in dit verhaal haar mythologische allure zal krijgen. Een pareltje is ook ‘Huwelijksreis’. Literatuur en realiteit ingenieus verweven, in een notendop.
 
Over Wieringa’s effectieve taalgebruik en fraaie beelden: geen nieuws, het is weer in orde. Zie het citaat hierboven, of ‘Soms zijn mensen goed, alleen door hun grenzeloze vermogen om te lijden’ of ‘en legt zijn blik op haar borsten als een hand’. Slechts een enkele keer een beetje gezocht, maar toch niet verkeerd: ‘Onder water kon je elke zandkorrel horen schuren in de branding.’ Soms denk je: ga door, hier komt een lied (‘Ze kleedt zich als een meisje maar heeft scherpe lijnen rond haar mond’). Koester de slotzinnen. Het stijlvolle omslag heeft een tikje ouderwets plaatje boven de titel.
 
Een niet heel belangrijke bundeling, zo snel na Honorair kozak, maar zeer geschikt als cadeautje op niveau. Misschien ook als opwarmertje voor een nieuwe roman, die volgens welingelichte bronnen tóch bij De Bezige Bij zal uitkomen.
 
Amsterdam : De Bezige Bij 2016,  123 p. ISBN 9789023448365. Distributie: WPG Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri