Vertaald proza

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Philippe Claudel: Archipel van de hond

door Jan Baes

‘En dan de stank. Daar was niets vriendelijks of onzekers meer aan: het was een lijkenlucht die zijn tenten op het eiland had opgeslagen. Een geur die iedereen herkent, die uit struikgewassen opstijgt om er te sterven en er dagenlang ligt te rotten...’
 
Op een eiland in de Middellandse Zee, deel van de kleine archipel van de Hond (‘de bek geopend, de hoektanden ontbloot, klaar om te verscheuren’) en uitsluitend bewoond door vissers en kleine wijnboeren, liggen, op een vroege maandagochtend in september, drie lijken op het strand. Jonge zwarten, vluchtelingen. Ze worden bijna tegelijk ontdekt door een gepensioneerde onderwijzeres die er iedere dag haar hond uitlaat, de nieuwe onderwijzer, vers van het vasteland, die er al joggend zijn jeugdige vorm onderhoudt, de strandjutter Amerigo en Zwaardvis, een visser op zoek naar een losgeraakte kreeftenfuik.
 
Ze besluiten de burgemeester en de dokter te verwittigen die de lijken laten overbrengen naar een koelruimte in afwachting van een crisisberaad dat de avond zelf nog wordt gepland. Intussen is aan alle getuigen volstrekte zwijgplicht opgelegd. De burgemeester denkt er immers aan het gebeuren toe te dekken, uit angst dat de bouw van een Thermenhotel in het gedrang komt wanneer het investeerdersconsortium ervan hoort. Zeker als de ophef het vasteland zou bereiken en de media het vulkaaneiland, dat tot dan toe vrij bleef van zulke drama's, zouden overspoelen. Het Thermenproject is, naar zijn mening, absoluut noodzakelijk om het eiland levensvatbaar te maken en toeristisch aantrekkelijk, iets waartoe de regelmatig rommelende vulkaan, de Brau, niet echt in staat is.
 
Tijdens de vergadering komt ook nog de pastoor opdraven, die vreest dat elke verstoring van de orde aanleiding kan zijn voor nog meer corruptie en losbandigheid. En er wordt besloten de lijken in het belang van het dorp spoorloos te laten verdwijnen in een vulkaangat. Enkel de onderwijzer, nieuweling in de van nature erg gesloten gemeenschap en verontwaardigd omdat de pastoor het woord ‘neger’ in de mond neemt, protesteert. Maar tevergeefs.
 
De omerta blijkt te werken, ook al omdat de hele dorpsgemeenschap met spanning wacht op het sein van de start van de S'tunella, de wonderbaarlijke tonijnvangst die telkens het jaar voor het eiland goed maakt. Maar de onderwijzer laat het er niet bij zitten en start op zee met een aantal experimenten die moeten verklaren hoe het komt dat de lijken juist op dit eiland zijn gestrand, ondanks het feit dat dit niet overeenkomt met de logica van de stromingen ter plaatse.
 
De dag dat hij zijn rapport, dat wijst op criminele feiten, wil kenbaar maken, stapt een uiterst arrogante en cynische politiecommissaris van de ferry. Hij confronteert de burgemeester met een aantal satellietfoto's en zet hem zodanig onder druk dat deze geen andere mogelijkheid meer ziet dan zich van de onderwijzer te ontdoen.
 
Het verhaal neemt hier wel erg verrassende wendingen, die, ieder op zich, interessante perspectieven openen en rake beschrijvingen opleveren, maar die tegelijk ook de thematiek van de roman - menselijkheid versus eigenbelang - overladen en uiteindelijk verzwakken. Ook stilistisch dreigt het vermengen van ethische beschouwingen en een moraliserend oordeel met de beschrijving van uiterst realistische gebeurtenissen en de karikaturale en soms groteske personages, zijn uiteindelijke doel te missen: de lezer aangrijpen. Anders dan in eerdere romans, blijft Philippe Claudel op te grote afstand van zijn eigen verhaal, en is zijn teleurstelling in mens en maatschappij blijkbaar zo groot geworden dat zelfs het geloof in zijn eigen personages erbij is ingeschoten.  
 
Philippe Claudel: Archipel van de hond, De Bezige Bij, Amsterdam 2018, 237 p. ISBN 9789403125404. Vertaling van L'archipel du chien door Manik Sarkar. Distributie Standaard Uitgeverij 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri