Nederlands proza

BOEKEN NR. 7, JULI 2017

Jan Vantoortelboom : De drager

door Laurent De Maertelaer

De eugenetische ideeënroman van een rasverteller

In zijn vierde roman De drager doet Jan Vantoortelboom (1975) zijn naam als meesterverteller alle eer aan. Dat hij sterke verhalen uit zijn hoge hoed kan toveren, bewees de Elverdingenaar - die sinds jaar en dag in Zeeuws-Vlaanderen woont en werkt – reeds uitvoerig in de romans De verzonken jongen (2011), Meester Mitraillette (2014) en De man die haast had (2015). Zijn narratieve kwaliteiten komen terug in De drager, niet alleen een spannende ideeënroman, maar ook en in de eerste plaats een stilistisch uitgepuurd bravourestuk, met een strak gedirigeerde opbouw en een uiterst beheerste taal. De drager toont een auteur op de top van zijn kunnen. Het is de hoogste tijd dat het werk van Vantoortelboom naar waarde wordt geschat.

Nicolas, de verteller in De drager, blikt terug op zijn intense vriendschap met Bruno, zijn twee jaar oudere buurjongen. Bruno zit vol branie, is intelligent en compromisloos. Nicolas kijkt naar hem op en ziet hem als een surrogaatbroer. Nicolas zit namelijk met een schuldgevoel: hij voelt zich verantwoordelijk voor de dood van zijn tweelingsbroer die drie dagen voor de bevalling stierf in de baarmoeder (‘Hij kon zijn blijvende, irrationele toewijding aan die vriendschap alleen maar verklaren als het gevolg van een gemiste kans: de broer die nooit werd geboren’). Bruno woont samen met zijn moeder en lijdt onder de afwezigheid van zijn vader, die voortdurend op ‘zakenreis’ lijkt te zijn. Bruno vult die emotionele leemte op met zijn kennis over insecten en de natuur, terwijl Nicolas een kei blijkt te zijn in alles wat met computers en netwerken te maken heeft.

Na hun schooltijd gaan de jongens elk hun eigen weg. Nicolas gaat aan de slag in de IT-wereld en ontwikkelt een modulair softwarepakket voor hotels, gebaseerd op de zwermintelligentie van spreeuwen en bijen. Bruno wordt bioloog en doet veldonderzoek rond lynxen in de uitgestrekte wouden van het Tatragebergte in de Slowaakse Karpaten. Bruno trouwt, woont in Bratislava en krijgt een zoon, Miko. Die lijdt aan een erfelijke ziekte (vandaar de titel: Miko is homozygoot, ‘drager’ van een defect gen dat hij van beide ouders heeft geërfd). Nicolas, die tot zijn spijt zelf kinderloos blijft, is Miko’s peetoom en verwent het kereltje met allerlei gadgets. Nicolas raakt meer en meer verontrust door de Skype-gesprekken die hij met Miko heeft én de mails en brieven die hij van Bruno ontvangt.

Bruno wordt gestaag agressiever en radicaler in zijn blind geloof in de wetten van Darwin. Hij begint ronduit te twijfelen aan het bestaansrecht van de niet-volmaakte mens. Miko’s ziekte stelt zijn eugenetisch gedachtengoed ernstig op de proef. Hij gelooft dat ‘de beste manier om het menselijk ras toekomstbestendig te maken niet het doorkweken is van de eigenschappen van de sterksten, slimsten en gezondsten onder ons, maar van het uitselecteren van dat wat de zwakkelingen zwak maakt’. Als Nicolas naar Wenen moet voor een IT-project in een vreemd en oubollig hotel ontmoeten de vrienden elkaar in Bratislava. Daar blijkt al snel dat Bruno dieper in nesten zit dan Nicolas ooit had kunnen denken.

De drager start met een memorabele dagboeknotitie van Bruno. Hierin beschrijft de bioloog hoe hij tijdens een expeditie uit zelfbehoud een reusachtig mannetjeshert doodt door het met een mes de buik open te rijten. Het machtig dier het leven ontnemen, windt hem op, maar tegelijk raakt hij er danig van in de war. Het is een mooi voorbeeld niet alleen van Vantoortelbooms talent om adembenemende natuurbeschrijvingen neer te zetten, maar ook van de efficiënte techniek die hij gebruikt om via minutieus uitgewerkte achtergrondverhalen – kleine vignettes –  zijn personages uit te diepen en van vlees en bloed te maken.

Zoals in het eerste hoofdstuk waar Nicolas vertelt hoe hij getuige is van een ongeluk waarbij een meisje onder een auto terechtkomt, net op het moment dat een zwerm spreeuwen door de lucht schiet. Of wanneer Nicolas ontdekt dat het computersysteem in het Weense hotel wordt gesaboteerd en Bruno hem door middel van een theorie over de almacht van insecten te hulp schiet om de schuldige te klissen. Of hoe Nicolas via Miko – die zijn vaders laptop hackt –  de ware toedracht te weten komt rond de geheimzinnige dood van een oude wetenschapper met wie Bruno veldonderzoek pleegde. Het zijn kleine subplots die het boek een enorme vaart geven, het hoofdverhaal voeden en nog dreigender maken.

Vantoortelboom verwerkte heel wat autobiografische elementen in De drager. De roman is bijvoorbeeld opgedragen aan zijn tweeling, Remi en Silas. Tijdens de zwangerschap hadden Vantoortelboom en zijn vrouw (een arts) angst voor het zogeheten ‘tweeling transfusie syndroom’, waarbij een kind teveel voedingsstoffen tot zich neemt ten koste van het ander, net als wat Nicolas’ broertje overkwam. Genetisch belast zijn, kent Vantoortelboom eveneens uit eerste bron: toen hij zestien was overleed zijn moeder aan een agressieve vorm van maagkanker, net als recent nog een oom aan moederszijde.

Bruno is gemodelleerd naar Vantoortelbooms oudere broer Dries, een bioloog die in 1995 een beurs kreeg om het territorium van lynxen en beren in Slowakije in kaart te brengen en er tot op vandaag  gebleven is. Vantoortelboom bezoekt zijn broer geregeld in het Tatragebergte: de berghut, de natuur, het bijzondere licht, hij kent het allemaal écht. Nicolas is dan weer gebaseerd op Vantoortelbooms eigen ervaringen. Rond 1999 deed hij gelijkaardig IT-werk in het hotelwezen, opgesloten in duistere en muffe computerhokken zoals dat in Wenen. Al die geprivilegieerde voorkennis geeft een hoog werkelijkheidsgehalte en een grote geloofwaardigheid aan De drager.

De Grote Vlaamse Roman broedt in Vantoortelboom. Rest hem alleen nog die neer te schrijven. Dat is na een krachtige prestatie als De drager gewoon een kwestie van tijd.

Jan Vantoortelboom: De drager, Amsterdam Atlas/Contact, 2017, 188 p. ISBN 9789025446246. Distributie: VBK België

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri