Vertaald proza

BOEKEN NR. 5, MEI 2018

Boris Vian: De hartenvreter

door Jan Baes

L'Arrache-coeur (1953), de laatste roman van het Franse multitalent Boris Vian (1920-1959), eerst getiteld Les Fillettes de la reine, vertelt op een even absurdistische als poëtische, op een al even fantaisistische als surrealistische wijze, het wedervaren van de psychiater Jacquemort (Jacodood) die bij toeval een vrouw in barensweeën assisteert bij de geboorte van een drieling.
 
Clementine, zoals ze heet, geeft het leven aan drie zoons, Noël, Joël en Citroën, die ze meteen de viespeuken noemt, terwijl de vader, Angel, door zijn vrouw in zijn kamer opgesloten als veroorzaker van dit leed, part noch deel mag hebben aan de blijde gebeurtenis.
 
Het verhaal, dat leest als een kroniek, wordt bijna dag aan dag verteld, maar zal, naargelang de tijd vordert en Jacodoods verblijf bij Angel en Clementine blijft aanslepen, met sprongen naar een even onmogelijke als absurde tijdberekening evolueren. De roman begint op 28 augustus en zal een tiental jaren later eindigen op data zoals 80 decaart en 16 mariuli.
 
Als psychiater op zoek naar een bezigheid hoopt Jacodood de echtgenoot Angel te kunnen analyseren, maar de arme man, steeds meer uitgespuwd door Clementine, besluit een boot te bouwen en het ruime sop te kiezen. De meid Culblanc (Witgat) is wel te vinden voor een analyse maar verkiest, als puntje bij paaltje komt, toch eerder om fysiek te worden genomen dan met vragen om de oren te worden geslagen. Een misverstand dat zich later zal herhalen met de meid van de hoefsmid, Roodneüs.
 
Om zich nuttig te maken biedt Jacodood zich aan om in het dorp boodschappen te halen en valt, daar aangekomen, van de ene verbazing in de andere verbijstering. Op het dorpsplein staat hij oog in oog met een bejaardenveiling waarbij de inwoners kunnen bieden op versleten oudjes van dagen om ze nadien naar hartenlust te pesten of aan hun kinderen als speeltje aan te bieden. In de timmermanswerkplaats waar hij bedden moet bestellen voor de drieling ziet hij hoe de leerjongens als slaven worden behandeld en systematisch een triest en kort leven zijn beschoren.
 
Maar het meest schokkende is nog wel de rivier die doorheen het dorp loopt en waarvan het water bloedrood gekleurd is, omdat alles wat sterft of gedood wordt, mens en dier, er zomaar ingekieperd wordt. De resten worden door De Glorië, zoals de plaatselijke schipper en zijn boot heten, opgevist. Met zijn tanden welteverstaan, want dat is de prijs die hij moet betalen om de schaamte van de dorpelingen over hun gedrag op zich te kunnen nemen. In ruil wordt hij als enige met goud beladen.
 
Ondanks de afschuw die Jacodood voelt, beseft hij dat hij zich hoe langer hoe minder kan losmaken van dit leven, in de eerste plaats omdat hij, om de leegte die hij in zichzelf voelt op te vullen, nood heeft aan het analyseren van anderen. De lijkenberger De Glorië zal trouwens zijn ultieme cliënt worden. Ten tweede omdat hij, in zijn pogingen ook dieren tot een analyse te overtuigen, de indruk heeft de substantie van een oude kater te hebben overgenomen. Dat was immers de enige bij wie zijn kunde enig succes leek te boeken. Jacodood betrapt zichzelf er nadien op dat hij soms miauwt.
 
Intussen groeien de kinderen die, eens ze kunnen lopen, hoefijzers krijgen aangemeten, op in hun eigen betoverde wereld waar zij hopen, dank zij een blauwe slak, te kunnen vliegen.

Een bizar en gruwelijk sprookje, een surrealistische droom, teken van een teugelloze verbeelding, maar ook een roman met ettelijke kritische verwijzingen naar de harteloze samenleving, de leugenachtige religie, de menselijke lafheid en immoraliteit, de intellectuele luiheid, de schuldige meegaandheid en aanvaarding van het leven zoals ons dat wordt opgedrongen.

Dit is de Boris Vian van Le déserteur, een van de 400 chansons die hij heeft geschreven, en waarin hij op weergaloze wijze zijn afschuw uitspreekt voor de oorlog en de wijze waarop die tot stand komt en door ons allen kritiekloos wordt ondergaan. Zonder de afschuw zelfs die we zouden moeten ervaren.
 
Boris Vian, wel eens ‘l' homme orchestre’ genoemd, was een man van meerdere en diverse talenten: ingenieur en uitvinder, zanger, tekstschrijver en componist, jazzcriticus en trompettist bij de Hot Club de France (hij introduceerde Duke Ellington en Miles Davis in Parijs), essayist, dichter, schrijver van ettelijke verhalen en dertien romans, maar ook van hard-boiled detectives onder de schuilnaam Vernon Sullivan (J'irai cracher sur vos tombes, 1946), vertaler uit het Amerikaans (Raymond Chandler, Nelson Algren), programmamaker voor de radio, kroniekschrijver voor Combat en het tijdschrift Temps Modernes, scenarioschrijver, acteur (Les Liaisons dangereuses), schilder en tekenaar, toneel- en opera-auteur (met L'Equarissage pour tous uit 1947 was hij een voorloper van het moderne theater van Ionesco en Beckett).
 
Een verbluffend oeuvre voor een man die maar 39 jaar oud werd en dat pas in de jaren '80 en '90 werd herontdekt en heruitgegeven. De ultieme bekroning kwam er met de opname in klassieke reeks ‘La Pléiade’. Terecht want al te lang is het proza van deze auteur ondergewaardeerd gebleven ondanks de verbluffende inventiviteit waarvan het getuigt, de speelsheid en de humor, ondanks de frisse, virtuoze stijl en de verrassende en kleurrijke beeldspraak, die perfect aansluiten bij de algemene vernieuwing van de literatuur na de Tweede Wereldoorlog, zowel op inhoudelijk vlak als qua vorm. Dat blijkt onder meer uit de magistrale natuurbeschrijvingen die in deze tekst perfect aansluiten bij de toon en de betekenis ervan.
 
Boris Vian: De hartenvreter, Vleugels, Bleiswijk 2018, 192 p. ISBN 9789078627470. Vertaling van L'Arrache-coeur door Sonja Pos

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2018

Het genootschap van onvrijwillige dromers

José Eduardo Agualusa

Ik wordt

Harry Vaandrager

niets=iets

Wouter Godijn

Pachinko

Min Jin Lee

Terug naar Reims

Didier Eribon

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2018

De muis en de muur

Britta Teckentrup

Ei! Ei!

Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch

Het wonderlijke verhaal van Angelino Brown

David Almond

Liebermann. De zee van meneer Max

Koos Meinderts, Annette Fienieg (ill.)

Veertien

Tamara Bach

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri