Letterkunde

Bart Van Loo: O vermiljoenen spleet!

door Francis Mus

Alle goede dingen bestaan uit drie, zo leert ons een oude volkswijsheid. In zijn pas afgeronde Frankrijktrilogie vult Bart Van Loo die Drievuldigheid in met reizen, koken en seks. Na een literaire reisgids (Parijs retour, 2006) en een boek vol literaire recepten en culinaire verhalen (Als kok in Frankrijk, 2008) gaat het dit keer dus over 'seks, erotiek en literatuur'. De keuze van onderwerpen kan bezwaarlijk origineel genoemd worden, de aanpak is dat wel.  
 
Van Loo opteerde in zijn 'intieme geschiedenis van pornografie en erotiek', waarin hij vaststelt dat het boek heeft afgedaan als drager van seksueel plezier, namelijk niet voor het beeld, maar voor het woord. Het lijkt er inderdaad op dat de auteur het als zijn missie beschouwt om de kracht van het woord, en van de literatuur in het bijzonder, in de verf te zetten. Het verzamelde bronnenmateriaal is alvast bijzonder rijk en biedt stof voor een heuse alternatieve literaire geschiedenis. Het ontsluiten van een heel aantal vergeten werken (van onbekende, maar ook van meer gecanoniseerde auteurs) is ongetwijfeld een van de grootste verdiensten van O vermiljoenen spleet!
 
De beschrijving op de achterflap maakt duidelijk dat O vermiljoenen spleet! de lezer wil verleiden. Daarmee past de auteur het uitgangspunt van veel van zijn bestudeerde auteurs toe op zijn eigen werk: literatuur is niet alleen in staat tot het verschaffen van esthetisch plezier en erotisch genot, maar bovendien werken beide tendenzen versterkend op elkaar in. 'Literatuur is het ultieme afrodisiacum', zegt Van Loo ergens, en die waarheid komt dan op een voorbeeldige manier tot uiting in de Franse letteren. De vraag dringt zich op of die stelling verzoenbaar is met de beoefening van het historisch metier. De aanpak van Van Loo heeft alvast zijn gevolgen voor de opzet van het boek. Te beginnen met de structuur, die de vorm aanneemt van een uitgebreid liefdesspel ('verleiding', 'voorspel', 'hoogtepunten', 'naspel' enz.). De titels en ondertitels zijn telkens zorgvuldig uitgekozen, pikante citaten waarin nogal wat pikken en kutten in het rond vliegen. Daarnaast is de schriftuur van Van Loo zelf ook esthetiserend, in die zin dat ze soms meer de aandacht op zichzelf vestigt dan op hetgeen waarover ze handelt. Bijgevolg balanceert de tekst soms tussen een aangename stijl en pedante mooischrijverij.
 
De historicus maakt grotendeels plaats voor de schrijver. Het geheel heeft dan ook meer weg van een literaire bloemlezing van erotisch-pornografische literatuur dan van een literaire geschiedenis die die naam waardig is. Niet dat historische perspectieven ontbreken, maar de manier waarop de literatuur daarin wordt ingepast, wordt te eenzijdig dualistisch opgevat als conformisme of verzet. Een aantal cruciale vragen worden daarbij onvoldoende beantwoord. Hoe verhoudt deze 'alternatieve geschiedenis' zich tot de canonieke? Is de evolutie van de rol van seksualiteit en erotische literatuur in de Franse maatschappij meer dan een verhaal van een continu gevecht met de censuur die geleidelijk afzwakt? Hoe kan literatuur een specifieke rol spelen in de wisselende plaats die seksualiteit inneemt in de maatschappij? Op welke verschillende manieren zijn seks, erotiek en pornografie ingezet in de literatuur zelf?
 
In plaats van de vele directe citaten, zouden een aantal minutieuze lecturen op dat punt bijzonder verhelderend geweest zijn. Die zouden niet alleen de literaire kwaliteiten van de auteur in kwestie onderstrepen, maar ook op een structureel niveau de rol van de seksualiteit in de maatschappij situeren en de cruciale functie die sommige schrijvers daarin bekleden. Zo is de betekenis van De Sade voor de Franse literatuur(kritiek) veel meer dan een overtreffende trap van pornografische literatuur. Van Loo maakt er zich nogal gemakkelijk vanaf door te stellen dat sommigen 'hem via allerlei filosofische en literaire constructies [weten] op te trekken tot een hoogte die ruikt naar een bizarre vorm van afgoderij.' Een dergelijke stellingname vereist toch een grondiger argumentatie.
 
Maar goed, eens de lezer zich verzoend heeft met het uitgangspunt van de auteur, is de kans reëel dat die bezwijkt voor zijn verleidelijke pen. Die voert hem of haar behendig langs de bijzonder talrijke vondsten die de Franse literatuur sinds de middeleeuwen rijk is. Wie zich op zo'n omvangrijk corpus stort, moet dan ook onvermijdelijk keuzes maken. O vermiljoenen spleet! vertrekt van de spanning tussen woord en beeld. Misschien moesten we het maar eens hebben over die tussen uitgestelde begeerte en onmiddellijke voldoening.
 
Bart Van Loo: O vermiljoenen spleet!, De Bezige Bij, Amsterdam 2010, 293 p. : ill. ISBN 9789085421092. Distributie Standaard Uitgeverij
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri