Nederlands proza

Jef Aerts: Vertezucht

door Jooris Van Hulle

In de openingsscène komt een blinde ik-verteller aan het woord. Wie hij is, in welke omstandigheden hij het zicht verloren heeft, zal pas later duidelijk worden gemaakt. Uit zijn monoloog, gericht tot een zekere Martha, blijkt wel direct waarop Aerts zijn roman geënt heeft: "Ik heb me vervolmaakt in het verzinnen. Ik bedenk een leven voor mezelf. Wat jij waarheid en werkelijkheid noemt, roer ik allemaal door elkaar." Vertezucht beweegt zich als roman voortdurend op die grens tussen werkelijkheid en fictie.
 
"Een afspraak kan je leven veranderen": zo luidt de slotzin van de roman, een zin die ook al in het eerste hoofdstuk wordt aangehaald. In het Haute Coiffuresalon 'Mex en Martha' komen op een welbepaalde morgen vier mensen samen die, gewild en ongewild, met elkaar te maken zullen krijgen. Martha geeft de grote mensenleider Henri, de eerste klant die morgen, zijn dagelijkse behandeling. Matin, het vissenkind (zo genoemd door haar vader die als gigolo aan de kost komt en haar als 'cadeau' heeft gekregen van een van zijn klanten) dat iets komt bijverdienen in Martha's zaak, gaat nogal onhandig om met Lode, een marinier die zijn haar gemillimeterd wil omdat hij enkele dagen later naar zee vertrekt. Snel zal blijken hoe elk van de vier personages verwikkeld raakt in een kluwen van onderlinge relaties. Martha blijkt de grote mensenleider nog van vroeger te kennen. Wat ooit tot een echte verhouding had kunnen leiden tussen beiden, beperkt zich nu tot een dagelijks bezoek aan het kapperssalon. Matin wordt hopeloos verliefd op de marinier, die haar belooft haar overal op zijn reizen in gedachten mee te nemen. Voor de grote mensenleider lijkt de marinier dan weer de geschikte man om zijn droom van een onafhankelijke entiteit binnen de hoofdstad waar te maken. In een magistraal beschreven scène evoceert Aerts de waanzin van de machtsdroom waardoor de grote mensenleider zich laat leiden. Als de marinier, die als een moderne Pythios het orakel van de macht moet verwoorden, zich danig verslikt in zijn woorden en er alleen toe komt een reeks wetenschappelijke benamingen uit de zeefauna en -flora uit te bazuinen, delft de leider letterlijk en figuurlijk het onderspit. Zijn wraak komt hard aan: hij verwondt de marinier zo erg dat hij voortaan blind door het leven moet.
 
In het tweede deel van de roman, vijf jaar later gesitueerd, krijgen alle personages weer met elkaar te maken. De grote mensenleider heeft zich in de stad aan de overkant, X/SS genaamd, tot voorman van de radicale partij Excess opgeworpen. Zijn partij, die net niet voldoende stemmen heeft gehaald om de absolute meerderheid te hebben, neemt nog niet deel aan het bestuur, maar lang kan het niet meer duren. De verwijzing die Aerts hier inbouwt, liegt er niet om: bewust heeft de leider, zo staat het er, "voor het hol van de vijand gekozen: de bovenste verdieping van een pakhuis in een achtergestelde buurt met veel migrantenvolk." En weer loopt, net als bij zijn New Delphi, de hele zaak weer verkeerd af voor de grote mensenleider: wat voor hem het feest van de overwinning had moeten worden, wordt zijn totale afgang, wanneer hij door een groep volgelingen van de door hem aan de kant gezette ondervoorzitter van de partij, wordt afgeranseld en lam geslagen. En evengoed als in de vorige scène toont Aerts zich ook hier weer een grootmeester in het ontmaskeren van de holle retoriek van machtswellustige politici.
 
In het slotdeel laat Aerts vooral de marinier aan het woord. Op een subtiele manier verbindt hij het verhaal van de grote mensenleider aan dit van de marinier: waar het de Big Brother-dimensies aannemende leider in de eerste plaats te doen was om politieke macht, komt de marinier, die als blinde verteller zeelui de verhalen moest brengen die zij verlangden te horen, tot het inzicht dat de last het leven van anderen te leiden, door de verbeelding dit keer, ondraaglijk is: "Zelfs ik heb behoefte aan een tikje waarheid." Hij gaat op zoek naar Matin en samen werken ze de ultieme wraakneming op de mensenleider uit.
 
Jef Aerts profileert zich met Vertezucht als een auteur die resoluut kiest voor het soort roman waarmee de lezer niet in een handomdraai klaar is. Wie Vertezucht leest als een politieke roman, ziet er een onomwonden afwijzing in van het extremisme waarmee we thans te maken krijgen. En wie in X/SS de 'stad aan de stroom' herkent, zal hoogstwaarschijnlijk niet teruggefloten worden door de auteur. Wie Vertezucht dan weer leest als het liefdesverhaal rond Matin en haar marinier, wordt onweerstaanbaar aangetrokken door die onverklaarbare drang waarmee ze naar elkaar toegroeien. Wie ten slotte Vertezucht leest als een roman waarin werkelijkheid en verbeelding elkaar voortdurend op de hielen zitten en elkaar blijvend weerspiegelen, zal meteen ontdekken hoe ingenieus Aerts zijn verhaal in elkaar heeft gepast.
 
Jef Aerts, Vertezucht, De Bezige Bij, Amsterdam 2012, 166 p. ISBN 9789023471387. E-book
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri