Poëzie

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Menno Wigman: Ik weet niet goed tot wie ik spreek. De gedichten van De Eenzame Uitvaart

door Dirk De Geest

Vlak voor zijn overlijden vernam Menno Wigman (1966-2018) dat hem de Ida Gerhardt Poëzieprijs werd toegekend voor de bundel Slordig met geluk. Het betekende de zoveelste bekroning voor zijn werk, maar dat hij tegelijk de prijs die genoemd werd naar de meest ‘klassieke’ dichteres uit de recente Nederlandse literatuur mocht ontvangen, zal hem zeker extra plezier hebben gedaan. Wigman was immers als dichter in meer dan een opzicht een vertegenwoordiger van dat klassieke dichterschap. Dat geldt niet alleen voor de afgewogen dictie en de voorkeur voor vaste vormen in zijn werk, maar ook voor de pogingen om greep te krijgen op het eigen bestaan en dat van anderen. Als dichter bleef Wigman zich bewust van de noodzaak om een publiek te bereiken met de verantwoordelijkheden maar ook de gevaren die aan een dergelijk open en toegankelijk dichterschap kleven.
 
Familieleden hebben nu beslist dat het bedrag van de prijs postuum wordt besteed om de gedichten die Wigman heeft geschreven in het kader van ‘De eenzame uitvaart’ te bundelen tot een apart boekje. F. Starik vatte aan het begin van deze eeuw het plan op om overledenen voor wie niemand lijkt te rouwen te eren met een speciaal voor hen geschreven vers. Wigman was al snel enthousiast over het initiatief, ook al omdat de dood van bij het begin van zijn carrière in zijn werk een prominente rol vervult. De dichter leeft onafgebroken met de dood in zijn vezels, een besef dat gaandeweg door de ziekte enkel intenser in geworden.
 
Uiteindelijk schreef Menno Wigman een dozijn verzen; sommige daarvan werden later in bewerkte vorm opgenomen in een van zijn bundels, maar hier worden de oorspronkelijke versies samengebracht. Het zijn erg persoonlijke gedichten, telkens gericht tot de overledene (van wie doorgaans weinig biografische gegevens bekend zijn). Tegelijk valt op hoe de dichter die andere als het ware toeschrijft naar zijn eigen thema’s en obsessies. Zo wordt, niet verwonderlijk, vaak gerefereerd aan een negatieve ervaring: iemand niet kennen, niet ontmoet hebben. Ook lijkt het steevast alsof leven en dood elkaar weerspiegelen; meermaals lijkt de overledene levend, terwijl omgekeerd de levende wereld rouwt en passief wordt. Het vers vormt daarbij niet enkel een plaats voor de overledene om hem of haar te eren, het is ook een oord dat als het ware niemand toelaat, dat wezenlijk ‘vreemd’ blijft. Al die thema’s duiken vaker op in de gedichten van Wigman, maar hier krijgen ze een soort van noodzakelijkheid die deze gedichten verheft boven het genre van de loutere gelegenheidspoëzie. Dat ligt niet het minst aan de meesterlijke ironische toon van Wigman en aan zijn uitzonderlijke beheersing van taal, ritme en klank. Dat alles maakt van dit boekje weliswaar geen hoogtepunt in zijn oeuvre – dat viel ook niet te verwachten – maar Ik weet niet goed tot wie ik spreek is alleszins een uitstekend visitekaartje voor een uniek, maar veel te vroeg afgesloten dichterschap.
 
De poëziebundel Dit is mijn dag en de essays Red ons van de dichters werden erder dit jaar herdrukt.
 
Menno Wigman: Ik weet niet goed tot wie ik spreek. De gedichten van De Eenzame Uitvaart, Prometheus, Amsterdam 2018, 28 p. ISBN 9789044639223. Distributie Pelckmans Uitgevers 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2019

Brutopia. De dromen van Brussel

Pascal Verbeken

De literatuur draait door

Sander Bax

De patiënten van dokter García

Almudena Grandes

Meneer Janeu

Georges Bernanos

Otmars Zonen

Peter Buwalda

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2019

De dader

Antonia Michaelis

De geschiedenis van Jane Doe

Michael Belanger

Farwest

Peter Elliott, Kitty Crowther (ill.)

Konijn & Egel. Er komt geen einde aan het einde

Paul Verrept, Nils Pieters (ill.)

Mevrouw Wervelwind

Rindert Kromhout, Jan Jutte

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri