Vanaf negen jaar

Paul Verrept: Mist

door Jen de Groeve

9+ - Een jongen, een kamer en een boek. Zestien jaar en drieëndertig dagen is hij. Plots is de rust verbroken, moet hij de straat op naar het park, een plaats uit zijn kinderjaren. De mist in. Het park, de speeltuin met de glijbaan brengen hem terug in de tijd. Zeven jaar en honderdveertien dagen was hij toen zijn vader hem verliet. Het is met pijnlijke precisie in de tijd vastgelegd. Hij bleef achter met vragen, en dromen heeft hij nog steeds. Over hoe zijn vader terugkomt. Tevergeefs. Er kwamen geen antwoorden en het wachten is uitzichtloos.
 
Paul Verrepts tekst is niet veel langer dan deze inhoudsparafrase. Een minimale context, wat schaarse omgevingselementen, een enkele actie... Maar het verhaal is diep en omvattend. Het gaat in de eerste plaats om een noodlottige emotie, die in de prenten bijzonder sterk tot uitdrukking komt. De licht afgelijnde figuur van de jongen steekt scherp af tegen een stadsbeeld dat onbestemd uit een dichte mist opdoemt. De mist trekt op wanneer de herinneringen aan de kindertijd, het vertrek van de vader en de droom van zijn verlangde terugkomst opduiken.
 
Verrept is uiterst spaarzaam in zijn beeldtaal. In een eenvoudige compositie met geïsoleerde figuren, meestal tegen een lege achtergrond, markeren sobere beelden alleen de elementaire fasen in het verhaal. Het kleurgebruik blijft beperkt tot blauw, zwart en roze, en is bijzonder doeltreffend: de mist creëert een kille donkerte die overheerst, een vaag roze schemert er voorzichtig doorheen. De figuratieve elementen zijn sterk gereduceerd, maar ze zijn bijzonder veelzeggend en ze dragen heel krachtig de emoties mee: de jongen is een stram en in zichzelf gesloten figuurtje, het verdriet van de moeder ligt als een donkere vlek op het witte blad, de vragen en de onzekerheid die op de jongen wegen als een zware, zwarte hand op zijn schouder. Eén prent is licht en vrolijk: het wensbeeld van de vader die terugkomt en de jongen in zijn armen sluit. Het beeld is onwezenlijk, zo kleurrijk en zo licht, en het wordt in de volgende prent, waar vader en zoon van elkaar wegdrijven, dan ook meteen uiteengeslagen.
 
Verrept sorteert met de doordringende expressie van zijn beelden een direct effect. De kracht van de uiterst sobere tekst laat zich daarentegen veel geleidelijker gevoelen. De perspectiefwisseling bv., van ik-persoon naar hij en dan weer ik, brengt heel subtiel betekenis in het verhaal. De ik gaat naar buiten, het duister en de onzekerheid in; zijn herinneringen aan zijn vader en aan de kindertijd krijg je in de hij-persoon en daarmee wordt, tegen de verwachtingen in, uiterst efficiënt afstand gecreëerd. Je krijgt bij het innige beeld van een vader die zijn zoon in de armen draagt, de volgende tekst:
 
'Duurde het te lang?' vraagt hij. 'Je wist dat ik zou komen,' zegt hij.’
 
Je verwacht hier -- op het cliché anticiperend -- een jij en een ik, een dialoog van vader en zoon, maar het is enkel de vader die spreekt. Hij stelt een vraag die er geen is, geeft een antwoord dat hij niet kan kennen. Geen jij en ik, en dus houdt hun hereniging geen stand. De kracht van deze twee regels toont zich maar op het tweede gezicht, maar in combinatie met het al te roze wensvervullende beeld, heeft het een grote impact en bepaalt het onherroepelijk de afloop van het verhaal: de droom vervaagt, de mist trekt op, er blijft enkel nog de nacht over.
 
Het beeld op de laatste bladzijde, van de ontmoeting aan een oversteekplaats van de jongen met de blinde man en zijn hond, is zwart en dreigend. De jongen neemt de man als referentie:

‘ik steek over waar hij beslist over te steken, ik beweeg als zijn spiegelbeeld.’
 
Maar een blinde man die zich op zijn geleidehond moet verlaten, is een uiterst pover referentiepunt. Verrept tekent hem dan ook als een schim in een enkele witte contourlijn. Hij is doorzichtig, onvatbaar. Maar er is meer. Dat beest dat hem begeleidt, met zijn vervaarlijk blikkerende tanden is als blindenhond immers veel te sinister. Hij is een geleidehond met de status van de mythologische hellehond Cerberus, die de poort van het dodenrijk bewaakte. Als symbolisch drempeldier tussen waakzame beschermer en verscheurend monster, tussen leven en dood, is hij in dit verhaal dus niet te negeren.
 
Over de verdwijning van de vader bestaan vragen, maar dat hij dood is (zelfmoord?), valt wel tussen de regels te lezen:
 
‘Misschien hebben ze hem gevonden. Misschien een ongeluk. Misschien wilde hij niet meer bij me zijn. Misschien wilde hij niet meer.’
 
De jongen staat nu op de drempel, maar waagt de oversteek niet en vlucht de nacht in. In het licht van deze uiterst donkere slotscène kan je het droombeeld van de vader en zijn zoon in elkaars armen interpreteren als het spelen met de doodsgedachte.
 
De duidelijke toonzetting in combinatie met de subtiele schakeringen in betekenis, maken de kracht uit van dit prentenboek. Het is perfect mogelijk om de basisverhaallijn uit de prenten alleen af te lezen. Ook jonge kinderen kunnen dat: de glijbaan als brug naar het verleden en de herinnering is een erg visueel symbool, net zoals de verdwenen/verdwijnende vader die in de achtergrond opgaat, de rudimentaire vorm van de rouwende moeder... De compacte tekst, de keuze van het personage en de grimmigheid van het slotbeeld zullen pas werken voor wat oudere kinderen, vanaf een jaar of tien. De literariteit van tekst en beeld, en de subtiliteit van de betekenisstructuur is iets voor geoefende lezers zonder leeftijd. Prachtig, dit verhaal is compleet af, maar het is met één lectuur niet gelezen.

Paul Verrept: Mist, De Eenhoorn, Wielsbeke 2009, 28 p. ill. ISBN 90-5838-377-6
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2006 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

Blinde drift

Belinda Bauer

De rover

Robert Walser

Heel de tijd

Leo Pleysier

Onder een koperen hemel

Stefan Hertmans

Zeiseman

Martha Heesen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2018

De invloed van Gregie De Maeyer (1951-1998) op de (Vlaamse) jeugdliteratuur

‘Het wezen van de dingen vervaagt naarmate het zichtbaar wordt’

De slaapster en de spintol

Neil Gaiman, Chris Riddell (ill.)

Op zoek naar Stella

Gerda Dendooven

Rivieren

Peter Goes

Tegenwoordig heet iedereen Sorry

Bart Moeyaert

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri