Vertaald proza

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2019

Sandro Veronesi: Blaffende honden

door Monica Jansen

Blaffende honden is, zoals op de achterflap van de vertaling wordt aangegeven, een poging van schrijver Sandro Veronesi om verder te gaan dan het oppakken van zijn pen, om zichzelf lichamelijk in de strijd te gooien. De aanleiding daartoe is de ophef rond het patrouillevaartuig Diciotti, dat, met 177 schipbreukelingen uit de Maltese wateren aan boord, op 20 augustus 2018 van minister van binnenlandse zaken Matteo Salvini niet de toestemming kreeg om aan te meren in Catania. Deze tragedie was voorafgegaan door de discussie rond het schip Aquarius dat, met 629 migranten aan boord, van Salvini op 15 juni niet van Malta naar Italië door mocht varen, en daarentegen met open armen ontvangen werd door de linkse premier van Spanje, Pedro Sánchez, in de haven van Valencia.  
 
De aanleiding voor Veronesi’s ‘geblaf’ zijn de twee woorden ‘luizenleventje’ en ‘cruisevakantie’, die Salvini bezigt op twitter om duidelijk te maken aan zijn volgelingen dat het hem menens is om een andere koers te gaan varen in het Europese migrantenbeleid. Ook Veronesi heeft het gemunt op de Europese Unie, maar dan niet op gronden van soevereiniteit maar van humaniteit: Frontex is, in de woorden van gezagvoerder Oscar Camps van het ngo-schip Open Arms, ‘een mobiele eenheid in volle zee’. Vandaar de oproep van de schrijver om te ‘blaffen’ tegen het racisme.
 
Het instant-boek waarmee Veronesi in november 2018 vorm geeft aan zijn appel tot actie heeft een hybride vorm en vooral daarin schuilt de interesse van dit werkje, dat niet uitblinkt in zijn literaire stijl. Het is een patchwork van: de in de Italiaanse krant Corriere della Sera gepubliceerde open brief aan Roberto Saviano; het verhaal over de prins van Pandolfina verteld door schrijver Roberto Alajmo; Veronesi’s inspanningen om op Signal een groep te vormen van bekende Italianen die hij Corpus (in het Italiaans #Corpi) noemt; een biografie van de verguisde idealist en miljardair George Soros; een verhaaltje over een Indiaan die zich opmaakt om de winter te doorstaan; Veronesi’s pogingen om zich in te schepen op ngo Open Arms; een collectief gebed aan Stella Maris, oftewel de maagd Maria; de verjaardag van Veronesi’s dochter Nina; twitterberichten van de schrijver aan Salvini; het einde van het verhaal van de prins van Pandolfina; een interview met Oscar Camps; de terugkeer van Veronesi na zijn eendaagse missie op Open Arms, en ten slotte een woord van dank. Wat moet de lezer aanvatten met een dergelijke collage, en des te meer de Nederlandse lezer, die dit één jaar na dato krijgt voorgeschoteld en waarschijnlijk minder vertrouwd is met de Italiaanse context?
 
De rode draad wordt gevormd door de scheppende kracht van literatuur, die in staat is om geschreven en ongeschreven werelden – om een beeld van Calvino te gebruiken – met elkaar te verbinden. Het idee om het lichaam in te zetten – ‘Want we zijn een lichaam, en onze woorden komen ook uit ons lichaam, en het lichaam is veel meer dan woorden – het lichaam is het leven zelf’ – verwoordt Veronesi in zijn brief aan Roberto Saviano, de belichaming van het literaire verzet en de risico’s ervan nu de nieuwe regering in haar propaganda dreigt om de bescherming van de auteur van Gomorra stop te zetten. Dat het Veronesi echter niet om het vormen van een schrijverskaste gaat, blijkt uit zijn voorstel om lichamen van invloedrijke personen in te zetten, zoals dat van voetballer Totti – en later in het interview met Camps worden andere sporters genoemd die optraden als donateurs van Open Arms.  
 
De verbeelding voedt daarbij het handelen en andersom. De parabel van de prins van Pandolfina toont aan hoe deze zijn reis naar Jeruzalem binnenshuis aflegt, wat toch niets afdoet aan zijn missie om het Heilige Graf te bevrijden. En ook het Indiaanse opperhoofd weet te voorspellen dat de winter extreem koud wordt louter op grond van zijn waarneming van de krijger die hem om raad heeft gevraagd, en die zelf de voorspelling uit laat komen door steeds meer hout te verzamelen.
 
Het Ierse patrouillevaartuig met de naam Samuel Beckett weet heimelijk 100 schipbreukelingen, opgevist in de Italiaanse SAR-zone, te ontschepen in Italië. Deze actie, verbonden aan de naam van Veronesi’s idool, trilt door in de laatste regels van The Unnamable die bij de schrijver opkomen wanneer ook Open Arms op open zee wordt teruggeroepen, en hij zijn missie om aan den lijve te ondervinden wat de immigranten meemaken, moet opgeven: de regels van Beckett die Veronesi aan het slot van zijn vertelling vermeldt luiden: ‘I can’t go on. I’ll go on’.
 
Het is zijn dochter Nina die uiteindelijk alle paradoxen tussen feit en fictie de baas is en aldus laat zien hoe natuurlijk een creatieve bijdrage aan de werkelijkheid kan zijn. De opdracht aan de kinderen op haar verjaardagspartijtje om een vliegende witte vlinder te fotograferen, een onderneming waarin de schrijver zelf met geen mogelijkheid slaagde en die hij voor zijn dochter vergelijkt met het vangen van de Gouden Snaai bij Zwerkbal in Harry Potter, daar is voor haar geen kunst aan: ‘’Het is te makkelijk’, herhaalt ze, ‘op die manier is de speurtocht in een mum van tijd afgelopen’’.
 
Zo eenvoudig is het dus, aangezien het Veronesi gegeven is om te schrijven moet hij na terugkeer van zijn missie ‘aan de slag door te schrijven’, en dit mondt onder andere uit in het nooit vrijgegeven communiqué dat hij opstelt samen met de ‘schrijvers, regisseurs, uitgevers, journalisten, striptekenaars’ die zich hebben aangesloten bij Corpus, en dat in het dankwoord wordt aangehaald: ‘Mensenlevens gebruiken als politiek wapen is onacceptabel. We zullen doorgaan met ons werk, zowel vanachter ons bureau als aan boord van de ngo-schepen die opereren in de Middellandse Zee’. Op 28 januari 2019 zal Veronesi samen met meer dan 600 invloedrijke personen uit het Italiaanse culturele leven het manifest ‘Non siamo pesci’ (we zijn geen vissen) lanceren om uiting te geven aan zijn verzet tegen de ‘massamoorden op de Middellandse Zee’.
 
Sandro Veronesi: Blaffende honden, Amsterdam: Prometheus, 2019, 77 p. Vertaling van Cani d’estate door Rob Gerritsen. ISBN 9789044641783. Distributie Pelckmans Uitgevers

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri