Nederlands proza

Armando: De haperende schepping

door Erik de Smedt

Ik heb wel eens iemand horen praten over 'de haperende schepping'. Onzin. De schepping hapert niet. De schepping is." Zo spreekt de verteller in een van de ultrakorte verhalen die Armando onder de titel De haperende schepping heeft bijeengebracht. Op het eerste gezicht hapert er heel wat in deze verhalen. Wie aan het woord is, raakt de draad kwijt of wordt niet gehoord. Wat hij aan moois wil tonen, wordt door de anderen niet gezien. Personages vallen uit hun rol, er is veel drukte en geweld, en tegelijkertijd wordt de lof gezongen van de eenzaamheid en de stilte.
 
De aarde wordt bekeken als een vreemde planeet, waar de tijd grote veranderingen (verwoestingen) aanbrengt. Hij is bevolkt met zich uitslovende en bekvechtende mensen, die te weinig beseffen dat ze stervelingen zijn. En daarnaast zijn er de dieren: "Dieren hebben maling aan het heelal". Soms voel je je als lezer in het ootje genomen: heerst hier niet te veel willekeur, waar willen deze verhaaltjes in hemelsnaam naartoe?  
 
Wie de ergernis overwint, een tweede en een derde keer leest, merkt hoe diep hun schijnbare oppervlakkigheid is. Hedendaagse mythen die niet het laatste woord willen hebben, hommages aan de grilligheid van het niet in theorieën te vatten leven, wijze lessen zonder een zweem van meligheid. Over vertrouwelijkheid en geestdrift bv., en hoe voorzichtig je daar onder mensen mee moet omspringen. Absurde verhalen ook, maar met de kracht van een zenmeester die zijn leerling met een klap van nutteloos gepieker bevrijdt.
 
In Armando's beeldende werk is sinds enige tijd de kleur teruggekeerd. De tragische noot in de geschiedenis, het thema van macht en willekeur, de obsessie door het verleden zijn niet verdwenen uit deze verhalen, maar ook het palet van de prozaschrijver is bonter geworden. Nu en dan doen ze denken aan Toon Tellegens variaties op sprookjes, aan Kafka's bittere parabels en overpeinzingen, aan W.F. Hermans' sadistische universum. In hun terloopse spreektaal, waarin het meest alledaagse verrassend wordt gecombineerd met de grootse worp, blijven ze op en top Armando. "Ach, laat de mensen maar, mensen zijn slechts groeisels. Mensen hebben een heuvelachtig brein." Het is heerlijk dwalen in de windingen van dat brein.
 
Armando: De haperende schepping, Augustus, Amsterdam 2003, 125 p. ISBN 90-457-0241-X
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2003

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2020

Cliënt E. Busken

Jeroen Brouwers

De herdershut

Tim Winton

Onze verslaggever in de leegte. Ongedateerde dagboeken

Dimitri Verhulst

Tijd tussen de jaren

Urs Faes

Zij

Helle Helle

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2020

De koffer

Chris Naylor-Ballesteros

De weglopers

Ulf Stark

Dit ga je niet geloven

Adam Baron, Benji Davies (ill)

Het vogeltje en andere Armeense sprookjes

Hovhannes Toemanjan, Harmen van Straaten (ill.)

Uit elkaar

Bette Westera en Sylvia Weve

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri