Vertaald proza

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2018

Tove Jansson: Fair play

door Katja Feremans

In Scandinavië is de Zweedstalige Finse schrijfster en illustratrice Tove Jansson (1914-2001) wereldberoemd om haar Moemins, nijlpaardachtige figuurtjes die ze allerhande avonturen laat beleven in kinderboeken die tussen 1945 en 1977 verschenen. Ze zijn in vele talen vertaald, ook in het Nederlands.
 
In 1966 won ze de Hans Christian Andersenprijs, een van de meest prestigieuze oeuvreprijzen voor kinder- en jeugdliteratuur. Fair play is een van haar elf boeken voor volwassenen. In de omslagtekst van de oorspronkelijke uitgave uit 1989 noemt ze het een roman, meer bepaald een ‘vriendschapsroman’ over twee vrouwen die al dertig jaar een leven van ‘werk, vreugde en opschudding’ delen.
 
Mari is schrijfster en illustratrice, Jonna is kunstenares en filmmaakster. Ze is de koelste van de twee, praktischer ingesteld ook dan Mari en gaat recht door zee. Mari is minder zeker van haar stuk, een nieuwe dag ziet ze niet per se als een ongerepte vlakte die zich voor haar uitstrekt. Ze wonen ieder aan een kant van een appartementencomplex bij de haven van Helsinki. Tussen hun ateliers ligt een zolder, ‘een onpersoonlijk niemandsland’, dat maakt dat ze elk op hun eigen domein ongestoord kunnen werken. Allebei worden ze aangetrokken door het geregisseerde, het bewust gestileerde dat betekenis verleent aan kunst, waardoor ze die vaak sprekender vinden dan de prozaïsche realiteit.
 
’s Avonds trekken ze bijvoorbeeld graag tijd uit voor filmklassiekers, die op tv worden uitgezonden en waarvan Jonna haar opnames verzamelt in een filmbibliotheek. Ze heeft een zwak voor westerns vanwege de vriendschap tussen mannen die elkaar eeuwig trouw zijn in een context van eer, gerechtigheid en ridderlijke moed. Dit genre kan Mari maar matig bekoren. Toch vat ze doorgaans ook voor de wildwestfilms post voor het tv-toestel, waar Jonna voor het slapengaan een zilveren doek overheen hangt om het te beschermen tegen stof en het ochtendlicht.
 
Ze zijn graag met z’n tweeën alleen. Bezoekers die gevraagd of ongevraagd komen opdagen, veroorzaken steevast beroering, ongeacht of het nu gaat om de privéleerlinge van Jonna, de tweeënnegentigjarige ietwat arrogante kunstenaar die getekende sprookjesfiguren van Mari bezielt in de vorm van marionetten, of de angstige meisjesscout Helga, die als kind door Mari’s moeder in bescherming was genomen.
 
Als ze op reis gaan, wat ze graag en vaak doen, heeft Jonna steevast haar achtmillimetercamera in de aanslag om te filmen, zo ook tijdens een lange busreis door Arizona. Die brengt hen in Phoenix, een weinig opmerkelijke plek die evenwel kleur krijgt door de guitigheid waarmee hun kamermeisje Verity haar werk ter harte neemt en hen daarenboven ’s avonds meetroont naar de piepkleine, overvolle bar van haar vriendin Annie.

In Fair play is er beeldmateriaal opgenomen uit het persoonlijke archief van Tove Jansson. Daaruit blijkt hoe dicht de verhalen bij de schrijfster staan. Zo is er de foto waarop ze buiten, op het eilandje Klovharu, aan een robuuste houten tafel zit te werken, zij aan zij met de grafisch kunstenares Tuulikki Pietilä, haar partner en reisgenote voor het leven.
 
Het leven van Jonna en Mari is eenvoudig en puur, en zo zijn ook de taferelen waarrond deze verhalen zijn opgebouwd. De twee vrouwen zijn verbonden in liefde en creativiteit, maar geven elkaar de ruimte die ze nodig hebben. Onenigheid flakkert soms op, maar dooft even snel weer. Of zoals de Schotse schrijfster Ali Smith – haar partner is niet toevallig ook een filmmaakster - het in haar voorwoord stelt: de diepe, liefdevolle vriendschap tussen Mari en Jonna getuigt van een ‘evenwicht dat zowel broos als revolutionair’ is.

Tove Jansson: Fair play, De Geus, Amsterdam, 2018, 123 p. ISBN 9789044540772. Vertaling van Rent spel door Kim Liebrand. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri