Nederlands proza

BOEKEN NR. 4, APRIL 2017

Rene Huigen: Geloof mij steeds

door Henk Van Viegen

Zijn ‘book project’ noemt de oude, rijkste en bekendste telg uit het geslacht Mol van Otterloo, Eijk, het. Het door de man van zijn nichtje Elsje laten optekenen van het verhaal van de familie. Een familie die steenrijk werd midden 19e eeuw op de door Multatuli verfoeide tabaksplantages in Nederlands-Indië, in problemen raakte begin en midden van de 20e eeuw, maar stevig opkrabbelde. Elsje en Reinard, de schrijver, passen geregeld enige tijd op Eijks huis aan de Keizersgracht in Amsterdam, want zijn hoofdhuis staat in de VS, waar hij en zijn vrouw Lise-Marie staatsburger zijn. Ze werken samen aan een indrukwekkende collectie Hollandse meesters die daar ook zal blijven, tegelijk verzamelen ze meubels en andere voorwerpen die voorkomen op de schilderijen.  
 
Geloof mij steeds is een opvallende titel, die overigens al een keer eerder gebruikt is, voor een briefwisselingsboek tussen Hans Warren en een fan. Het gaat hier dan ook om een afsluitende formule die in goede oude tijden gebruikt werd aan het eind van een brief. Voorbeelden in de roman zijn te vinden in het hoofdstuk ‘Leven in brieven’, waarin voornamelijk de oude telg Justus uit de roemrijke familie in brieven aan het woord is. Huigen werkt de titel ook in algemene zin uit: ‘Voor mij zijn deze drie woorden uit het archief het inmiddels vervlogen verlangen gaan uitdrukken dat afstand ooit in het hart van mensen achterliet.’ Huigen trekt het denken over dit (vervlogen) verlangen door naar de roman, namelijk of die ‘begrepen als open brief aan de lezer, waarin zijn geduld in dezelfde mate op de proef wordt gesteld, nog wel bestaansrecht heeft…’ Een aardig uitstapje naar het heden, met instantbevrediging via facebook en apps. Om vervolgens zijn boek lekker tóch met de titelzin te eindigen.
 
De roman speelt zich voor het grootste deel af in het Amsterdamse huis waar Reinard schrijft. Afwisselend lezen we wat hij al geschreven heeft en wat hij meemaakt in het heden. Dat levert ook eventjes een inkijkje in de Grachtengordel op. Vooral dankzij de nieuwe buurman, Jeroen van Koningsbrugge, die op zijn housewarming tout tv-Nederland heeft rondlopen, onder wie John de Mol, Fedja van Huet en Tjitske Reidinga.
 
Wat Huigen erg goed doet is het in beeld brengen van (de ziel van) een Amsterdams grachtenhuis, in dit geval in verval, mede doordat de eigenaren er te weinig zijn. Aardig is ook de beschrijving van de manier waarop Eijk en een van zijn kunsthandelaren elkaar benaderen en afstand nemen als de handelaar op bezoek komt met een 17e-eeuws werk. Tegenvallend is dan de manier waarop Huigen helemaal aan het eind van de roman Reinard en Eijk door diens eigen vleugel van Peabody Essex Museum laat rondlopen, daar gebeurt echt helemaal niks spannends.
 
Voor wie is dit boek interessant? Uiteraard voor de familie, ook als iemand daarvan dit soort inkijkjes en zelfs intimiteit openlijk afkeurt (wat een erg leuke scène oplevert). Zeker ook voor de liefhebbers van historische schetsen van het midden-19e-eeuwse Indonesië. Ook liefhebbers van oorlogsverhalen komen wel aan hun trekken. Er zijn weliswaar de obligate hongerwinterscènes als de reis van de kinderen naar het noorden en een bombardement, maar beslist interessant is bij voorbeeld die over een mussenval, gefabriceerd door uitgerangeerde krijgsgevangenen. Drie van deze scènes (vanuit het kind Eijk) fungeren om de een of andere structurele reden als een soort reien in de roman. De meeste lezers zullen gelokt worden door de schets die de roman biedt van een reis door een deel van de economische geschiedenis en beleggingen in de 20e eeuw aan de hand van een roemrijk voorbeeld. Hoe een familie, onder andere na een verloren gevecht met grootmacht Philips inzakte, maar zich dus herpakte. Roemrijk genoeg? Dat is de vraag. En al die Mol-van Otterlootjes, op bepaalde momenten in het boek kunnen ze je geen bal schelen en heb je al helemaal niet de behoefte helder te krijgen wie wie is, of dat te checken in de achterin afgedrukte stamboom. Het blijkt ook lastig enigszins spannend te schrijven bij zoveel nadruk op gebeurtenisjes en familieverhoudingen.
 
Huigen noemt Geloof mij steeds een roman. Zeker is dat het een heel andere roman is dan de historische fictie van zijn roman Woudman (2009), hoewel geschiedenis dus essentieel is in dit portret van een familie. Huigens schoonvader is een prominent lid van de familie, het verhaal is voor een flink deel een relaas en gaat dus ook over omgaan met de familie. Reinard-René, die stap is ook niet groot. Is Reinard een interessant personage? Soms. Niet als hij de schrijver uithangt, wel als hij zich eigenzinnig begeeft in de gezelschappen van de elite en bekende Nederlanders, en meteen, en bijna agressief, een gesprek induikt zonder belangstelling voor gebabbel.

Amsterdam : De Bezige Bij 2016, 379 p. ISBN 9789023499701. Distr.: WPG Uitgevers

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri