Vertaald proza

BOEKEN NR. 2, FEBRUARI 2020

Antonio Scurati: M. De zoon van de eeuw

door Monica Jansen

De terreur strekt zich uit, subtiel en uniform
 
Antonio Scurati’s roman M over Benito Mussolini, de zoon van een smid die op 30 oktober 1922 op zijn negenendertigste de jongste regeringsleider van de wereldgeschiedenis wordt, en daarmee de ‘zoon van de eeuw’, is sinds zijn verschijnen in 2018 uitgegroeid tot een nationaal én wereldwijd succes. Na in Italië in 2019 de prestigieuze Premio Strega te hebben gewonnen, wordt M inmiddels in 37 talen vertaald, om te beginnen met de Nederlandse vertaling van de hand van Jan van der Haar. En er is een televisieserie op komst, evenals de delen twee en drie van de trilogie.  
 
Ook buiten Italië wordt meteen opgemerkt dat deze roman over de opkomst van het fascisme veel parallelen vertoont met het heden waarin het populisme opnieuw de kop opsteekt. In Nederland kopte het NRC: ‘Mussolini is het archetype van de populist’ en in Spanje, waar de roman nu net in vertaling verschenen is, kwam El País met een interview met de auteur waarin hij waarschuwt dat het belachelijk maken van figuren als Trump en Salvini niet voldoende is. Dat leert het schrijven van een roman over het fascisme vanuit het heden, vanuit het gezichtspunt van de generaties die zijn opgegroeid met het ‘anti-fascisme’.
 
Scurati onderstreept in de video’s die op de website van uitgever Bompiani te vinden zijn, dat de intrige van de roman voor het oprapen lag, dat de rol van de auteur erin ligt om het verhaal zonder de sluiers van de ideologie te vertellen. Deze documentaire roman wordt voorafgegaan door de mededeling dat de feiten en personages erin ‘niet aan de fantasie van de auteur ontsproten’ zijn, hetgeen niet wegneemt dat de geschiedenis een verzinsel is, maar aangezien het materiaal is aangereikt door de werkelijkheid, is het ‘geen willekeurig verzinsel’.  
 
De schrijfstijl van de roman is dan ook objectief te noemen, de derde persoon wordt gehanteerd en er is weinig introspectie. Slechts het eerste hoofdstuk is in de eerste persoon, en daar komt het fragment uit dat is gekozen voor de achterflap van de Nederlandse vertaling waarin Benito in 1919 zijn toekomst als volksmenner al voorvoelt: ‘In deze halflege zaal ruik ik met verwijde neusvleugels de eeuw, dan strek ik mijn arm, zoek de energie van de menigte en weet dat mijn publiek er is’.
 
Deze visie van buitenaf heeft het voordeel om de gebeurtenissen in perspectief te plaatsen, en dit gebeurt zowel ruimtelijk als historisch als psychologisch. Een van de sterke punten van de roman is het aanbrengen van dramatiek zonder te vervallen in fictie. De ‘meute’ die in 1919 en 1920 overal in Italië in opstand komt, wordt bijvoorbeeld in beeld gebracht door haar van bovenaf te beschouwen of door er fysiek middenin te staan.  
 
De zes jaren van 1919 tot en met 1924, die de ruggengraat van de roman vormen, zijn opgesplitst in hoofdstukjes van een gelijke behapbare lengte die als voor een feuilleton bedacht lijken te zijn. Deze worden vaak afgesloten met een laatste korte paragraaf die in één tableau het beschrevene samenvat en tegelijkertijd een schaduw werpt op wat komen gaat:  
 
‘Na die nacht zal het leven op het land van Polesine niet meer hetzelfde zijn. De terreur strekt zich overal uit, subtiel, uniform, in een waas van rijp’
 
Op de hoofdstukken die telkens naam personage, datum, en plaats in de titel vermelden, volgen fragmenten uit de toenmalige pers, uit dagboeken of correspondentie die aantonen hoezeer het beschrevene op deze bronnen gestoeld is en tevens ingebed is in een geschiedenis van met elkaar strijdige mentaliteiten. Het oog-om-oog-tand-om-tandprincipe is bijvoorbeeld zowel uit de mond van rechts als van links te horen: ‘Stadsgenoten, [...] lynch deze geboren misdadigers zonder genade’ roept Amerigo Dùmini, leider van de Fascio van Florence; ‘Liever, honderd keer liever laten we vijftig doden op de keien van een stad achter dan zonder reactie geweld en schoffering te dulden’, schrijft de communistische leider Palmiro Togliatti na de gruwelijke moord op een vakbondssecretaris.  
 
De psychologische diepte van de personages maakt deel uit van het fresco dat eveneens vanaf de oppervlakte wordt aangebracht, door het inzoomen op fysieke details die iets zeggen over het personage, of door het vermelden van persoonlijke achtergrondinformatie. De wetenschap dat fascist Benito Mussolini en communist Nicola Bombacci, bijgenaamd ‘Christus van de arbeiders’, jeugdvrienden zijn sinds beiden als schoolmeester op het platteland zaten, compliceert de ideologische dimensie van hun onverenigbare posities:  
 
‘De onverzoenlijke haat van het tijdperk is even sprakeloos als een bloedige Babylonische godheid. Maar mensen spreken met elkaar’.
 
Als een tekenaar van spotprenten schetst Scurati de karakters van zijn personages met enkele markante penstreken, die hen herkenbaar maken en die tekenend zijn voor hun handelen. Zo contrasteert de ‘luchthartige wreedheid’ van de jonge knokploegleider en coming man uit Ferrara – ‘Hij heeft lang, rebels over zijn voorhoofd hangend haar en draagt een dikke zwarte sik aan zijn kin. Zijn naam is Italo Balbo’ – met het door cocaïne en ouderdom uitgewoonde lichaam van dichter en soldaat d’Annunzio, die zich onttrekt aan de magnetische aantrekkingskracht die hij nog steeds uitoefent op de ‘arditi’ fascisten:  
 
‘iedereen wil een stukje van het slappe vlees van Gabriele d’Annunzio, dat zodanig is uitgezakt dat zelfs het lichte Prince of Wales dubbelbreasted jasje van de beste kleermaker het niet kan verhullen’.
 
Mussolini springt, met zijn rollende ogen, uit deze kolkende massa van strijdende richtingen en eigenbelangen naar voren door zijn ‘dubbele gedachte’ en zijn vermogen de geschiedenis onverwacht naar zijn hand te zetten. Dit thema wordt in de roman uitgewerkt door twee tegenpolen tegenover elkaar te zetten, twee M’s, beiden zonen van de eeuw: Mussolini, zoon van een onbekende smid uit het plaatsje Predappio in Emilia-Romagna, en Giacomo Matteotti, zoon van een grootgrondbezitter, die uitbuiter was van de arme boeren in het Noordelijke Polesine.
 
De een schopt het tot ‘neef van de koning’ en ontvangt het hoogste eerbewijs van het huis Savoye terwijl hij in zijn eigen gelederen orde schept door een niet gehoorzamende knokploegleider als Cesare Forni tot pulp te laten slaan. De ander, verguisd door zijn eigen klasse en tot een clandestien bestaan gedwongen door de fascistische knokploegen, blijft, in een steeds nauwer sluitende ‘cirkel van eenzaamheid’, als enige socialist oppositie voeren in de Kamer en publiceert onverschrokken zijn lijst met geweldplegingen met de titel Een jaar fascistische overheersing. Als er ergens onverholen sympathie te bespeuren is in de roman dan is dat voor de moreel onkreukbare Matteotti.
 
Het personage van Matteotti past hiermee in een reeks helden in de hedendaagse Italiaanse literatuur die kenmerkend zijn voor burgers die zich uit een gevoel voor rechtschapenheid tegen het Italiaanse systeem gekeerd hebben en daarmee hun eigen doodvonnis hebben getekend. Een ander voorbeeld hiervan is de figuur van Giorgio Ambrosoli, de ijverige Milanese advocaat die met zijn accurate boekhouding de bankfraude van Michele Sindona wist te ontmaskeren en geïsoleerd geraakt doelwit wordt van een mafieuse vergeldingsactie in 1979. Niet voor niets noemde journalist Corrado Stajano hem in zijn documentaire boek aan hem gewijd ‘un eroe borghese’, een burgerlijke held.  
 
Eenzelfde parallel is er te trekken met de weduwes van dergelijke onzichtbare helden die zich opofferen voor het algemene belang, de katholieke en melancholieke Velia, die Matteotti blijft steunen ondanks haar teleurstelling in hun noodzakelijk van elkaar gescheiden bestaan, spiegelt zich in de standvastigheid van Ambrosoli’s ‘Annalori’ of in die van Gemma Calabresi, die zich samen met haar zoon Mario onaflatend heeft ingezet voor de erkenning en nagedachtenis van de vermoorde politiecommissaris Luigi Calabresi.
 
Schaart schrijver Scurati zich hiermee in een recente morele traditie, zijn blootleggen van de factoren die Mussolini aan de macht hebben gebracht kan uniek genoemd worden. Als lezer snak je naar adem als de socialist Filippo Turati er op het laatste moment nog naast grijpt wanneer zijn geliefde, de revolutionaire Anna Kuliscioff, hem voorzichtig aanmaant tot actie over te gaan: ‘Volgens mij is het moment daar om een en ander te versnellen’. Te laat, zelfs na de nationale verontwaardiging na de gruwelijke moord op Matteotti slaagt het parlement op 3 januari 1925 er nog niet in om Mussolini ten val te brengen. Turati maakt een geruststellend gebaar naar zijn achterban alsof hij wil zeggen: ‘Geen paniek. Het is Mussolini weer die de mussen laat schrikken’.
 
Vrouwen zijn in deze fase van de geschiedenis mentor, zo ook de derde kapitale M in de roman, Margherita Sarfatti die als minnares en gecultiveerde invloedrijke vrouw zeker invloed had op Mussolini, maar de mannen zijn in deze eeuw aan zet. Het gaat om acties op lokaal niveau, waaronder de vele vergeldingsacties die elkaar opvolgen, maar ook om historische processen die in de metacommentaren van de verteller als even ondoorgrondelijk als onvermijdelijk worden beschreven. Dit geldt voor het moment waarop de negenendertigjarige Mussolini premier wordt:  
 
‘Op dat moment had de nieuwe eeuw zich ontvouwen en zich tegelijkertijd in dezelfde beweging weer afgesloten’.
 
En hier vervult de alwetende verteller de voorname taak die hij zich gesteld heeft en die hij herkent in Alessandro Manzoni, de vader van de Italiaanse historische roman: het kweken van een historisch bewustzijn op zowel micro- als macroniveau.  
 
Aan de vertaler de dure opdracht om zich te bewegen tussen de vele registers die de roman bevat, van documentaire fictie tot de stilistische retoriek uit de tijd tot de intertekstualiteit die de auteur zelf heeft aangebracht en waarvan melding wordt gemaakt in de ‘Verantwoording’. Speciale aandacht schenkt Scurati ten slotte ook aan de intellectuelen en kunstenaars uit die periode die sympathiseerden met het fascisme, Marinetti, d’Annunzio, Pirandello, Malaparte, waartoe aanvankelijk, opmerkelijk genoeg, ook anti-fascisten als Piero Gobetti en Benedetto Croce behoorden. Scurati oordeelt niet maar zet de geschiedenis in beweging. Het is de intrige in wording die zich uit de gebeurtenissen ontspint, die de lezer aan de pagina’s gekluisterd houdt.
 
Antonio Scurati, M. De zoon van de eeuw, Podium, Amsterdam 2019, 851 p. ISBN 9789057599972. Vertaling van M: il figlio del seculo
door Jan van der Haar. Distributie Elkedag Boeken

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 5, MEI 2020

De lus

Martha Heesen

In galop het duister in

Baltasar Porcel

Jaag je ploeg over de botten van de doden

Olga Tokarczuk

Melancholie II

Jon Fosse

Verdwijnpunt

Wytske Versteeg

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 5, MEI 2020

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp, Sebastiaan Van Doninck (ill.)

De verhuisdieren

Pieter van den Heuvel

Doe die deur dicht

Koen Van Biesen

Dokter Vos

Daan Remmerts de Vries

Waar mijn vrienden wonen

Cláudio Thebas, Violeta Lópiz (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri