Nederlands proza

Marcel Möring: Dis

door Johan Van der Auweraert

‘Ik wil niemands jood zijn’, zei Marcel Möring in een interview met Knack. Het zondebokmechanisme van een samenleving heeft Möring hard aangegrepen. Samenleven is lijden, het is letterlijk een helse opdracht. Zijn jongste roman Dis windt er geen doekjes om en is gemodelleerd naar Dantes 'Inferno'.
 
Het aantal personages dat Dis bevolkt is, ondanks de omvang van de roman, nogal beperkt. Er zijn twee hoofdpersonages: Jakob Noach en Marcus Kolpa. De eerste was door zijn Joodse afkomst verplicht ondergedoken te leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. De roman opent met het ogenblik dat hij opnieuw boven water kan komen. De wijze waarop dit beschreven wordt, is meteen ook kenmerkend voor de literaire stijl van het werk:

‘en hier als hij uit het veen komt na drie jaar als een mol in een hol na drie jaar bijna zwart nee bruin als een verse paardenkeutel hij glanst in de mei-zon als de zon op zijn huid schijnt glimt hij als paardenstront als een versgepolitoerd buffet en hij loop half krom als je dat lopen wilt noemen zijn lopen en de zon prikt in zijn ogen zijn ogen wateren van het prikken van de zon in zijn ogen na drie jaar en als hij dan uit het veen komt en zich opricht [...]. Eén gedachte en dat is wraak’.
 
Dat lijden in het leven van Jakob Noach een onuitwisbare rol moét spelen, is uiteraard niet merkwaardig, maar dit lijden is in andere romans reeds herkenbaarder en intenser beschreven. Marcus Kolpa, het andere hoofdpersonage, is het type 'artistiek lijder'. Zijn lijden komt bij mij aanmatigend over -- het soort van lijden waarover Möring het had in zijn essay Lijdenslust: de mens ‘kan niet gelukkig zijn en heeft het recht niet, als op hetzelfde moment andere mensen van honger of dorst of ten gevolge van oorlog sterven’. Het is een intellectueel geïnspireerd lijden.
 
De omschrijving van de stad Assen -- waar de roman zich afspeelt -- als de ‘aars van de wereld’, en de ‘nacht van de TT’ (wat niet verder toegelicht wordt, maar verwijst naar een jaarlijks weerkerende motorrace) als het symbool voor de hel op aarde, krijgt na verloop van tijd iets grotesks. Na driehonderd bladzijden heb je het als lezer wel gehad. Het hanteren van een afwisselende literaire stijl verandert daar weinig aan, evenmin als de vele verwijzingen naar andere (klassieke) literaire werken die de roman zou bevatten. Dat is mooi als het proza ook zonder dat je er de betekenis van ziet, werkt. Of het voor mensen die de verwijzingen wél zien veel verandert, durf ik te betwijfelen. Een roman is geen quiz.
 
Het is bijzonder jammer dat een roman waar duidelijk zo hard aan gewerkt is, niet méér beklijft. Volgens de recensent van Knack is het probleem net dat er té hard aan de roman is gesleuteld. In die zin hapert de roman misschien ook omdat het lijden dat Möring erin wil stoppen te intellectualistisch is. Daarom wellicht ook dat het menselijk karakter van Jakob Noachs lijden verloren gaat: Möring tracht er meteen het lijden van de hele mensheid in te stoppen. Een poging die aan Icarus doet denken.
 
Marcel Möring: Dis, De Bezige Bij, Amsterdam 2006, 507 p. ISBN 9023419693. Distributie WPG Uitgevers.
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2006

Meer besprekingen over Marcel Möring 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Berta Isla

Javier Marías

De klaverknoop

Paul Demets

Het amusement

Brecht Evens

International Bakery (voorheen Cinema Royale)

David Nolens

Michael Ondaatje

Blindganger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

De blauwe vleugels

Jef Aerts, Martijn Van der Linden (ill.)

De pittige pruim die een pop werd

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.)

De torens van Beiroet

Paul Verrept

De waarheid volgens Mason Buttle

Leslie Connor

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri